Hoge Raad: ook geschilderde kinderporno is strafbaar

Volgens de Hoge Raad is de definitie voor realistische en levensechte afbeeldingen niet beperkt tot fotografie.

De Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag. Foto Lex van Lieshout/ANP

Geschilderde kinderporno is net als fotografie of videomateriaal waarop minderjarigen seksuele handelingen verrichten strafbaar. Dat heeft de Hoge Raad in Den Haag dinsdag bepaald.

Het is voor het eerst dat geschilderde kinderporno strafbaar wordt gesteld. De Hoge Raad laat daarmee twee uitspraken van de Amsterdamse rechtbank uit 2010 in stand. Daar werd vijf jaar geleden twee verdachten, onder wie een nu 64-jarige Zuid-Afrikaan die 27 schilderijen van pornografische afbeeldingen van minderjarigen in bezit had, veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen. De Zuid-Afrikaan had overigens ook pornografische foto’s en video’s van kinderen in zijn bezit.

Volgens de Hoge Raad kunnen de schilderijen doorgaan “voor realistische en levensechte afbeeldingen van bij die handelingen betrokken kinderen.”

“De definitie voor realistisch en levensecht is niet beperkt tot fotografie, [...] ondanks onwerkelijke details zoals in dit geval vleugels op de rug van een afgebeeld kind.”

Al eerder geanimeerde kinderporno strafbaar

In 2008 werd voor het eerst iemand veroordeeld voor het in zijn bezit hebben van cyberkinderporno - een animatiefilmpje waarin een virtueel kind seksuele handelingen verricht. Juridisch redacteur Folkert Jensma schreef daar toen over:

“De strafbaarheid zit in het effect dat het filmpje heeft: de verleiding, het aanmoedigen, het faciliteren van kindermisbruik. [...] De vraag of het om realistische beelden ging, beantwoorden volwassenen volgens de rechtbank in deze zaak met nee. Zij kunnen snel zien dat het een pornografisch poppenspel is. Alleen kinderen zouden dat niet kunnen.”

Volgens Jensma gaat de uitspraak van de Hoge Raad over de “grens tussen fictie en werkelijkheid”.

“Waar mag je je aan lustigen?”

Steeds serieuzer

Sinds 2002 is in de Nederlandse wet opgenomen, in artikel 240b van het wetboek van strafrecht, dat virtuele kinderporno verboden is. Dat werd ingevoerd om te voldoen aan het cybercrimeverdrag van de Raad van Europa, dat “realistic images” van kinderporno verbiedt. In het artikel staat:

“Degene (wordt gestraft, red.) die een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreidt, aanbiedt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert, verwerft, in bezit heeft.”

In eerste instantie werden door het toenmalige kabinet, Paars-2, bij de invoering van het artikel schilderijen, tekeningen, cartoons en strips buiten de “reikwijdte” van het artikel geplaatst. Het OM moest niet de verplichting krijgen altijd te moeten bewijzen dat er échte beelden waren gebruikt. Maar kinderporno werd naarmate de tijd verstreek steeds serieuzer genomen. Het oordeel van de Hoge Raad past volgens Jensma in dat patroon:

“In de jaren 80 werd kinderporno nog gezien als onderdeel van de seksuele bevrijding.”

Lees ook bij NRC: Nuttige namaakporno