over de haag 9-12-15

Het boek van Harry

Harry van Bommel, al sinds 1998 Kamerlid voor de SP, heeft iets met de Nederlandse oud-koloniën. De politionele acties in Indonesië en wat daar allemaal misging, de acties van Molukkers in Nederland en de naweeën van de militaire coup in Suriname in 1980; alles heeft Harry’s aandacht.

Bijna elk jaar is hij op 8 december in Amsterdam aanwezig bij de herdenking van de Decembermoorden in Paramaribo. Op die datum werden in 1982 vijftien prominente Surinamers door de militaire machthebbers in Fort Zeelandia om het leven gebracht. Gisteren kwam ook een door Van Bommel geschreven boekje uit, Surinamers in de polder, bestaande uit vijftien interviews met min of meer bekende Surinaamse Nederlanders; van Prem Radhakishun tot Noraly Beyer. Terugkerend thema: de onafhankelijkheid van Suriname 40 jaar geleden en de Decembermoorden.

De vragen van Harry

Het is „geen politiek boek” geworden” schrijft Van Bommel in de inleiding. En dat klopt. Het zijn de levensverhalen van de geïnterviewden, met daarin soms bittere verwijten aan de (Nederlandse) politiek. Prem Radhakishun voelt zich bijvoorbeeld door de vanuit Nederland doorgedrukte onafhankelijkheid „bij het grofvuil” gezet. Maar wat voor rol heeft Nederland daarna nog in Suriname gespeeld? Van Bommel vraagt al jaren tevergeefs bij opeenvolgende ministers naar de details.

Het geduld van Harry

Stukken die nader licht kunnen werpen op eventuele Nederlandse betrokkenheid bij de militaire coup blijven tot 2060 geheim. Dat Nederland in 1986 overwogen heeft militairen naar Suriname te sturen om orde op zaken te stellen, is in 2012 schoorvoetend tegenover van Bommel toegegeven. Maar in 1990 is het nog eens geprobeerd. Daarover schrijft oud-minister Ben Bot in zijn vorige maand verschenen memoires. Hij was toen de hoogste ambtenaar bij Buitenlandse Zaken. Bot heeft het over een „kleine vredesmissie”. Tijd voor nieuwe vragen van Harry.