Geen bommen op Syrië, het helpt niet

PvdA, hou vast aan je standpunt en ga geen bombardementsvluchten boven Syrië uitvoeren, schrijft

Willemijn Verkoren. Geen bommen maar ouderwets onderhandelen: zoeken naar een politieke oplossing.

illustratie osama hajjaj

Regeringspartij VVD wil, net als de Britten, gaan deelnemen aan de bombardementen op IS die de VS met hun bondgenoten uitvoeren in Syrië. Coalitiegenoot PvdA was daar tot voor kort tegen, omdat men daar vond dat voor het Syrische conflict eerst een politieke oplossing moet komen. Maar de partij lijkt nu te twijfelen. Na de aanslagen in Parijs is het moeilijk weerstand te bieden aan de roep om een krachtige reactie tegen IS, die deze aanslagen claimde. Om solidair met de Fransen te zijn, en ook om te beantwoorden aan het sluipende gevoel van onveiligheid onder de Nederlandse bevolking zelf: zo’n aanslag zou zomaar ook bij ons kunnen gebeuren. Heel begrijpelijk allemaal. Alleen, de PvdA had gelijk. Bombarderen alleen maar om een krachtig politiek signaal richting kiezers te doen uitgaan is onzinnig. Er moet ook een reële kans op succes zijn. En die ontbreekt. Bombardementen zullen de chaos in Syrië niet verminderen, evenmin als de terreurdreiging in Europa.

Bombarderen is niet iets om lichtzinnig toe te besluiten. Bommen maken slachtoffers, en niet alleen onder hardcore IS-strijders. Ook al horen we hier weinig over, zeker in vergelijking met de doden die in Parijs vielen; het betekent niet dat deze slachtoffers niet bestaan. Elk slachtoffer is niet alleen een menselijk drama, maar het vergroot ook de voedingsbodem voor anti-westerse radicale groepen.

Daarnaast brengt elke interventie het risico met zich mee de problemen juist te vergroten. Denk aan de bombardementen op Libië enkele jaren geleden, die hebben bijgedragen aan een verspreiding van het geweld tot Mali aan toe (waar Nederland vervolgens militairen heen stuurde ter beteugeling van datzelfde geweld) en tot blijvende instabiliteit in Libië zelf (onder meer bijdragend aan de grootschalige smokkel van migranten richting Europa). Een ander saillant voorbeeld is de interventie in Irak in 2003, met Nederlandse politieke steun, die mede bijdroeg aan de opkomst van IS een decennium later.

Het is dus niet niets om tot een gewelddadige interventie over te gaan. Het gebruik van dergelijk geweld is alleen te rechtvaardigen als aannemelijk kan worden gemaakt dat de risico’s beperkt zijn en opwegen tegen de te verwachten opbrengsten; het dichterbij brengen van vrede in Syrië en het verminderen van de dreiging die uitgaat van terreurgroepen als Islamitische Staat. Helaas is dit in de huidige situatie weinig aannemelijk. De Syrische oorlog is extreem complex en beperkt zich niet tot de grenzen van dat land. Het is een regionaal en zelfs internationaal strijdtoneel geworden. De strategie van de door de VS geleide coalitie steunt op de samenwerking met gematigde rebellen, die echter zwak en gefragmenteerd zijn. Bovendien zijn zij – vaak leden van het eerste uur van de opstand tegen de dictator Bashar al-Assad – boos op de coalitie vanwege het feit dat deze enkel IS wil bestrijden, en niet Assad, die nog altijd veel meer slachtoffers op zijn naam heeft staan. Assad ziet zijn strategie beloond om IS jarenlang uit de wind te houden en soms zelfs te helpen; zo kon hij claimen te strijden tegen een terroristische dreiging. Intussen hebben de Russen zich op het strijdtoneel gemeld. Hoewel zij IS zeggen te bestrijden, zijn zij vooral ter plaatse om hun bondgenoot Assad te helpen en hebben zij tot nu toe vooral diezelfde gematigde rebellen gebombardeerd, die door de VS en zijn bondgenoten worden ondersteund. Ook Iran en Hezbollah steunen Assad. IS ontvangt op zijn beurt steun van rijke onderdanen van Qatar, Saoedi-Arabië en Turkije, waarbij de regeringen van deze landen soms een oogje hebben toegeknepen. Turkije heeft IS bovendien weinig in de weg gelegd bij het smokkelen van olie over de Syrisch-Turkse grens en ook niet bij het overschrijden van deze grens door jihadisten. De Turkse overheid wil vooral de Koerden in Syrië en Irak bestrijden, die door de VS en hun vrienden juist weer worden gesteund. Volgt u het nog? En dan hebben we het nog niet eens gehad over de andere extremistische strijdgroepen in het land, elk ook weer met zijn eigen regionale supporters.

Al deze internationale spelers hebben hun eigen belangen in het Midden-Oosten. Het is onontkoombaar dat deze belangen in kaart worden gebracht en dat er gepoogd wordt om tot een breder vergelijk te komen dat recht doet aan al deze belangen. De politieke oplossing van de PvdA dus: in plaats van tegenstrijdige militaire interventies uit te voeren, moet er ouderwets worden onderhandeld. Ook moet veel meer ondernomen worden om de financiering en smokkelroutes van IS aan te pakken. Dit is helemaal niet makkelijk, maar het is de enige strategie die kans van slagen heeft. De PvdA had dus gelijk. Het is de hopen dat zij voet bij stuk houdt.