Column

Adele kan alles

Het zijn opeens gouden dagen voor de kleine cd-winkelier bij mij in de buurt. Het is meestal stil in zijn zaak, die hij daarom ook met tweedehands spul overeind moet houden. Maar dankzij Adele is daar verandering in gekomen. „Ik heb dit nog nooit meegemaakt”, zei hij trots terwijl hij mij het zoveelste exemplaar van 25 verkocht.

De ironie van deze ontwikkeling mag er zijn. In het centrum van Amsterdam zijn nauwelijks meer cd-zaken over. De een na de ander – zaken met een grote reputatie – ging over de kop, maar dit bescheiden winkeltje met zijn vergrijzende klantenbestand hield manmoedig stand. Nu wordt het ervoor beloond omdat Adele zo aardig was haar cd niet aan Spotify af te staan. Nou ja, aardig – ze doet het straks natuurlijk tóch als de cd-verkoop is uitgeput.

Omringd door jonge vrouwelijke fans (van Adele, moet ik erbij zeggen) kocht ik 25. Waarom? Ik had nooit erg aandachtig naar haar muziek geluisterd, pas toen ik haar onlangs op de BBC zag in een programma met Graham Norton werd mijn belangstelling gewekt. Ze zong goed en ze was in het gesprek verfrissend naturel met een ontwapenende lach. Ik kocht niet alleen 25, maar beluisterde (op Spotify!) ook haar vorige twee cd’s: 19 en 21.

Er is veel verbazing over haar reusachtige succes en er wordt heel wat over getheoretiseerd, maar is het eigenlijk wel zo vreemd? In de showbusiness is het niet zo bijzonder als iemand met exceptioneel talent als een komeet naar de top schiet. Kijk naar Presley, de Beatles, Dylan.

De aanloop kan even aarzelend zijn, maar daarna is er geen houden meer aan. Iedereen wil het nieuwe fenomeen zien en horen. Soms is er sprake van een louter door de commercie opgezweepte hype, vaker is het een combinatie van hype én talent.

Onder die laatste noemer valt voor mij ook Adele. Ze is de nieuwe Dusty Springfield en ze doet me ook denken aan Frank Sinatra, over wie nu weer veel wordt geschreven omdat hij 100 jaar geleden geboren werd. Van Sinatra wordt weleens vergeten dat ook hij als twintiger een tieneridool is geweest, die door horden meisjes op de hielen werd gezeten. Hij heeft dat succes, enkele perioden daargelaten, kunnen continueren en bond uiteindelijk een groot, gevarieerd publiek aan zich – praktisch tot aan zijn dood toe.

En terecht, want Sinatra was een groot zangtalent en een artiest met veel natuurlijk charisma; een koppige, trotse man ook die zijn eigen koers uitzette. Van die eigenschappen zie ik het een en ander bij Adele terug. Zij heeft ten opzichte van Sinatra nog het onschatbare voordeel dat ze ook zelf songwriter is. Maar bovenal kan ze, net als hij, uitstekend zingen. Jazzy nummers, soul, pop, ballads – ze beheerst het allemaal.

Wat me minder bevalt, is de ontwikkeling naar een nogal bombastisch geluid die zich op 25 aftekent. Koren, echoputten, overvloedige instrumentatie – kortom, overgeproduceerde muziek met veel galm. Een in aanleg mooi nummer als ‘Hello’ wordt er voor de helft door verpest, zelfs haar sterke stem verzuipt. Ze heeft al die pompeuze effecten niet nodig, zoals ze op haar twee vorige cd’s al bewezen heeft met nummers als ‘Make You Feel My Love’, ‘One and Only’, ‘Lovesong’ en ‘Someone Like You’.

Op 25 bevalt ‘Million Years Ago’ me het meest. „It’s very simple”, zei ze er zelf over en ze verwees naar de eenvoud van haar eerste cd. Weer wat meer die kant op, Adele, en alles komt goed.