Vechten tegen de stem in zijn hoofd

‘Je mag alles, werkelijk ALLES, zolang het binnen in je hoofd blijft./ Dat, en dat alleen, is namelijk vrijheid. Misschien wel de enige die je krijgt./ Vrijheid betekent: ik mag alles denken wat ik wil’. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar voor Elmer Noorland (12) uit Daan Remmerts de Vries’ nieuwe jeugdroman Groter dan de lucht, erger dan de zon, is dat het niet. Nadat hij tijdens een zomerkamp op Vlieland een metalen pollepel tegen zijn voorhoofd geslingerd krijgt, sluit hij zich in zichzelf op. ‘Het gebruikelijke geroezemoes’ in zijn hoofd verandert vervolgens in een heldere stem die zich Lomax noemt. Lomax troost hem in zijn eenzaamheid, maar is ook dwingend. Ongemerkt raakt Elmer in zijn greep. Hoe moet hij zichzelf bevrijden?

Elmer is het soort jongen waar Remmerts de Vries patent op heeft. Hij is een dromerige eigenheimer met een kop vol jongensfantasieën en een gekwelde binnenvetter die letterlijk en figuurlijk naar ruimte verlangt. Onbeholpen jongensachtig, maar oprecht vertelt Elmer hoe Lomax hem steeds dieper een surreële afgrond intrekt. ‘In de klas zit ik soms in een gat’, zegt hij, ‘alsof ik verdwenen ben in mezelf’. Pijnlijk ontroerend ook is het beeld van ‘de steeds weer nieuwe netten van eenzaamheid die als een soort spinrag’ over Elmer heen vallen en hem langzaam verstikken in de groep. Totdat hij, gedreven door achtervolgingswaanzin, besluit de grootste schreeuwer uit te schakelen, en de situatie definitief ontspoort. Maar Remmerts de Vries houdt de toon lichtvoetig en weigert om Elmers psychische gesteldheid te labelen. Wat is normaal? Is het gek dat jongens liever niet communiceren, als er nauwelijks naar ze geluisterd wordt? ‘Volwassenen doen maar wat’, zegt Elmer. ‘Meestal is dat het verkeerde’.

Veelzeggend is dat Elmers hartverscheurende relaas ook op Vlieland eindigt. Daar, waar nog ruimte is om te avonturieren, hervindt hij zichzelf dankzij een vrijbuiter die hem helpt zich uit zijn waan te bevrijden door Lomax in bedwang te houden met het toverwoord ‘lul’. Zie hier een ijzersterke psychologische roman die schuurt tegen het magisch realisme, maar ook een verrassend pleidooi is voor eigenheid en vrijheid.