Oekraïense militie: beschuldiging laster

Schilderijen die in 2005 uit het Westfries Museum zijn geroofd, zijn opgedoken in Oekraïne, bij een extreem-rechts vrijwilligersbataljon.

Foto ANP

1 Was het handig van het museum om het nieuws naar buiten te brengen dat de geroofde kunstwerken in handen zijn van een Oekraïense militie?

Volgens de gemeente Hoorn zijn er inmiddels signalen dat de militie de geroofde schilderijen probeert te verkopen. Ze zouden per stuk aangeboden worden aan potentiële kopers binnen en buiten Oekraïne. De gemeente Hoorn en het museum zijn bang dat de collectie op deze manier uit elkaar valt.

De media inschakelen is bedoeld om potentiële kopers af te schrikken en duidelijk te maken dat de werken internationaal geregistreerd staan als gestolen waar.

2 Wat is de rol van Buitenlandse Zaken bij het terugkrijgen van de werken?

De gemeente Hoorn wilde in juli dit jaar deze zaak eerst met behulp van een particuliere kunstdetective proberen op te lossen. Toen die niet verder kwam, riep de gemeente in september de hulp in van Buitenlandse Zaken. Er zijn gesprekken gevoerd op het hoogste politieke niveau, tot aan de Oekraïense president toe. De Oekraïense autoriteiten zeggen toe alles in het werk te zullen stellen om de werken terug te bezorgen aan Nederland. Volgens Buitenlandse Zaken ligt de bal nu dus bij Oekraïne.

3 Hoe kan het dat de waarde van de werken is gedaald van 10 miljoen euro naar 5 ton?

Kort na de kunstroof schreven de kranten dat de waarde van de 24 gestolen schilderijen en de 70 stukken zilverwerk zo'n 10 miljoen euro bedroeg. Dit getal zou genoemd zijn door het museum. Maar de toenmalige museumdirecteur Ruud Spruit zegt dat dit niet zo is. De waarde ligt volgens hem rond de 1,5 miljoen euro.

De gemeente Hoorn zegt dat de werken maximaal 1,3 miljoen euro waard zijn, maar alleen als ze nog in goede staat zijn. De verwachting is dat dat niet het geval is. Dan zijn de werken nog hooguit 5 ton waard. Kenners van de internationale kunstmarkt zijn het eens met die taxatie.

4 De gestolen kunstcollectie is in bezit van het extreem-rechtse vrijwilligersbataljon OOeN in het oosten van Oekraïne, aldus het museum. Wat stelt dat bataljon voor?

Het vrijwilligersbataljon OOeN speelt geen grote rol in Oekraïne. Het korps is vernoemd naar de Organisatie van Oekraïense Nationalisten die na de Eerste Wereldoorlog streed voor een nationale staat. De OOeN baseerde zich daarbij op een fascistische ideologie. Na de Maidanrevolte tegen toenmalig president Janoekovitsj, toen de Krim door Rusland werd geannexeerd en Moskou in de Donbas een afscheidingsoorlog ondersteunde, richtten rechts-nationalistische activisten in naam van de OOeN een vrijwilligersbataljon op dat de wapens opnam tegen de pro-Russische separatistische milities.

In mei dit jaar is het OOeN-bataljon opgenomen in de reguliere Oekraïense krijgsmacht en niet langer autonoom. Volgens het bataljon maken de Nederlandse media die de militie van kunstdiefstal betichten zich schuldig aan „laster”.

5 De commandant bij de militie die de kunst aanbood, Borys Humeniuk, staat onder leiding van Oleg Tjagnibok, partijleider van Svoboda. Wat is dat voor partij?

Het rechts-nationalistische Svoboda (Vrijheid) is opgericht in 1991. Svoboda ijvert voor eerherstel van nationalistische strijders die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerden met de Duitsers en na de oorlog doorvochten tegen het Sovjetleger.

Bij de parlementsverkiezingen van 2012 haalde Svoboda 10 procent van de stemmen. Er zijn aanwijzingen dat toenmalig president Viktor Janoekovitsj de partij heimelijk steunde omdat hij dacht profijt te hebben van een radicale rechts-nationalistische partij die stemmen zou wegtrekken bij de gematigder oppositie.

Bij de parlementsverkiezingen van 2014 haalde Svoboda de kiesdrempel van 5 procent niet. Sindsdien leidt ze politiek gezien een marginaal bestaan en richt ze zich weer op harde buitenparlementaire actie.