Hoorn probeert gestolen kunst terug te krijgen uit Oekraïne

Het Westfries Museum in Hoorn hoopt met publiciteits-offensief gestolen schilderijen uit ‘schimmige kringen’ in Oekraïne terug te krijgen.

‘We hebben aanwijzingen dat de Oekraïense milities die de 24 uit ons museum geroofde schilderijen hebben, de doeken ook aan andere partijen te koop aanbieden. Daarom zoeken we nu de publiciteit, om bekend te maken dat het om roofkunst gaat, die wij graag terugkrijgen.” Dat vertelde de directeur van het Westfries Museum in Hoorn, Ad Geerdink, gisteren op een persconferentie in het museum.

Lees ook: Geroofde schilderijen Westfries Museum in Oekraïne

Tien jaar lang waren de in 2005 uit het Westfries Museum geroofde kunstwerken onvindbaar. Deze zomer doken ze ineens op in Oekraïne. Een plaatsvervangend commandant van een extreem-rechtse vrijwilligersmilitie in Oost-Oekraïne die tegen de Russen vecht, Borys Humeniuk, zegt de kunst te hebben.

In 2005 werden 24 schilderijen en 70 stukken zilverwerk uit de zeventiende en achttiende eeuw gestolen. Een van de gestolen schilderijen, Rebecca en Eliëzer (1629) van Jan Linssen, werd begin 2014 door een rechercheur ontdekt op een mysterieuze Oekraïense website. In juli van dit jaar meldden zich op de Nederlandse ambassade in Kiev twee personen namens het vrijwilligersbataljon Saint Mary die beweerden dat hun militie alle geroofde kunstwerken in haar bezit had. Zij toonden een foto van een van de schilderijen met een recente Oekraïense krant erbij. De militie verklaarde de werken over te willen dragen aan Nederland, maar wel buiten de Oekraïense autoriteiten om.

De gemeente Hoorn en het museum schakelden kunstdetective Arthur Brand in om de schilderijen terug te krijgen. Bij zijn eerste contact met de Oekraïners begin augustus bleken die de waarde van de schilderijen veel te hoog in te schatten op 50 miljoen euro. Zij verlangden een vindersloon van 5 miljoen euro. Brand heeft ze met een taxatierapport voorgespiegeld dat de waarde niet meer dan 500.000 euro kon zijn, omdat de werken beschadigd zijn. „Tien jaar opgerold zijn doet de werken geen goed”, zei museumdirecteur Geerdink gisterochtend op de persconferentie.

Brand heeft namens de gemeente een onkostenvergoeding aangeboden, maar heeft nooit een reactie op dat aanbod gekregen. De burgemeester van Hoorn, Yvonne van Mastrigt, was ook op de persconferentie: „Ons doel is de doeken voor ons museum terug te krijgen. Omdat we signalen kregen dat ze door de militie ook aan anderen te koop aangeboden werden, hebben we nu de publiciteit gezocht. Wij willen de markt kapotmaken, zoals dat heet. Wij willen dat iedereen weet dat het om gestolen kunstwerken gaat. En dat de waarde lang niet zo hoog is als de verkopers beweren. Op die manier willen we zorgen dat de schilderijen onverkoopbaar worden.”

Het museum en de gemeente hebben zodra ze hoorden van de vondst justitie en het ministerie van Buitenlandse Zaken ingeschakeld. „Wij kunnen als gemeente op dat diplomatieke niveau weinig doen. Maar Interpol is ermee bezig, en minister Koenders heeft de zaak op hoog niveau in Oekraïne aangekaart.” Die diplomatieke pogingen om de kunst terug naar Hoorn te krijgen, leverden tot nu toe weinig op.

Maar de ambassadeur van Oekraïne heeft gisterochtend nadat het nieuws bekend was geworden, wel contact gezocht met het museum. „Hij zei dat hij wil proberen de roofkunst terug te halen”, aldus museumdirecteur Geerdink.

Volgens museumdirecteur Geerdink en detective Brand is de kunst in „schimmige Oekraïense kringen” terechtgekomen. Vaststaat dat de plaatsvervangend commandant van het vrijwilligersbataljon van de ultrarechtse Organisatie Oekraïense Nationalisten (OOeN) die de kunst aanbood, Boris Goemenjoek, onder de leiding staat van de partijleider van de radicaal rechts partij Svoboda, Oleg Tjagnibok. Brand vermoedt dat ook het voormalig hoofd van de Oekraïense geheime dienst, Valentin Nalivaitsjenko, betrokken is.

Dat kan loze speculatie zijn. In Oekraïne is het in criminele kringen en milities gebruikelijk om te schermen met contacten in de hoogste regionen van de staat.

De militiemannen beweren de kunst gevonden te hebben in een villa van vrienden van de vorige Oekraïense president, die weer contacten heeft met Poetin. „Dat verhaal kunnen we niet controleren, maar wij vinden het wel verdacht dat het toevallig een vijand van de militie is, bij wie ze de kunst vonden”, aldus Brand.

In de onderhandelingen meldden de militiemannen ook het gestolen zilverwerk te hebben. Maar daarvan is geen bewijs geleverd.