IJstijd

Ellen Deckwitz kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Toen ik vroeg in welke tijd je het liefst

en waarom, riep je: ‘IJstijd.’ ‘De grote of de kleine?'

‘Doe maar de grote.’

Of je wel wist dat zelfs de mammoetjagers hier niet kwamen,

dat er geen begroeiing was op mossen, gras en poolwilg na

en een bloempje dat uitbundig bloeide, dwars door stenen,

zand en sneeuw: de dryas octopetala.

En dat je toen zei dat je gewoon met rust gelaten wilde worden.

Dagenlang niemand tegenkomen, niemand die iets van je wil.

Ik wenste je veel kou toe, deed mijn jas aan en mijn wanten.

Later kwam ik je nog één keer tegen. Je lag dood naast een wak,

er groeiden bloemen uit je ogen.