Koerdenparlement in Syrië als kunst

In Rojava in Noord-Syrië bouwt kunstenaar Jonas Staal een parlement voor de Koerden.

Aanleg van het parlement van Rojava in Derîk, Noord-Syrië, enkele weken geleden.

Eigenlijk had Jonas Staal (1981) vorige week al met de bewoners van de stad Derîk in Noord-Syrië willen vieren dat de bouw van hun nieuwe parlement was afgerond. Maar de volksbeschermingseenheden van Rojava, zoals deze autonome Koerdische regio heet, hadden de bouwkranen nodig voor de nieuwe frontlinie met Islamitische Staat. Dus is de opening een paar dagen uitgesteld en kon het feest vandaag eindelijk worden gevierd. „Het conflict in de regio heeft veel impact op ons werk hier”, zegt Staal, die sinds drie maanden in Rojava verblijft. „Het is moeilijk om beton en staal langs de frontlinies te krijgen. Turkije beschouwt Rojava als een terroristische ministaat en heeft een embargo afgedwongen. Dat maakt transport in en uit Rojava bijna onmogelijk.”

In 2012 richtte de Nederlandse kunstenaar de New World Summit op, een samenwerkingsverband van kunstenaars, architecten, vormgevers en filosofen dat op diverse plekken in de wereld bouwt aan ‘alternatieve parlementen’ voor stateloze organisaties. Op kunstmanifestaties in onder meer Berlijn en Brussel nodigde Staal vertegenwoordigers uit van regio’s die op ‘zwarte lijsten’ staan, zoals Baskenland, Azawad, West-Papoea en Koerdistan. Zo kwam Staal in contact met Amina Osse, de minister van Buitenlandse Zaken van Rojava, die hem uitnodigde naar Syrië te komen om ook daar een ruimte voor debat te ontwikkelen – geen tijdelijk parlement in een kunstruimte, maar een permanent publiek gebouw.

Met de winter voor de deur is de basis van het parlement nu gereed. De cirkelvormige betonnen bankjes, gebaseerd op het democratische model van de Griekse agora, zijn af. De metalen bogen, met daarop teksten als ‘seksegelijkheid’, ‘zelfverdediging’ en ‘sociale ecologie’, staan overeind. De officiële inauguratie is half april gepland. Dan is ook het omliggende park aangegroeid en zullen de handbeschilderde tentdoeken, met daarop de vlaggen van de verschillende bewegingen die samen het zelfbestuur van Rojava vormen, het dak sieren. ‘Ideologische architectuur’, noemt Staal het ontwerp zelf.

De productiekosten worden voor de helft gedekt door het Koerdische zelfbestuur, maar ook het Nederlandse Mondriaan Fonds droeg bij aan de bouw. Het Van Abbemuseum heeft zojuist de maquette aangekocht. „Dat betekent dat wij door kunnen met de bouw”, zegt Staal. „We werken vooral met arbeiders en ontwikkelaars uit de directe omgeving. Mensen hebben hier de neiging nergens geld voor te vragen, maar we betalen iedereen. De bouw van het parlement moet de regio in alle opzichten sterken.”

Het enthousiasme is overweldigend, vertelt Staal. „In de Koerdische revolutie zijn kunst en politiek met elkaar verbonden. Decennialang is de Koerdische taal verboden. Het voordragen van een Koerdisch lied of gedicht werd daardoor automatisch een politieke handeling, een daad van verzet. Het parlement dat wij hier bouwen, wordt ook als zodanig begrepen. Het is een politieke plek waar congressen en demonstraties kunnen plaatsvinden, maar het is ook een monument, een sculptuur, een symbool, een plek voor muziek en theater.”

In het werk van Staal zijn kunst en politiek al meer dan tien jaar nauw met elkaar verweven. „In onze democratie mag je als kunstenaar alle taboes doorbreken en alles bevragen maar niets veranderen. Wanneer je, zoals ik, politieke verandering bepleit, word je ‘activist’ of, erger, ‘propagandist’ genoemd. Lang is kunstenaars gezegd: Sois belle et tais-toi – houd je mond en wees mooi. Die tijd is wat mij betreft definitief voorbij. Onze taak is niet om kunst te maken in de wereld zoals die is, nee, wij willen een wereld maken. Rojava heeft mij bewezen dat dit mogelijk is.”