Zwerfhonden mogen niet zo maar de grens over

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs boog. Vandaag: zwerfhonden en kartelboetes.

Foto EPA

In vijf jaar bracht de Duitse dierenbeschermingsvereniging Pfotenhilfe-Ungarn meer dan tweeduizend zwerfhonden uit Hongarije onder bij liefhebbers in Duitsland tegen een vergoeding van gemiddeld 270 euro per hond. Een ‘economische activiteit’, vindt het ministerie Landbouw van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, waarvoor in Europa een aanmeldings- en registratieplicht geldt. Pfotenhilfe vindt dat de omgekeerde wereld. Zij werkt zonder winstoogmerk en vindt dat de regels voor haar goede doel niet zo streng hoeven te zijn. Vrijstelling van de plicht tot aanmelding en registratie geldt bijvoorbeeld ook als er dieren worden vervoerd voor races of culturele manifestaties. Voor de verlangde gedetailleerde administratie ontbreken de mensen én de middelen, voert Pfotenhilfe aan. Als er geen vrijstelling komt, zou haar nuttige werk spaaklopen. „Absurd”, vindt zij.

Zowel de gewone als de hogere bestuursrechter in Duitsland verwerpt de bezwaren. In hoger beroep legt de hoogste Duitse bestuursrechter de kwestie voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voor een bindend advies over de uitleg van de Europese regels.

Ja, oordeelt ook het Europees Hof in zijn arrest van vorige week, het grensoverschrijdende goede werk van Pfotenhilfe betreft een ‘economische activiteit’ met bijbehorende verplichtingen. Dat is volgens het Hof van belang voor zowel een goede werking van de gemeenschappelijke Europese markt, als voor de bescherming van de zwerfhonden (tijdens het vervoer). Dat de dierenbeschermers er geld op toeleggen, maakt volgens het Hof niet uit. „De bepaling maakt geen onderscheid tussen economische activiteiten met of zonder winstoogmerk.” En de vraag of dat wel zou moeten, is niet voor het Hof, maar voor de Europese wetgever, in casu de Europese Commissie, het Europees Parlement en de EU-lidstaten.