Historisch drama uit de digitale toverdoos

Computereffecten maken kostuumdrama nu ook met Nederlands budget mogelijk. Veteraan Hubert Pouille over het digitale ‘production design’ van speelfilms.

De Texelse Kade in Amsterdam anno 1890, New York met het Vrijheidsbeeld nog in de steigers? Voor dat eerste heb je een strook kasseien en drie verdiepingen Victoria Hotel nodig, voor het tweede een paar meter scheepsreling, opgesteld tussen tanks en een helikopterwrak uit een eerdere oorlogsfilm. En groene schermen van 18 bij 6 meter om de visuele effecten straks overheen te plakken.

Ziedaar de filmset van Publieke Werken, naar de bestseller van Thomas Rosenboom, medio oktober 2014 op de ‘backlot’ van Origo Studio’s in Boedapest. Voor de Hongaarse filmstudio een klusje tussen spektakelfilms als Die Hard en Hercules door, voor Nederland een blockbuster. Production designer Hubert Pouille: „De Hongaren moeten een beetje gniffelen om mij hè? Ik woeker met middelen, zij zijn Amerikanen gewend.” In Studio 4 breken werklui het interieur van Vedder af, de vioolbouwer uit Publieke Werken die uit zelfoverschatting zo stug onderhandelt over de verkoop van zijn huisje dat het Victoria Hotel er ten langen leste omheen wordt gebouwd. Dat interieur wordt straks een New Yorkse huiskamer.

Digitaal knip- en plakwerk

Een production designer bepaalt hoe de filmsets eruitzien. Door digitale effecten zag Hubert Pouille, ruim een kwart eeuw in het vak, zijn werk drastisch veranderen. Bij zijn eerste speelfilm, Flodder in 1988, werd een complete villa gebouwd en verwoest. Nu is de materiële filmset vaak ingekrompen tot de directe omgeving van de acteur, terwijl op de achtergrond door digitaal knip- en plakwerk alles mogelijk is. Zo werkte Pouille in 1992 aan het 19de-eeuwse sociale drama Daens. „We wilden toen een bleekveld vol lakens bij de industriële textielstad Aalst laten zien, met walmende fabriekspijpen en zo. Goed, dan vind je ergens een veldje en vier oude fabriekspijpen en leg je daar wat lakens rond de acteurs terwijl vier ploegen rook maken. Maar dat was het dan net niet, hè? Nu kan je die lakens digitaal vermenigvuldigen en teken je zoveel pijpen en rook als je nodig hebt.”

Met hulp van de Beeldbank van het Amsterdams Historisch Museum en stadsfotografie van Breitner kon Pouille reconstrueren hoe de Texelse Kade, de huidige Prins Hendrikkade waar Publieke Werken zich afspeelt, er tussen 1885 en 1890 uitzag. In de tien maanden na de opnames werden die stadsgezichten digitaal in de film gemonteerd. Dat eist wel fantasie van regisseur, cameraman en acteurs: zij hadden uitzicht op de groene schermen en grijze heuvels van Boedapest.

Digitale trucage brengt kostuumdrama binnen bereik van bescheiden Nederlandse filmbudgetten: Publieke Werken kost 6 miljoen euro. Beperkte kostuumdrama zich vroeger noodgedwongen tot kamerspel, in films als Nova Zembla, Kenau of Michiel de Ruyter zijn panoramische stadstaferelen te zien. Pouille: „Je moet oppassen je niet te verliezen in overbodige bravoureshots.” Niet dat 6 miljoen euro veel armslag biedt. Shots in een paardentram zijn noodgedwongen geschrapt bij Publieke Werken, de massa’s bij de feestelijke opening van Centraal Station en Victoria Hotel zijn mager: kostuum blijven duur. Soms schemert in de 500 digitale shots de economie door.

Andere shots zijn fraai gedetailleerd, Dennis Kleyn van Planet X FX, die de visuele effecten coördineerde, toont shots voor en na. Een station in Boedapest werd na vijf weken poetsen, plakken en tekenen Centraal Station, het Concertgebouw kwam eenzaam in polder te staan. De Amsterdamse bourgeoisie met hoge hoeden zijn Hongaarse figuranten, gemonteerd in een foto van het Concertgebouw dat baadt in digitaal gaslicht.

Filmen in lege zaal

„Zie je die waterplassen? Dat benadrukt het drassige van de weilanden”, zegt Kleyn trots. De binnenopnames blijken eveneens knip- en plakwerk. Vroeger had je het hele gebouw een dag afgehuurd voor 10.000 euro, met orkest, figuranten, kostuums, kappers en grimeurs: een forse hap uit het budget. Nu is er een ochtend in de lege zaal gefilmd; een Hongaars orkest speelt voor een groen scherm met erachter rijen steeds dezelfde mensen digitaal door elkaar gehusseld.

Als Planet X FX zo eenvoudig historische stadsgezichten uit de computer tovert, waarom dan nog in Boedapest filmen? Hubert Pouille is wel aan het denken gezet: kan dat straks niet met een klein stukje Nederlandse straat als ‘materiële’ filmset? Wel mis je dan het gemak van de Hongaarse filmindustrie: studiocomplexen, vakbekwame, betaalbare crews en tax shelter. Maar een belangrijker vraag is vooralsnog: wil het Nederlandse publiek kostuumdrama? Pouille werkte in Boedapest aan de fiasco’s Kenau en Het Bombardement. „Het verschil? Publieke Werken heeft wél een goed verhaal. Daar begint het natuurlijk mee.”