Trump verdeelt VS en speelt de terroristen in de kaart

Zondagavond probeerde president Obama de Amerikaanse bevolking ervan te overtuigen niet toe te geven aan de angst die terroristen proberen te zaaien. Maandagavond werd die opzet luidruchtig doorkruist door Donald Trump, de koploper in de strijd om de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen van 2016.

De dreiging van terrorisme is reëel, maar we zullen haar bedwingen, verzekerde de president in een toespraak vanuit de Oval Office. Hij reageerde daarmee op de aanslag op 2 december in San Bernardino, waarbij twee geradicaliseerde moslims, geïnspireerd door Islamitische Staat, in een gezondheidscentrum 14 mensen doodschoten en 21 anderen verwondden.

„We zullen IS vernietigen”, verzekerde Obama. Hij zette punt voor punt uiteen wat zijn strategie is. Wat niet helpt, waarschuwde hij, is „stoere taal, het opgeven van onze waarden of het toegeven aan angst. Daarop hoopt Islamitische Staat.” Amerikanen moeten zich vooral niet tegen elkaar laten opzetten en „deze oorlog niet laten definiëren als een oorlog tussen Amerika en de islam”.

Maar in de Verenigde Staten is de campagne voor de presidentsverkiezingen al volop aan de gang, ook al zijn de eerste voorrondes pas begin volgend jaar. En stoere taal, het opgeven van Amerikaanse waarden (als respect en rechtsgelijkheid) en het aanwakkeren van angst zijn precies de ingrediënten van de campagne van Trump, die daarmee steeds alle aandacht op zich weet te vestigen en zo zijn rivalen in de peilingen ruimschoots voor blijft.

Illegale immigranten uit Latijns-Amerika zette Trump eerder weg als gewelddadige criminelen, maar moslims heeft hij pas sinds de aanslagen in Parijs in zijn vizier. Hij stelde onlangs voor een database aan te leggen met alle moslims in Amerika. Maandag riep hij zelfs op tot een „volledig en totaal” verbod voor moslims om de Verenigde Staten binnen te komen. „We hebben geen keus”, verzekerde hij zijn enthousiaste publiek in South Carolina.

Maar een keus hebben de Amerikanen wel degelijk, te beginnen met de Republikeinen straks bij de voorverkiezingen. Kiezen ze voor een kandidaat die het reële gevaar van terrorisme opblaast en een complete bevolkingsgroep verdacht maakt? Of luisteren ze, ondanks hun begrijpelijke angst, naar de stem van de rede?

Obama werd na zijn toespraak verweten dat hij niet hard genoeg was. Bedoeld werd dat hij meer harde taal had moeten bezigen en meer bombardementen beloven. Maar Obama was op een andere manier niet hard genoeg. Hij had nog veel harder moeten benadrukken dat de verdeeldheid die politici als Trump zaaien de Amerikaanse samenleving bedreigt en terroristen in de kaart speelt.