Wat wij doen, dat kan niet iedereen

De zorgverzekeraar wil goedkopere verpleging thuis. Dat bedreigt specialistisch verpleegkundigen. Is de reguliere wijkverpleger bekwaam genoeg om hun taak over te nemen?

Het werk van gespecialiseerd verpleegkundige Annemiek Appelhof. Ze komt bij patiënten thuis om onder meer stoma’s, infusen en morfinepompen te controleren. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Tineke (56) kan eigenlijk alleen af en toe een kopje koffie verdragen. Heel soms probeert ze een beschuitje, maar meer niet. Door de buikvlieskanker en de chemotherapie die ze krijgt, werken haar maag en darmen niet goed. Ze krijgt bijvoeding via grote zakken. 1.300 calorieën aan witte massa, boordevol vet en mineralen.

Meestal dragen patiënten de voeding bij zich in een rugzak, maar Tineke niet. Als je zelf 34 kilo weegt, is een zak van twee liter zwaar. Gelukkig is haar man handig: die maakte de rugzak met een haak vast aan een oud boodschappenkarretje. Er moet elke dag iemand langskomen om het infuus aan het lichaam van Tineke te koppelen.

Medisch-technisch complexe handelingen zoals bij Tineke vallen niet onder gewone thuiszorg. Ze worden gedaan door gespecialiseerde verpleegkundigen. Door deze zorg kunnen mensen na een ziekenhuisopname eerder naar huis.

Sommige zorgverzekeraars, zoals Zilveren Kruis Achmea, willen dat gewone wijkverpleegkundigen de taken van de gespecialiseerde verpleegkundige overnemen. Dat zou goedkoper zijn. De gespecialiseerde krachten komen hiertegen in verzet.

Annemiek Appelhof werkt als verpleegkundige voor het Specialistisch Team Midden Nederland. Dat team bestaat uit zo’n twintig verpleegkundigen. Op het kantoor in de Utrechtse wijk Overvecht hangt een kaart van hun werkgebied: van Abcoude en Amersfoort, tot Woerden, Houten, Amerongen.

In deze regio gaat Achmea vanaf volgend jaar zaken doen met veel minder thuiszorgbedrijven (het zijn er nu veertig). Utrecht wordt bijvoorbeeld verdeeld in achttien wijken die elk één „voorkeursaanbieder” krijgen. Dat thuiszorgbedrijf zou dan alle taken moeten verrichten – efficiënter. De specialistisch verpleegkundigen zijn bang dat zij hierdoor werk verliezen; zij komen immers voor een enkele handeling of patiënt. Bovendien zijn ze bang dat een keuze voor gewone verpleegkundigen de patiënt schaadt; als ze al geschoold zijn in specialistische zorg, missen ze nog de vakbekwaamheid van de specialistische verpleging.

Nu de plannen van Achmea bekend zijn, trekt de specialistische verpleegzorg aan de bel. Dat deed thuiszorgorganisatie Careyn al eerder. Die verloor echter een kort geding tegen Achmea, omdat ze te laat in het geweer kwam.

Kleerhanger

Het werk van Annemiek Appelhof bestaat uit infusen prikken, medicatie toedienen, bloedtransfusies, katheters verzorgen. Thuis is er veel mogelijk, zegt ze. „Als het moet, hangen we een druppelinfuus gewoon aan een kleerhanger.”

Tineke zit aan de keukentafel. Appelhof wast haar handen en legt spuiten en gaasjes klaar. Ze ontsmet met alcohol. De pomp die zorgt dat de voeding en de zoutoplossing gelijkmatig afgegeven worden, ligt op tafel. De zakken gaan in de rugzak. Ze zijn verbonden met een intern infuus in Tinekes bovenarm. Haar man hangt later op de middag zelf de voeding eraan. Dat kunnen ze inmiddels wel. Langzaam vullen de lijnen zich met vocht.

Daarna rijdt Appelhof naar Hilversum. Haar volgende cliënt – een man van 76 – lag na darmoperatie negen maanden in het ziekenhuis. Inmiddels is hij thuis, met een stoma. Het eten dat hij binnenkrijgt, gaat vrijwel direct de stomazak in waardoor het lichaam te weinig tijd heeft voedingsstoffen op te nemen. En dus krijgt ook hij bijvoeding via een infuus. ’s Ochtends halen de verpleegkundigen hem los, ’s avonds koppelen ze hem weer aan.

Met een antiseptische oplossing spuit Appelhof de infuuslijn schoon. De vetten en suikers in de voeding kunnen tot ontstekingen leiden. Appelhof schrijft in de zorgmap op wat ze gedaan heeft. Dan weten haar collega’s dat ook. „Zo kunnen we elkaar ook controleren.”

De wijkverpleegkundige ziet acht tot tien cliënten per dag. Vandaag heeft ze er vier, daarna moet ze op kantoor helpen met de planning. Dat doen de verpleegkundigen om de beurt. Dat plannen is nog niet zo makkelijk, vertelt Appelhof, want ze zijn gebonden aan de aard van de handelingen. Sommige dingen moeten nu eenmaal ’s ochtends gebeuren, andere ’s avonds.

Spierdystrofie

Niet alle cliënten van Appelhof wonen thuis. Sommigen, zoals Stefan (33), liggen in een verzorgingshuis. Hij heeft de ziekte van Duchenne, een vorm van spierdystrofie. Het specialistisch team komt twee keer per week langs om zijn infuus te controleren of te vervangen.

Stefan ligt in bed. Om hem heen staan apparaten en schermen. Aan het hoofdeinde van zijn bed hangt een cassette met morfine. Appelhof haalt de oude naald uit Stefans arm en plaatst een nieuwe in zijn borst. Ze stelt de pomp af op de juiste dosering. Als Stefan erge pijn heeft kan zijn verzorger op de ‘dosisknop’ drukken, vertelt Appelhof. Dan krijgt hij een beetje extra.

De ziekte is dodelijk. „Het enige wat ik kan doen is zijn situatie iets draaglijker maken”, zegt Appelhof. Het is solistisch werk, waar veel ervaring en kennis voor nodig is, zegt ze. „Je moet de handelingen vaak uitvoeren om er bekwaam in te zijn. Daarom kan een reguliere wijkverpleegkundige deze zorg niet overnemen: zij hebben misschien twee keer per jaar een cliënt die bijvoeding nodig heeft. Wij soms wel vier per dag.”

Morfine

De laatste stop van de dag is bij een man van 65 jaar met kanker. Hij ligt in bed in de huiskamer, de gordijnen zijn dicht. De man is uitbehandeld en krijgt dagelijks een specialistisch verpleegkundige op bezoek. Appelhof is er voor de palliatieve sedatie: toedienen van morfine en slaapmiddel in de laatste levensfase. Dit type zorg is een van haar belangrijkste taken.

De patiënt verliest langzaam het bewustzijn, legt Appelhof uit aan de familie. Het is belangrijk dat jullie kalm zijn in zijn buurt, anders wordt hij onrustig. Ze plaatst een katheter, zodat de man niet wakker zal worden van de aandrang om te plassen.

„Hoe lang gaat het duren?”, vraagt een van de familieleden. „Dat durf ik nooit te voorspellen”, zegt Appelhof. „Een paar uur tot een paar dagen.”