Laat de Britten dan uit de EU stappen als ze zo graag willen

Sterk staaltje Britse arrogantie: dreigen met ‘Brexit’. Maar wij moeten geen concessies doen, vindt Adriaan Schout.

illustratie marian kamensky

De Britse regering dreigt: ‘Europa’ moet veranderen, anders stappen we eruit. Deze dreigementen klinken al heel lang maar oplossingen komen niet dichterbij. Duidelijk is wel dat, ongeacht de uitkomst, het Britse referendum enkel verliezers kan hebben.

Een deel van de Britse wensen heeft niets om het lijf. De rest varieert van onduidelijk tot schadelijk voor de eurozone. De vurige debatten over veranderingen gaan hoofdzakelijk over politieke emoties thuis. Hun lidmaatschap staat kennelijk zó op losse schroeven dat ze net zo goed nu kunnen opstappen. Gevaarlijker is het om concessies te doen die de eurozone kunnen schaden. Zoals zo vaak met dreigementen: niet op ingaan.

Premier Cameron wil in de eerste plaats dat er geen onderscheid ontstaat tussen de eurolanden en de landen met een eigen munt. Voor de Britten draait de EU om de interne markt en ze willen niet dat de eurozone een soort eersterangs EU wordt. De Britse regering accepteert niet dat een gezonde euro de hoogste prioriteit is voor de eurolanden.

Elk beleid zal door de eurolanden worden getoetst aan de gevolgen voor de euro. De Britten zien bijvoorbeeld bankregulering als een intern marktdossier. Voor de eurozone vormen banken vooral een systeemrisico dat ingeperkt moet worden. Jammer voor de Britten, maar ze zitten niet in de euro en dus kunnen ze hun uitgangspunten ook niet aan de eurozone opdringen.

De tweede concessie die de Britten willen afdwingen is de erkenning dat concurrentiekracht hét uitgangspunt van de EU moet zijn. Deze droevige eis miskent dat EU-beleid al lang getoetst wordt aan meerdere criteria, waaronder invloed op de mondiale concurrentiekracht. Grootschalige dereguleringsoperaties staan hoog op de agenda en EU-beleid is erkend van hoge kwaliteit. Bewijs dat EU-beleid ondermaats is, hebben de Britten niet kunnen leveren. Daarnaast probeert de EU ook andere doelstellingen, zoals duurzaamheid, mee te wegen.

Een Brits dictaat van concurrentiekracht is onaanvaardbaar omdat het geheel aan Europese landen misschien wel andere, mogelijk zelfs rijpere, afwegingen wil maken, zoals bijvoorbeeld over bankregulering.

De derde set van eisen betreft Europese symbolen. Hier wordt het al snel technisch en zinloos. Cameron wil de verwijzing naar de ‘ever closer union’ uit het Verdrag schrappen. Deze drie woorden zijn vorig jaar al uitgekleed met de verklaring van de Europese Raad dat ze geen specifieke betekenis hebben. De Britten willen ze echter symbolisch schrappen. Ook willen ze dat nationale parlementen een rode kaart kunnen geven aan de Europese Commissie om zo beleidsinitiatieven te stoppen. De rode kaart moet nationale parlementen een gevoel van controle geven. Cameron gelooft in ‘soevereiniteit’ van het Britse parlement en wil dat de Britse burger via de rode kaart het vertrouwen in de EU herwint. Er zijn al gele en oranje kaarten, maar ik heb nog nooit een burger ontmoet die daar een pro-EUgevoel van heeft gekregen. Belangrijker dan een symbool van nationale eigenwaarde is dat rode kaarten schadelijk kunnen zijn voor de eurozone.

Als de rode kaart zou kunnen werken, dan zullen onder andere Frankrijk en Italië die graag gebruiken om wetgeving tegen te houden die juist nodig is om de eurozone te liberaliseren. Een rode kaart kan slecht uitpakken voor de interne markt, waar hervormingen nodig zijn, maar de schade voor de eurozone kan nog veel groter zijn. Trouwens, deze claims betekenen Verdragsherzieningen – en dus kansloze referenda in bijvoorbeeld Nederland. Much ado about nothing.

Het laatste hervormingsveld betreft de behandeling van arbeidsmigranten. Eisen op dat gebied kunnen het vrije verkeer van werknemers schaden. Dit is slecht voor de interne markt, maar nog slechter voor de eurozone. Vrij verkeer van personen is nodig om ervoor te zorgen dat werklozen uit het ene land kunnen werken in het andere land.

Als vrij verkeer wordt beperkt, is een sociaal vangnet in de eurozone nodig, en dat is onhaalbaar. Dat de eurozone arbeidsmobiliteit nodig heeft, laat Cameron koud want hij distantieert zich van de euro. De wens van de Britten tot inperking van de arbeidsmobiliteit komt voort uit achterstallige hervormingen van hun eigen welvaartsstaat en uit de weerstand van UKIP tegen Oost-Europese werknemers. Dit mag Cameron niet op de eurozone afwentelen. Het typeert de Britse arrogantie dat ze denken dat ze soeverein zijn, dat andere lidstaten niet uit zouden zijn op zinvolle concurrentie, en dat ze zichzelf wel maar andere lidstaten niet zien als global player. De discussie zegt veel over de Britten en weinig over de EU. Als Cameron dreigt met exit, dan so be it.