Wat gaat er mis in mijn slimme huis?

Illustratie Tjarko van der POL

Sinds een paar maanden hebben we een Amerikaanse huisgenote. Zij kent haar plek: het bijzettafeltje in de hoek van de kamer. Zij is de Amazon Echo, roepnaam Alexa.

Alexa ziet er uit als de cadeauverpakking voor een halve liter whisky en ze is kunstmatig intelligent. Zeg bijvoorbeeld „Alexa, play NPO Radio 2” en ze schakelt de radio in. Of vraag „Alexa, what is 12 times 32?” en ze maakt de som hardop via de ingebouwde speaker. Ze kan boodschappen bestellen (bij Amazon), lampen bedienen, het nieuws voorlezen, je agenda beheren, kerstliedjes afspelen of een flauwe mop vertellen.

Zulke trucjes zijn niet nieuw of revolutionair. Denk aan Apple Siri, Google Now of Microsoft Cortana, de virtuele assistenten van de concurrentie. Alexa heeft als voordeel dat je er geen telefoon of tablet voor nodig hebt. Zeven microfoons luisteren naar iedereen die haar roept. Als ze nadenkt of informatie verwerkt, draait er een blauw lampje op de 23 centimeter hoge koker.

Zo werkt Amazon Echo volgens een promotiefilmpje van Amazon:

Amazon aast net als andere techbedrijven op een centrale plek in onze smart homes – huizen waarin beveiliging, verlichting, verwarming en entertainment bediend worden via internet. Er zijn nu wereldwijd ongeveer 100 tot 200 miljoen van dat soort ‘verbonden’ huizen. Over vijf jaar is dat aantal verdrievoudigd, denkt onderzoeksbureau Gartner.

Wordt het leven er echt makkelijker op, in zo’n slim huis? Dat valt tegen. Na drie jaar lang prutsen met slimme thermostaten, intelligente lampen, meedenkende settopboxen en oplettende bewakingscamera’s is het nog altijd behelpen in mijn smart home. Wat gaat er mis?

1. De systemen werken niet samen

Elke fabrikant ontwikkelt zijn eigen smaak van ‘smart’, in de hoop meer gadgets van het eigen merk te verkopen. Samenwerking is ver te zoeken. Zo wil de Amazon Echo niets weten van de concurrerende muziekdienst Spotify – de eigen muziekdienst heeft de voorkeur. Apple heeft dezelfde vooroordelen.

Er zijn wel allemansvrienden, zoals de gekleurde lampen van Philips Hue. Hue werkt met de Echo, thermostaten Nest en Toon en Apples HomeKit. In theorie, dan. In de praktijk worden niet alle lampen en instellingen herkend door software.

2. Bruggen bouwen is moeilijk

Veel smart home-apparatuur vergt inschrijving bij wéér een nieuwe webdienst, en wéér een nieuwe app op je telefoon. Zowel Nest als Netatmo hebben apps voor meerdere producten, maar alleen van hun eigen merk.

IFTTT (If This Then That) is een handige webdienst die een brug slaat tussen apps en hardware van verschillende leveranciers. Als je je werk verlaat, gaat de verwarming vast aan en krijgt je vrouw een mailtje. Leuk voor early adopters, te nerdy voor de gemiddelde consument.

Een recept in IFTT: de webdienst die apps en hardware van verschillende leveranciers kan koppelen.

 

3. Een dure afstandsbediening

Het is grappig om je lampen via de thermostaat of de tv te bedienen. Praktisch? Welnee. Veel smart toepassingen zijn niet meer dan een dure afstandsbediening. Zelfs de geavanceerde algoritmes in een thermostaat als Nest voegen weinig toe aan een goed geïsoleerd appartementencomplex met stadsverwarming.

Ik zwichtte voor de Toon, die ‘24/7 inzicht’ belooft in mijn energieverbruik. Er zijn vijf reparateurs langs geweest om een hardnekkige foutmelding te repareren: er is geen inzicht in het warmteverbruik. Wel kwam er een veel hogere energierekening dan normaal.

Toon toont de weersverwachting, files en het gemiddeld gebruik van je buren op het scherm. Het enige waar ik hem voor gebruik is Aan en Uit, zoals ik dat vroeger ook deed met mijn thermostaatknop.

4. Babylonische spraakverwarring

Het gebruik van Amerikaanse diensten in een Nederlands huis is niet ideaal. Amazon Echo snapt geen Nederlandstalige opdrachten, de Nederlandse Siri begrijpt meestal geen Engelstalige namen. Je moet weten welke woorden je moet gebruiken in je opdrachten. Bij Philips Hue vraag je aan Siri: „Activeer Scene X” en aan Amazon: „Alexa, trigger dim all the lights.” De Nederlandse taal is voor grote techbedrijven niet belangrijk genoeg om de spraakverwarring op korte termijn te verhelpen.

5. Een crime voor gasten

Een smart home aan de praat krijgen is één ding. De werking aan logés of de oppas uitleggen is nog moeilijker. Het aanzetten van de tv („dus eerst de settopbox, dan het scherm, dan de HMDI-knop en dan de versterker”) is er kinderspel bij.

Wen er maar aan: voorlopig nog veel verschillende apps in je smart home.

6. Een loerend oog

Ook populair in het smart home: bewakingscamera’s. Nest en Netatmo maken camera’s die bij elke beweging een notificatie geven naar je smartphone. Je wordt onrustig van al die meldingen en voor huisgenoten is het niet prettig, zo’n loerend oog in huis dat bij elke beweging (of geluid) stil alarm slaat. Zorg dat je die beveiligingscamera’s zelf ook goed beveiligt; voor je het weet kijken er meer mensen mee.

7. Pittige maandbedragen

Een abonnement op de Nest data- dienst (voor de opslag van video) kost tien euro per maand. Duur? KPN vraagt 19 euro per maand voor het SmartLife bewakingspakket. Onderzoeksbureau Gartner verwacht dat de breedbandproviders voor meer eenheid zullen zorgen in het smart home. Centrale punten (‘hubs’) en bijpassende apparaten die meteen werken, zonder avonden te hoeven prutsen met instellingen.

Is het allemaal slecht? Zeker niet. Ik vond de Amazon Echo (niet in Nederland verkrijgbaar) een van de beste gadgets. Amazons virtuele assistent leert wekelijks nieuwe trucjes waar voor je geen software hoeft te updaten – het gebeurt allemaal aan de ‘achterkant’, op de Amazon-servers. Zodra deze hulp in de huishouding een beetje Nederlands spreekt en snapt hoe alle apparaten werken, kan ze een aanwinst zijn – nu is het een bemoeizuchtige internetradio.

Nog een les: verwacht niet te veel van je smart home – geloof niet wat fabrikanten beloven. Een verbonden huis is niet perse slim; een gesprek met de oven of de koelkast voegt weinig toe aan je leven.