Inmiddels weet ik: het is maar een baan

Kiezen voor een compleet andere carrière, je moet het durven. Michael Addotey (40) deed het twéé keer. De fysiotherapeut werd stukadoor en studeert nu fiscaal recht.

Illustratie Martien ter Veen

Hoogtepunt: Het moment dat ik zelfstandig stukadoor werd. Ik had veel vrijheid en verdiende goed.

Dieptepunt: Ik ben niet echt een stilzitter, dus het urenlang achter elkaar studeren valt me soms zwaar.

Voorspelbaar

„Oei, hier moet ik mee stoppen, dacht ik na twee jaar gewerkt te hebben als fysiotherapeut. Aanvankelijk vond ik het leuk om met beweging bezig te zijn, maar op een dag merkte ik dat het me niet zoveel meer interesseerde of een patiënt beter werd of niet. Mensen kwamen vaak met terugkerende klachten en ik liep al twee zinnen voor op wat ze zouden gaan zeggen, zo voorspelbaar was het. Ik had niet het gevoel dat mijn werk nog zinvol was.”

Hard werken, snel resultaat

„Veel meer plezier had ik toen ik met mijn neef het huis van zijn ouders verbouwde. Dáár wilde ik mijn werk van maken, maar dan wel met een specialisme. Ik koos voor stukadoor, een vak waar je hard voor moet werken maar ook snel resultaat ziet. Na tien jaar ben ik voor mezelf begonnen. Dat ging heel goed totdat er concurrentie kwam van stukadoors uit Polen die veel goedkoper waren dan ik. Bovendien kreeg ik steeds meer last van mijn schouder. Ik moest eerlijk zijn tegenover mezelf: dit hou ik niet vol tot mijn vijfenzestigste.”

Cijfers en geld

„Wat nu? Ik herinnerde me dat ik als kleine jongen accountant wilde worden, cijfers en geld vond ik altijd al interessant. Het werd een opleiding fiscaal recht, want daarvoor zijn de arbeidsperspectieven het beste. Op de introductiedag voelde ik me wel een beetje een vreemde eend in de bijt tussen jongeren van zeventien en achttien jaar oud, maar dat gevoel verdween al snel.”

Geen grote passie

„Ik hou niet zo van stilzitten, maar als het me eenmaal lukt om achter mijn bureau een arrest terug te lezen dan vind ik dat wel boeiend. Toch kan ik niet wachten tot ik echt aan het werk kan. Ik hoop op een baan bij de Belastingdienst en daarna als zelfstandig adviseur. Het lijkt me mooi werk, maar ik heb inmiddels ook geleerd: het is maar een baan, het hoeft geen grote passie te zijn.”