De vrouw die Italië in verlegenheid bracht

Letizia Battaglia (80) exposeert in Amsterdam foto’s van het gewone leven op Sicilië. Als diapositief van de wrede maffiafoto’s waarmee ze beroemd werd. „Ik had behoefte aan een beetje vrede.”

Letizia Battaglia neemt geen blad voor de mond. Nooit gedaan, al is ze honderden keren bedreigd. Waarom zou je er dan mee beginnen als je tachtig bent? Als het gesprek met deze wereldberoemde fotografe dan ook komt op de vermeende romantiek van de maffia, spuugt ze vuur.

Iconische films als The Godfather? Tv-series als The Sopranos? „Oplichterij. Ze houden ons een verkeerd beeld voor. Maffiosi als mensen die zich af en toe een beetje slecht gedragen en dan iemand vermoorden, maar wel goede echtgenoten zijn. Je kunt niet houden van dit soort verhalen. Er zijn zo veel mensen die hebben geleden onder de maffia, die zijn gedemoraliseerd en vernederd, die als ze niet zijn vermoord iedere hoop op de toekomst hebben verloren. In Duitsland hebben ze zelfs een cd uitgebracht met ‘muziek van de maffia’. Afschuwelijk.”

Decennialang heeft Battaglia de rauwe, wrede kant van de Siciliaanse maffia laten zien. Ze luisterde naar de politieradio en sprong op de scooter als er berichten waren over weer een aanslag. Vaak was ze er eerder dan de carabinieri. Huiveringwekkende zwart-witbeelden van doodgeschoten slachtoffers leverde dat op. In een plas bloed op straat, de omstanders zwijgend toekijkend. Weggegleden op een sofa. Half bedekt door een laken, met een jonge vrouw geknield ernaast en oma op een stoeltje.

Veel van deze gruwelijke beelden dateren uit de jaren tachtig. Toen woedde er in Palermo een bloederige strijd om de macht tussen verschillende maffiafamilies. „Nu is het veel moeilijker om met beelden iets over de maffia te vertellen”, zegt ze. Er zijn minder moorden, de maffia oefent haar macht niet meer uit met de lupara, het geweer met de afgezaagde loop, maar via bankrekeningen, belangen in bedrijven, en ook nog steeds met de traditionele afpersing.

„De maffiosi van nu hebben gestudeerd”, zegt Battaglia. „Cosa Nostra is een zakelijke onderneming geworden. En de staat heeft onderhandeld met de maffia: geen bloedbaden meer, in ruil voor het ongemoeid laten van de zakelijke belangen van de maffia. Dat is onze traditie, onze geschiedenis. Rechter Roberto Scarpinato heeft beschreven hoe onze bestuurders door de eeuwen heen steeds gebruik hebben gemaakt van misdadigers om aan de macht te blijven.” Overigens moet het juridische bewijs voor recente onderhandelingen tussen maffia en staat nog worden gegeven.

Battaglia, sluik rossig haar, af en toe een sigaret opstekend ondanks een hardnekkig hoestje, is in Nederland voor de opening van een kleine expositie in galerie RonLangArt in Amsterdam. „In het buitenland is er respect voor mijn werk als fotograaf’’, zegt ze. „Ik heb belangrijke fotoprijzen gewonnen in de VS, in Duitsland, in Frankrijk. Maar nooit een grote Italiaanse prijs, alleen maar onderscheidingen in kleinere steden. Ik breng het land in verlegenheid. Mijn werk herinnert onze leiders eraan dat ze het land niet hebben verdedigd tegen de maffia. Je moet hard zijn, onbuigzaam, en je moet iets doen tegen de werkloosheid. Jongeren stappen naar de maffia omdat ze daar iets kunnen verdienen.”

Het zijn niet alleen de maffiafoto’s die Battaglia beroemd hebben gemaakt. Ze heeft ook duizenden foto’s gemaakt waarin ze de sociaal-economische problemen op Sicilië in beeld bracht. Sommige schattingen komen uit op 600.000 negatieven. Klopt dat? „Ik weet het echt niet”, antwoordt Battaglia. „Iedereen verzint een getal. Eerst bewaarde ik ze in Parijs, nu zijn ze weer in Palermo. Maar ik ben nu tachtig jaar en op zoek naar een plek waar ik deze negatieven veilig kan opslaan, en waar iemand ze wil beheren. Mijn foto’s zetten mensen aan het denken, jongeren vooral. We moeten dit blijven laten zien. Dan begrijpen mensen hoe ernstig het is.”

De maffia moordt minder, maar „zij is nu machtiger dan vroeger”, zegt Battaglia. Sommigen putten hoopt uit het feit dat Siciliaanse jongeren nu openlijk praten over de maffia, uit initiatieven in Palermo als Addio pizzo, waarin winkeliers en ondernemers zich verenigen die weigeren nog langer de pizzo, beschermingsgeld, te betalen. Maak dat niet groter dan het is, antwoordt Battaglia. „Het gaat veel te langzaam. Addio pizzo? Op een miljoen winkeliers kregen ze er een paar honderd achter zich.”

Voor haar expositie in de Amsterdamse galerie heeft ze bewust geen van haar maffiafoto’s geselecteerd. Het zijn doorkijkjes in het Siciliaanse leven, van jonge mensen. „Vriendelijke foto’s”, zo beschrijft Battaglia ze. „Ik had behoefte aan een beetje vrede. Ik heb altijd gevochten in mijn leven en zal dat blijven doen,maar ik wil mezelf ook troosten. Jongeren zijn een bron van dromen, van hoop.”

„Ik ben moe”, zegt ze tegen het einde van het gesprek. Door de longproblemen? „Niet alleen. Je wordt moe als je de hoop verliest dat er nog echt iets verandert. Giovanni Falcone (de in 1992 vermoorde rechter) zei dat de maffia een project van mensen is en dat er daarom ook een einde aan zal komen. Ooit. Ik ben nu tachtig jaar. Maar als het mijn tijd is, zal ik nog niets van dat einde hebben gezien.”