Meer racisme, minder gescheld

Er werden vorig jaar 26 procent meer incidenten van racisme gemeld dan in 2013, in Gouda de meeste. Rotterdammers zijn de ergste schelders.

Er zit een Bulgaar in een bar. In gebrekkig Nederlands bestelt hij een fluitje. De man naast hem zegt dat hij Nederlands moet praten, en „jij niet begrijpen kutbulgaar”. Een week later komen de klanten elkaar opnieuw tegen. „Ga terug naar Bulgarije”, begint de schelder weer. Even later slaat hij de Bulgaar met een klomp op het hoofd.

Een voorbeeld uit het gisteren gepresenteerde onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, in opdracht van de Anne Frank Stichting. De politie heeft vorig jaar 26 procent meer incidenten geregistreerd waarbij racisme een rol speelt, dan in 2013, blijkt daaruit. In 2014 waren er 2.764 incidenten met een racistisch karakter, vergeleken met 2.189 een jaar eerder.

Gouda is de stad met de meeste racistische incidenten, op de voet gevolgd door Den Haag. Waarom juist dáár, weten de onderzoekers niet. In Hof van Twente in Overijssel en in Castricum in Noord-Holland worden het minst vaak meldingen van racisme gedaan.

Moskee en hakenkruis

De onderzoekers keken in het systeem van de politie waar combinaties van bepaalde trefwoorden, zoals ‘moskee’ en ‘hakenkruis’ voorkwamen. Die meldingen werden vervolgens geanalyseerd. „Het politieke en maatschappelijke klimaat is gepolariseerd, en dat zou volgens ons een verklaring kunnen zijn voor de toename”, zegt onderzoeker Willem Wagenaar, die gespecialiseerd is in extreemrechts. „Bij incidenten met extreemrechts zie je bijvoorbeeld dat die voor het overgrote deel verband houden met de polariserende samenleving.” Het gaat bijvoorbeeld mis tijdens demonstraties voor Zwarte Piet.

Na de ‘minder, minder’-uitspraak van Geert Wilders, in maart 2014, zijn er in totaal 3.600 meldingen gedaan bij de politie van racisme. „Dat hebben we in dit rapport meegeteld als één incident.”

Tegelijkertijd neemt het aantal racistische scheldpartijen waarvan bij de politie melding wordt gemaakt, juist heel erg af. „Die daling is al langer aan de gang”, zegt Willem Wagenaar. „Het enige wat wij als verklaring kunnen bedenken, is dat scheldwoorden ook modeverschijnselen zijn. Misschien is een scheldwoord als ‘jood’ nu minder populair dan een paar jaar geleden.” In 2013 waren er 1.346 meldingen van racistische scheldpartijen en vorig jaar 825. In 2013 waren er 872 meldingen van antisemitisch schelden en een jaar later 710.

De meldingen van scheldpartijen worden in het rapport niet geschaard bij racistische of antisemitische incidenten. Als dat wel was gedaan, zou het totaal aan racistische meldingen juist zijn afgenomen. „We noemen schelden apart omdat het een vertekend beeld zou kunnen geven: van schelden doen mensen minder snel aangifte, maar tegelijkertijd schelden mensen wel heel veel.”

De meeste scheldincidenten zijn in Rotterdam. Een geliefd voorvoegsel is het woord kanker: „kankerneger”, „kankerturk”, of „kankernederlander”. Ook genoemd: „kutmarokkaan” en „kaaskop”.

Het is opmerkelijk dat bij schelden tegen moslims 11 procent van de verdachten een Turkse achtergrond en 15 procent een Marokkaanse achtergrond heeft. Dat lijkt tegenstrijdig. Dat kan volgens Wagenaar liggen aan de manier van registreren. „Stel iemand zegt ‘rotmoslim’, en een Turkse meneer geeft de schelder vervolgens een knal. Dan staat de Turkse meneer toch geregistreerd als verdachte.” Dader- en slachtofferrol lopen hier door elkaar heen. „Het slachtoffer van discriminatie wordt dader van een ander delict.”

Confrontatie

Je kunt volgens Wagenaar duidelijk onderscheid maken tussen racistische zaken en antisemitische zaken. „Antisemitisme is vaker iets wat wordt aangegrepen om de confrontatie aan te gaan, in plaats van iets dat er in een ruzie bij wordt gehaald. „Wat je bij racisme heel vaak tegenkomt, zijn ruzies die bijvoorbeeld beginnen in het verkeer, met een kleine aanrijding, en die uitmonden in een racistische scheldpartij.

Antisemitisme wordt minder vaak gemeld dan racisme. In 2013 waren er 61 gevallen van intentioneel antisemitisme en in 2014 was dat opgelopen tot 76.