Van Hove laat Bowies universum zinderen

Maandagavond ging in New York ‘Lazarus’ in première, de muziektheatervoorstelling van David Bowie, in regie van Ivo van Hove.

‘Lazarus’: Michael C. Hall (l.), Cristin Milioti en Michael Esper Foto Jan Versweyveld

Deze gekte zijn ze niet gewend, bij de New York Theatre Workshop, een experimenteel theatertje in East Village, New York, met slechts 200 stoelen. Al acht keer maakte regisseur Ivo van Hove hier een theaterproductie, maar niet eerder stonden er een uur voor ‘opening night’ tenminste honderd mensen achter dranghekken bij de onopvallende entree aan 4th Street.

Van Hoves nieuwe regie hier kostte een miljoen dollar, en is voor een groot deel gefinancierd door een commercieel producent. Binnen drie uur was de hele speelreeks uitverkocht. Reden van de reuring: David Bowie. Met toneelschrijver Enda Walsh ontwikkelde de wereldster het scenario voor Lazarus, een theaterproductie die draait om zijn muziek. Bowie maakte nieuwe arrangementen van bestaande nummers, en schreef vier gloednieuwe songs voor deze psychedelische rockmusical over de gekwelde alien Thomas Newton, metafoor voor de dolende mens.

Lees ook ons interview met acteur Michael C. Hall: ‘Ivo laat duidelijk merken of het goed is wat je doet of niet’ 

Newton is Bowie dierbaar: de popster speelde het personage zelf in 1976 in de film The man who fell to earth, naar het gelijknamige boek van Walter Tevis uit 1963. Lazarus is het vervolg: we zien Newton dertig jaar later terug, verlaten door zijn grote liefde Mary Lou, niet in staat te sterven, of terug te keren naar zijn planeet, en hopeloos verslaafd aan tv en gin. In de strenge, sobere ruimte die zijn appartement voorstelt: bed links, koelkast rechts, levensgroot beeldscherm in het midden, speelt acteur Michael C. Hall hem mooi geïmplodeerd, met hangende schouders en holle ogen.

Zeven musici achter een glaswand vertolken Bowie-songs, passend bij een scène, een sfeer of een gevoel. Bekende nummers, waaronder Changes en Life on Mars, kregen rijke instrumentaties met blazers en koortjes, of werden juist doeltreffend kaal gestript. Hall heeft een krachtige zangstem, die in de iets geknepen uithalen aan die van Bowie doet denken. Lazarus zindert direct waar Bowies invloed voelbaar wordt: bij elke bekende frase, iedere geliefde noot – de eerste tonen van This is not America, het refrein van Heroes, golft de opwinding door de zaal.

Potsierlijke plotlijn

Bowies totaalcompositie brengt cohesie in het vreemdsoortig amalgaam van de tekst. Walsh creëerde een mozaïek van verhaallijnen: sommige sterk, andere ronduit kitsch. De met alcohol doordrenkte implosie van Newton is pijnlijk om aan te zien. Ook zijn wanhopig redderende assistente Elly weet te raken: dit spichtige, bange meisje is net zo verloren als hij. Maar over dat aangrijpende realisme legt Walsh een potsierlijke plotlijn over een rondspokend meisje, dat Newton weer leert hopen, en de diabolische bad guy Valentine (Michael Esper), die erop uit is ‘de liefde te vermoorden’.

Esper is een intrigerend acteur, die met een heerlijk boosaardige versie van Valentine’s Day de pathos ver overstijgt. Dat is helaas anders bij het spookmeisje, de 14-jarige Sophia Anne Caruso, die het melodrama soms laat ontaarden in Disneykitsch. Waar het musicalgehalte toeneemt, verliest de voorstelling sowieso aan kracht: Milioti, Hall en Esper stellen de zang in dienst van hun personage, andere performers hanteren domweg de musicalmegafoon.

Van Hove en scenograaf Jan Versweyveld slagen er met een imposant totaalkunstwerk van decor, licht en video bijna in deze zwaktes te maskeren. De lenige scenografie springt soepel van de uitvergrote wanen in Newtons hoofd naar de kil belichte werkelijkheid, en door naar de lieve, kinderfantasie van ontsnappen naar de sterren per raket. Dit kameleontische kunstwerk, een nieuwe stap in hun succesvol-symbiotische samenwerking, vormt de perfecte bedding voor Bowies hypnotiserende universum. Breed lachend en hand in hand met Van Hove, nam Bowie zijn applaus in ontvangst.