Hoe Nederland robots de baas kan blijven

Vandaag presenteert de WRR een studie naar de gevolgen van robots op de maatschappij. Die levert een aantal moeilijke politieke vraagstukken op.

Ja, robots en kunstmatige intelligentie gaan waarschijnlijk allerlei banen ingrijpend veranderen en misschien zelfs vervangen. Maar nee, dat is geen reden voor angst: het gaat namelijk niet zo snel als veel pessimisten beweren. Bovendien bepalen mensen nog altijd zelf hoe ze technologie gebruiken, dus kunnen beleidsmakers, bedrijven en burgers veel doen om mee te veranderen.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van de studie De robot de baas van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Dat onderzoek naar robotisering presenteert het onafhankelijke adviesorgaan vandaag aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA). In de studie komt de WRR met vier agendapunten voor beleidsmakers, bedrijven en burgers. Sommige van die vragen liggen politiek behoorlijk gevoelig.

Lees ook: Robot wordt eerder arts of advocaat dan kapper

1 Gaan robots mensen vervangen of helpen?

Robotisering biedt volgens de onderzoekers veel kansen, dus ze pleiten ervoor dat Nederland op allerlei manieren investeert in nieuwe toepassingen van robots en kunstmatige intelligentie. Maar dan wel op zo’n manier dat robots mensen helpen in plaats van dat ze alleen worden ontwikkeld om mensen te vervangen.

De WRR vindt dat beleidsmakers bij het uitgeven van publiek geld aan robots vaker expliciet die vraag moeten stellen: helpt dit of maakt het alleen werkloos? Ook werkgevers zouden hiernaar vaker moeten kijken bij beslissingen.

Neem de zorg. Dat is bij uitstek een branche waar veel verwacht wordt van robots en algoritmes die het werk van artsen en verpleegkundigen kunnen overnemen. „Maar ga je dan technologieën ontwikkelen omdat ze de zorg beter maken, of om te bezuinigen op personeelskosten”, vraagt Monique Kremer van de WRR zich hardop af. „Daar moeten alle betrokken partijen al in het eerste stadium over nadenken.”

Maar veel technologie wordt in het buitenland bedacht en ontwikkeld: hoe gaat Nederland überhaupt invloed krijgen op dat proces? „De overheid is ook een belangrijke aanbesteder”, zegt mede-opsteller Robert Went. Bijvoorbeeld in de zorg. „Bij publieke aanbestedingen zijn miljarden gemoeid. En er zijn overheidsfondsen voor innovatieve ondernemers en e-health bijvoorbeeld.”

 

2. Hoe verdelen we robot-opbrengsten?

Een van de belangrijkste gevolgen van robotisering waar de meeste experts het over eens zijn, is groeiende ongelijkheid. Mensen die robots bouwen of de baas zijn bij bedrijven die robots inzetten, zullen veel geld kunnen verdienen. Maar wie wordt vervangen door robots, bijvoorbeeld medewerkers van snel automatiserende verzekeraars, krijgt juist minder kansen. De WRR vindt dat politici beter moeten nadenken over nieuw sociaal beleid, en over nieuwe manieren van inkomensherverdeling.

Zij opperen bijvoorbeeld de mogelijkheid van een ‘robotdividend’ dat bedrijven aan de samenleving zouden moeten betalen, waardoor iedereen zou profiteren van de opbrengsten. Ook staat er in de studie een advies om werknemers aandeelhouder te maken van bedrijven en kapitaal, zoals bij veel start-ups al gebruikelijk is. Of bijvoorbeeld om zogeheten public venture funds op te richten, waarmee de overheid investeert in robotbedrijven. Die zouden dan een ‘maatschappelijk dividend’ uitkeren aan alle burgers.

Dat zijn vrij verregaande voorstellen: hoe realistisch denken de onderzoekers dat die zijn? „Dat is aan de politiek. Maar politici zouden ook buiten dogma’s moeten denken”, zegt Went. Hij oppert bijvoorbeeld ook het herinvoeren van regelingen voor arbeidsduurverkorting of vervroegde pensionering voor mensen die buiten de boot vallen. „Maar dan niet een regeling die voor iedereen hetzelfde is, maar op maat gemaakt.” Vergelijkbare regelingen werden de afgelopen jaren juist afgeschaft.

Hoe verandert de arbeidsmarkt?

3 Is het onderwijs klaar voor robots?

Als het gaat over robots, gaat het in politieke discussies ook vaak over het onderwijs. Vaak gaat het dan om twee dingen: hoe gaan mensen de vaardigheden leren die nodig zijn om de concurrentie aan te gaan met robots? En: hoe zorgen politici, werknemers en werkgevers ervoor dat mensen tijdens hun carrière voldoende doen aan bijscholing en omscholing zodat ze de technologische veranderingen bij kunnen benen?

Dat is ook allemaal belangrijk, staat in de WRR-studie. Je kunt een leven lang leren bijvoorbeeld stimuleren met belastingvoordelen. En het ligt voor de hand dat het onderwijs zich meer richt op sociale vaardigheden, het stellen van vragen, creativiteit en empathie: vaardigheden die computers nog heel lang niet zullen hebben.

Maar dat is niet de kernvraag, als het aan de WRR ligt. Die is: „Welke taken, relaties en verantwoordelijkheden wíllen we bij mensen houden?”

„Als je nou vindt dat beslissingen in bijvoorbeeld de zorg nog gedaan moeten worden door menselijke artsen, moet je daar rekening mee houden met hoe je hun onderwijs inricht”, zegt Kremer.

Of neem de rechtspraak. Het is niet ondenkbaar dat afwegingen van wetten tegen bepaalde feiten op een gegeven moment beter gedaan kan worden door een computer dan door een rechter van vlees en bloed. Nu al gebruiken rechters soms kunstmatige intelligentie voor het analyseren van bepaalde jurisprudentie. „Maar wil je dat een oordeel wordt geveld door een robot of een mens?”

Volgens de WRR moet de maatschappij eerst de vraag beantwoorden welke beslissingen computers mogen nemen, en voor welke besluiten we per se mensen het laatste woord laten houden. „Pas dan kun je eigenlijk besluiten op welke specifieke vaardigheden je in het onderwijs wil inzetten.”

Lees ook: Hoe robots Nederland veranderen

4 Hoe reageren mensen op een robot-baas?

Dit is een vraag waar nog geen goed antwoord op is: er is weinig onderzoek gedaan naar wat het effect is van robots en algoritmes op werknemers. Nu steeds meer medewerkers te maken krijgen met smartphones die ze instructies geven, of technologieën die hun locatie in de gaten houden, rijst de vraag wat het effect daarvan is op hun welbevinden. Hoe reageren chauffeurs die rijden voor de digitale taxidienst Uber bijvoorbeeld op geautomatiseerde instructies van een appje?

Autonomie is een van de belangrijkste factoren die bepalen of een medewerker gelukkig is, blijkt uit diverse onderzoeken die in de WRR-studie staan vermeld. „Als aan autonomie een gebrek is in een baan, krijgen mensen vaker een burn-out, en ook neemt hun productiviteit af”, aldus Kremer.

Technologie kan de autonomie van medewerkers negatief beïnvloeden, staat in het WRR-rapport. Maar misschien ook positief. Dat is nu nog onbekend omdat er weinig aandacht voor is in de academische wereld. De onderzoekers willen dat voor deze vraag meer aandacht komt bij beleidsmakers, werkgevers en wetenschappers.