De joden worden nu extra bewaakt

In Maastricht werd maandag het joodse feest Chanoeka gevierd. Met extra beveiliging. Want na ‘Parijs’ zijn „de tijden lastig”.

De grootste menora ter wereld, in Maastricht. Foto Chris Keulen.

Een moeder laat haar zoon tikkertje spelen op de Markt in Maastricht. Hij glipt met andere jongens langs de dranghekken en een agent. Terreurdreiging voelt hier ver weg, zegt de vrouw. Ze is met haar familie uit Antwerpen hierheen gekomen voor de viering van Chanoeka, het joodse inwijdingsfeest. „Ik wil niet bang zijn voor iemand die ik niet ken.”

Voor het stadhuis van Maastricht wordt deze maandagavond de grootste menora ter wereld ontstoken, een twaalf meter hoge kandelaar ter ere van Chanoeka. Met de aanslagen van Parijs en de dreiging in Brussel nog vers in het geheugen vraagt dat extra beveiliging. „De tijden zijn lastig”, zegt burgemeester Annemarie Penn tegen de bezoekers. „Er gebeuren nare dingen, en niet eens zo ver weg.’’

Als een joods mannenkoor over de Markt klinkt, controleren agenten in uniform de inhoud van een plastic zak op een bagagedrager. De eigenaar stelt ze gerust: boodschappen. De vrijwilligers in oranje hesjes doen meer dan gasten verwelkomen. Ze moeten waakzaam zijn. De hoge menora is de afgelopen nacht bewaakt door particuliere beveiligers, zegt Roger van Oordt, directeur van Christenen voor Israël, mede-initiatiefnemer van de viering.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs hoefde zich de laatste twee jaar in Nijkerk en op Urk alleen bezig te houden met het aansteken van de kandelaar vanuit een hoogwerker. Nu weet hij van maatregelen voor zijn eigen veiligheid. Daar kan hij niets over zeggen, net als een woordvoerder van de gemeente. Jacobs: „Angst heb ik niet. Maar de joodse gemeenschap is alert. Sommige mensen verruilen hun keppeltje voor een baseballcap. Ze verstoppen zich.”

Charlie Hebdo

De dreiging is onveranderd, maar de bezorgdheid is gegroeid. Dat stelde Ron van der Wieken, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, de koepel van joodse organisaties, in januari. Dat was na aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo en een joodse supermarkt in Parijs. Hoe is het nu? „Ik denk niet dat het echt onveiliger is’’, zegt Van der Wieken telefonisch vanuit Israël. „Maar de gevoelstemperatuur is opnieuw afgenomen.”

Van der Wieken is ook woordvoerder van Bij Leven En Welzijn (BLEW), een stichting die joden en samenkomsten met een joods karakter beveiligt. Sinds de aanslagen van januari hebben meer mensen bewaking gekregen. „Dat is na de laatste toestanden niet nog eens toegenomen”, zegt Van der Wieken. „We hebben destijds een goede inschatting gemaakt. Daar willen we niet te veel aan sleutelen.”

Over de aard en kosten van beveiliging wil Van der Wieken niet praten. Wel zegt hij dat BLEW ongewapende vrijwilligers heeft. Volgens Van der Wieken gaat het om „goedgetrainde jongens en meisjes die hebben geleerd hoe ze hun ogen de kost moeten geven”. Overigens werd in het verleden, in 2008, wel een keer in Amsterdam een joodse beveiliger, de huidige PVV-senator Gidi Markuszower, aangehouden met een pistool. Hij was verbonden aan BLEW.

De beveiligers houden bijvoorbeeld zicht op de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam, als kinderen daar op zondag joodse les krijgen. Van der Wieken: „Ouders betalen daarvoor een vergoeding per kind, bovenop het lesgeld.”

Van der Wieken stelt dat de joodse gemeenschap tientallen jaren eigenhandig zorg heeft gedragen voor de kosten. Sommigen betalen voor beveiliging duizenden euro’s per jaar. Sinds dit jaar heeft BLEW hulp gekregen van de overheid. Na de aanslagen van januari staat bij synagoges marechaussee tijdens religieuze diensten. Ook kreeg de stichting financiële steun voor de aanschaf van bijvoorbeeld camera’s. Joodse scholen hadden al hun eigen beveiliging.

Het is treurig dat het nodig is, vindt Alexander Inderman. Hij is vanuit Den Haag met een katholieke vriendin naar Maastricht gekomen voor Chanoeka. „Dit is een bijzondere gelegenheid om ons feest te vieren. Iedereen is welkom. Ik wil me niet laten weerhouden door de gebeurtenissen van de laatste tijd. Misschien dat anderen dat wel hebben gedaan.”

Eigenlijk had de menora dit jaar in Brussel moeten staan, zegt mede-initiatiefnemer Van Oordt. „We hadden al een akkoord met de burgemeester en de politie, op een plein voor het Europees Parlement. Een Europese ambtenaar heeft dat voorkomen. Ze wilden geen joods symbool voor het parlement. Dat is heel verdrietig, maar we zijn blij dat we dichtbij wel gastvrij zijn onthaald.”

Opperrabbijn Jacobs steekt met een gebed de menora aan. Het is de tweede van acht Chanoeka-bijeenkomsten die hij dezer dagen in het land bijwoont. Elke keer laat hij de BLEW vooraf weten waar hij is. Hij kent zelfs joden die nu persoonsbeveiliging krijgen, zegt hij.