Wie stemden er op het Front National?

Het FN is geen protestpartij meer. Zijn kiezers wonen in geïsoleerde regio’s met oude industrie en steunen beide Le Pens om hun programma.

Niet eerder haalde het Front National bij Franse verkiezingen zo’n hoge score. Bijna 28 procent van de stemmen ging zondag naar de nationaal-populistische partij van Marine Le Pen. Het was de eerste ronde van regionale verkiezingen; komend weekend is de tweede ronde.

Met zo’n uitslag kun je het FN niet meer in de eerste plaats een protestpartij noemen, constateert de politicoloog Pascal Perrineau van het Parijse Instituut voor Politieke Wetenschappen SciencesPo. „Er zijn veel mensen die echt vanwege het programma op het FN stemmen en die hun hoop op de partij gevestigd hebben”, zei hij gisteren tegen een verbaasde Franse radiopresentator. Uit kiezersonderzoeken blijkt bovendien dat het FN „de meest trouwe” achterban heeft.

Maar wie is die FN-kiezer dan? Met meer dan 6 miljoen stemmen zijn dat uiteraard mensen uit alle sociale lagen en demografische categorieën. Maar uit veel onderzoek komt meestal eenzelfde soort profiel: de FN-kiezer is vaker man dan vrouw, niet hoog opgeleid en verdient gemiddeld vaak minder dan 2.000 euro per maand.

Van alle Franse politieke partijen trekt het FN de meeste 18 tot 24-jarigen (35 procent), relatief veel middenstanders en boeren (35 procent) en de meeste arbeiders (43 procent), al dan niet werkloos, zo bleek uit een peiling van bureau Ipsos van vlak voor de verkiezingen.

Dat laatste spoort met de regio’s waar het FN het goed doet. Het zijn de gebieden waar de slachtoffers van de globalisering wonen, zou je kunnen zeggen. De hoogste scores haalde de partij in het uiterste noorden van Frankrijk dat nog altijd lijdt onder de sluiting van de mijnen en, meer recent, onder het verdwijnen van andere industriebanen. Traditioneel werd hier links tot extreem-links gestemd. Het is „indrukwekkend”, zegt Perrineau, om te zien hoe links „hier praktisch verdwenen is”.

Waar de partij zwak was (rond Parijs of in Bretagne), is ze bij de verkiezingen van zondag nauwelijks vooruit gekomen.

In de FN-gemeente Hénin-Beaumont, waar Marine Le Pen haar thuisbasis heeft, ligt de werkloosheid rond 20 procent. De kiezers hier en in andere noordelijke streken stemmen volgens onderzoek van de demograaf Hervé Le Bras vooral om economische redenen op het FN. Zoals een 45-jarige kiezer op de markt van Hénin zei: „Ik had geen werk onder de rechtse regering van Sarkozy en ik heb geen baan gevonden onder de linkse regering van Hollande. Dan rest maar één alternatief.”

Voor zijn onlangs verschenen boek Le pari du FN (De gok van het FN), maakte Le Bras 21 kaarten van verkiezingsuitslagen sinds 1984 tot dit jaar. Het is opvallend hoe honkvast de steun voor het FN is. Marine Le Pen haalt haar aanhang globaal uit dezelfde streken als haar vader Jean-Marie, die tot 2011 de partij leidde, maar de percentuele scores zijn naarmate een oplossing voor de plaatselijke problemen uitbleef (en het FN de politieke agenda verbreedde) verder omhoog gegaan.

Daarbij is het opvallend dat hoe verder je van grote stedelijke agglomeraties komt, hoe meer steun je voor het FN vindt. Dit is wat geograaf Christophe Guilluy ‘La France Périphérique’ noemt: het Frankrijk dat geen station heeft en niet langs een route nationale ligt.

Traditioneel doet het FN het goed in het zuiden, rond Marseille en Avignon en bij Toulon en Perpignan. Ook daar is de werkloosheid hoog, maar is de Franse identiteit en immigratie van groter belang. De lokale kandidaten, vooral Marion Maréchal Le Pen, nicht van partijleider Marine Le Pen, passen hun toespraken daarop aan. Of haar jeugdigheid – ze is 25 jaar – geholpen heeft bij het binnenhalen van de jongerenstem? Het FN is onder jongeren weliswaar de populairste partij, maar tweederde van de 18- tot 30-jarigen bleef zondag thuis.