Helpen de moslims ook mee?

Allochtonen doen minder vrijwilligerswerk dan autochtone Nederlanders. Waar ligt dat aan?

Vrijwilligers in Leek sorteren kleding en speelgoed voor de inrichting van een plaatselijke sporthal als tijdelijke opvanglocatie voor vluchtelingen. Foto Kees van de Veen

De inspraakavond over de komst van een asielzoekerscentrum is al ver gevorderd, als een man aan een ambtenaar van de gemeente Leidschendam-Voorburg vraagt: „Weet u wat ik zo jammer vind? Dat ik hier zo weinig van onze allochtone buren in Leidschendam zie. Dat zou goed zijn voor de saamhorigheid. Die is nu hard nodig.”

Om zijn vraag kracht bij te zetten, wijst zijn vinger in de richting van de flats nabij de school waar de inspraakavond wordt gehouden. Veel Leidschendammers van Marokkaanse en Turkse komaf kwamen daar de laatste decennia wonen. Vrijwel niemand van hen is op de inspraakavond, zomin als ze er waren als vrijwilliger bij de inrichting van de noodopvang voor zo’n 200 vluchtelingen naast de school, een dag eerder. „Misschien kan de gemeente de moskee er eens op aanspreken”, oppert de man. De ambtenaar schrijft zijn suggestie gewillig op.

Een terechte opmerking, reageert Mohamed Sini, oprichter van het Contactorgaan Moslims en Overheid en jarenlang raadslid voor de PvdA in Utrecht. „Het zou goed zijn als de inspraakavonden en hulp bij noodopvang een afspiegeling van de lokale bevolking vormen. Dat bevordert een goede samenleving. Helaas is dat nog lang niet altijd het geval.”

Sini, in het verleden ook vicevoorzitter van de vereniging Nederlandse Organisaties voor Vrijwilligerswerk, wijst wel op de hulp die veel moskeeën bieden bij de opvang van vluchtelingen. „Maar hun inzet is vaak minder zichtbaar.”

Korans uitdelen

Er doet zich een tweedeling voor in de hulpverlening aan vluchtelingen. Enerzijds zijn er grote gevestigde opvangorganisaties, zoals het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland. Dit soort organisaties helpen bijvoorbeeld bij het inrichten van sportzalen en andere noodlocaties, en het verzorgen van taallessen. Ze kennen een grotendeels autochtoon bestuurskader en trekken dito vrijwilligers. Anderzijds zijn er de moskeeën en hun „soevereiniteit in eigen kring”, zoals Mohammed Sini hun activiteit aanduidt. Veel ervan zamelen onder hun aanhang dekens en geld in voor vluchtelingen, delen korans uit, stellen hun gebedsruimtes beschikbaar of leveren tolken. De grote As Soennah-moskee in Den Haag kondigde in september aan „grote partijen gebedskleden” te kopen, om die te verspreiden onder de medegelovigen in de opvanglocaties.

De gelovigen helpen eerder elkaar dan dat ze naar buiten treden. Onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau, Regioplan en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wijzen keer op keer op een ondervertegenwoordiging van allochtonen in algemene vrijwilligersorganisaties. „Aanhangers van de islam doen het minst vaak vrijwilligerswerk”, schreef het CBS in april in zijn rapport Wie doet vrijwilligerswerk?

Voor zover moskeeën wel graag naar buiten willen treden, zeggen ze soms te worden ingehaald door de snelheid van de gebeurtenissen. „We hadden best mee willen doen met de inrichting van de noodopvang in de sporthal”, zegt Mohamed Ahouch (33), bestuursvoorzitter van Stichting De Eenheid, de moskee in Leidschendam waarop de man op de inspraakavond doelde. „Maar we hoorden daarover pas op het laatste moment van de gemeente. Dat is jammer, want ook wij willen graag onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.”

Om de daad bij het woord te voegen, nodigde zijn moskee begin november buurtbewoners uit ter gelegenheid van de opening van haar opgeknapte gebouw. Ruim veertig buren kwamen erop af, inclusief Leidschendammers die eerst tegen de komst van de moskee waren geweest.

Moskeeën

Abdelmajid Khairoun, voorzitter van de grote Omar Al Farouk-moskee in Utrecht Overvecht, zegt in het verleden regelmatig geprobeerd te hebben aansluiting te vinden bij de machinerie van grote hulporganisaties. „Dat bleek moeilijk”, zegt hij. „Het zijn daar echte professionals die vaak zeggen het zelf af te kunnen.”

Khairoun: „Toen we een keer samen met het Rode Kruis eerste hulp wilden bieden aan slachtoffers van aardbevingen in Marokko, zei iemand van die organisatie dat hij bij ons kwam om geld op te halen, niet om geld uit te geven.” Een bijeenkomst een paar jaar later, om allochtone jongeren van zijn moskee structureel bij het werk van het Rode Kruis te betrekken, „liep op niets uit”, aldus Khairoun.

Een woordvoerder van het Rode Kruis zegt dat de organisatie geen onderscheid maakt tussen allochtonen en autochtonen in bestuur of vrijwilligersbestand. „Dat is tegen onze grondbeginselen.”

Ook onderhoudt de organisatie geen structureel contact met moskeeën. Volgens haar is dat niet nodig. „Een groeiend aantal mensen uit die kringen weet ons te vinden”, zegt ze. „We horen steeds meer verhalen over mensen die zelf vluchteling zijn of al langere tijd geleden naar Nederland kwamen als vluchteling, die nu anderen willen helpen. Dat fenomeen kenden we niet eerder in die mate.”

Vluchtelingenwerk Nederland herkent het probleem wel. Alleen de bestuurders van regio Maasdelta (Rotterdam en omgeving) hebben namen als I.A. Mouradin en M. Buchli. Een paar jaar geleden begon de organisatie een project om kader en vrijwilligersbestand te verjongen en maatschappelijk diverser te maken. Vooral het aantal allochtone vrijwilligers steeg, tot 19 procent van het totaal, zegt een woordvoerster. „En dat percentage zal, gezien de vele aanmeldingen nu uit die kring, hopelijk verder stijgen.”