Winst Le Pen schokt Franse politiek

Nationaal-populisten van Front National domineren in helft regio’s. Sarkozy weigert coalitie met links.

Stemhokjes in Henin-Beaumont. Foto AP / Michel Spingler

Het Front National is de grootste partij van Frankrijk. Bij regionale verkiezingen haalde de partij van Marine Le Pen gisteren in de eerste kiesronde zo’n 28 procent. Vooral in het door werkloosheid geraakte noorden en zuiden, rond Lille en Marseille, deed het nationaal-populistische FN het goed: het kreeg er steun van ruim twee op de vijf kiezers.  

Frankrijk telt 13 regio’s met gekozen regiopresidenten. Bij een opkomst van krap 50 procent kozen ruim 6 miljoen Fransen voor het FN. Dat was maar net minder dan in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in 2012, toen de opkomst bijna 80 procent was. De Franse kranten noemden de snelle groei van het FN ondanks de al langere trend vanmorgen een ‘schok’.

„Ik ben ervan overtuigd dat de elites in politiek en media totaal losgezongen zijn van het land en niet voelen wat daadwerkelijk onder de mensen gebeurt”, jubelde Le Pen. Maar of het FN per 1 januari één of meer van de bestuursregio’s gaat leiden, is pas duidelijk na de tweede stemronde van zondag. Bij departementsverkiezingen eerder dit jaar haalden FN-kandidaten in de eerste ronde ook de meeste stemmen, maar een week later werd uiteindelijk geen enkel departement binnengesleept.

De partijen die boven de 10 procent kwamen, moeten voor morgenavond beslissen of ze hun kandidatuur handhaven of samenwerken om het FN de weg te versperren. De Parti Socialiste van president Hollande trok zijn kandidaten in drie regio’s waar het FN goed scoorde terug. Dat betekent dat links in de regioparlementen vijf jaar geen vertegenwoordiging heeft: een gevoelig verlies voor de PS. Maar, zei verliezend PS-kandidaat in Provence-Alpes-Côte d’Azur: FN is „een bedreiging voor de waarden van de republiek”.

Ex-president Sarkozy zei dat zijn Republikeinen geen stembusakkoorden sluiten met de socialisten. Ook trekt hij geen kandidaten terug. Zo zegt hij de keus te „respecteren” van de kiezers „die hun verbittering uitten”.

Republikeinse front

Daarmee is het zogenoemde ‘Republikeinse front’ de facto voorbij. Daarbij steunen de twee oude machtsblokken tegenover het FN dezelfde kandidaat, in ruil voor een compromis over het programma. Volgens veel peilers zou dat front sowieso niet meer functioneren: de overmacht van het FN is in veel regio’s domweg te groot en linkse kiezers blijven liever thuis dan dat ze in het gepolariseerde klimaat op een kandidaat van Sarkozy stemmen.

Complicerende factor voor hem is dat het verlies van links als geheel minder dramatisch is dan voorspeld. Met steun van de groene partij EELV en het ultralinkse Front de Gauche zou de PS zeker vier regio’s kunnen behouden. Sarkozy werkte in de eerste ronde al samen met centrum-rechts en heeft dus minder speelruimte. Zijn terugkeer in de politiek heeft het FN niet kunnen keren.

Presidentschap

De verkiezingen waren de eerste sinds de aanslagen in Parijs, maar vooral de laatste voor de presidentsverkiezingen van 2017. Dan blijven na de eerste ronde slechts twee kandidaten over. Met de uitslag van gisteren zou Hollande die op eigen kracht niet halen. Het is in het nieuwe landschap van drie grote partijen dus zaak om met een gemeenschappelijke kandidaat te komen, benadrukte de PS.

Kan dat Hollande zijn? De lang impopulaire president profiteerde de laatste weken in de populariteitspolls van zijn daadkrachtig optreden na de aanslagen. Maar uit exitpolls blijkt dat kiezers werkloosheid vooralsnog een belangrijker thema vinden dan terrorisme en veiligheid. En op dat terrein hebben de socialisten weinig succes geboekt. Hollande heeft beloofd zich niet te kandideren als de stijgende lijn in 2016 niet keert.

En Marine Le Pen? Kan zij in 2017 president worden? De uitslag van gisteren is een graadmeter voor het sentiment in Frankrijk, maar ook niet meer dan dat, benadrukken analisten. De opkomst bij presidentsverkiezingen is normaal hoger dan bij regioverkiezingen. En de Fransen weten: de verantwoordelijkheden van regio’s (o.a. transport, management van scholen, cultuur) zijn in het centralistisch geleide land beperkt.