‘Terreurdreiging VS is binnenlands’

Vanuit het Oval Office sprak president Obama het Amerikaanse volk toe: een grondoorlog tegen IS komt er niet

President Obama spreekt het Amerikaanse volk toe vanuit the Oval Office. Foto Saul Loeb/EPA

De Amerikaanse strijd tegen terrorisme is in toenemende mate een binnenlandse strijd geworden. Dat is de belangrijkste boodschap van de toespraak die president Barack Obama vannacht hield naar aanleiding van de aanslag in San Bernardino, vorige week. Obama maakte duidelijk dat de oorlog tegen Islamitische Staat op de oude voet doorgaat. De zwakke plek ligt volgens hem in de VS zelf: haatteksten tegen de islam, en een Congres dat weigert de verkoop van vuurwapens aan strengere regels te binden.

Obama sprak zich uit voor aanhoudende bombardementen op IS, en voor de aanpak van het wijdverbreide wapenbezit in Amerika. Hij sloot een grondoorlog tegen IS uit en waarschuwde tegen het demoniseren van moslims in Amerika. „Zoals het de verantwoordelijkheid van moslims overal ter wereld is om de verkeerde ideeën uit te roeien die tot radicalisering leiden, zo is het de verantwoordelijkheid van alle Amerikanen – van elk geloof – om discriminatie af te wijzen”, zei hij.

Het is zeldzaam dat Obama het woord richt tot het Amerikaanse volk vanuit zijn werkkamer, het Oval Office. De laatste keer dat hij dat deed was in 2010, toen hij een einde aan de Irak-oorlog aankondigde. De verwachtingen voor Obama’s toespraak waren dan ook hoog. Maar Obama maakte duidelijk dat hij vooral de rust wil bewaren. „De dreiging van terrorisme is reëel, maar uiteindelijk zullen wij winnen.”

Obama herhaalde dat de kern van het probleem de alomtegenwoordigheid van zware vuurwapens is. „De dreiging heeft een nieuwe fase bereikt”, zei hij. „We zijn beter geworden in het voorkomen van complexe aanslagen, zoals 9/11. Terroristen grijpen nu naar minder gecompliceerd geweld, zoals de massale schietpartijen, die al te gewoon zijn geworden in onze maatschappij.”

Dat is meteen de kern van Obama’s probleem. De moderne terrorist heeft in de VS een machtige bondgenoot: de vuurwapenlobby. Die twee groepen hebben veel aan elkaar. Na iedere aanslag neemt de verkoop van vuurwapens toe. En terroristen profiteren van de soepele regels waar de National Rifle Association (NRA) voor strijdt. De vier vuurwapens waarmee Syed Rizwan Farook en Tashfeen Malik veertien mensen doodschoten in San Bernardino, waren legaal.

De rol van de Senaat

Een dag na die aanslag stemde de Senaat over twee amendementen om de verkoop van vuurwapens voor mogelijke terroristen iets moeilijker te maken. De Democraat Joe Manchin wilde meer antecedentenonderzoek voor mensen die online vuurwapens kopen. Zijn partijgenoot Dianne Feinstein wilde dat mensen die op de FBI-lijst van terreurverdachten staan, geen wapens meer kunnen kopen. De Senaat stemde de voorstellen weg.

Vergeleken met ander vuurwapengeweld komen aanslagen op Amerikaanse bodem relatief weinig voor. Na 11 september 2001 zijn 93 mensen in de VS door terrorisme om het leven gekomen, tegen 200.000 slachtoffers van ander vuurwapengeweld.

Na iedere aanslag en grootschalige schietpartij waarschuwt de NRA tegen strengere regels. Ook nu weer. „De demonen staan voor onze deur”, zegt NRA-directeur Wayne LaPierre in een tv-spotje. „Maar wij Amerikanen hebben een macht die niemand op aarde heeft: het recht onszelf en onze gezinnen te beschermen met behulp van het Tweede Amendement.”

Inmenging van de staat

Nabestaanden bij een herdenking van de doden die 2 december vielen in San Bernardino. Foto Greg Vojtko/AFP

Volgens de vuurwapenlobby is de overheid niet te vertrouwen en moeten burgers zichzelf beschermen. Daarom is er ook verzet tegen de FBI-terreurlijst, door sommigen gezien als inmenging van de staat in het privéleven van Amerikanen. Er staan wereldwijd ruim 700.000 mensen op die lijst, onder wie Amerikaanse leden van rechtse milities. Gisteren riep Obama het Congres ertoe op het mensen die op de lijst staan onmogelijk te maken een wapen te kopen. „Wat kan in vredesnaam het argument zijn om iemand die van terrorisme verdacht wordt toe te staan een semi-automatisch wapen te kopen? ” zei hij.

„Amerika zit propvol vuurwapens die eenvoudig te verkrijgen zijn”, zei Al-Qaeda-woordvoerder Adam Yahiye Gadahn vier jaar geleden in een videoboodschap. „Je kunt naar een plaatselijke wapenshow gaan en thuiskomen met een volautomatisch geweer, meestal zonder je te identificeren. Waar wachten jullie nog op?”

Vrijwel geen enkele terrorist die de afgelopen jaren toesloeg in Amerika was deel van een netwerk. Dat baart Obama zorgen. „Zelfradicaliserende” individuen zijn moeilijker in kaart te brengen en kunnen nog eenvoudiger aan vuurwapens komen. Ook Farook en Malik stonden niet op een terreurlijst. Hetzelfde geldt voor extreem-rechtse terroristen, vertelt onderzoeker JJ MacNab van George Washington University.

„Vroeger waren ze lid van milities of paramilitaire organisaties. Maar ze zijn steeds meer op eigen houtje gaan werken. De ideologie zoeken ze zelf bij elkaar op internet, en in je eentje val je minder op.”

Twee weken geleden schoot Robert Dear drie mensen dood bij een Planned Parenthood-kliniek in Colorado Springs. Hij leidde een eenzaam leven, en was tegen abortus.

De dreiging van individuen is nu de kern van Amerika’s terrorismeprobleem. Obama wil daar iets aan doen, maar weet dat dit bijna niet gaat binnen de huidige wet- en regelgeving. Ieder plan vereist radicaal overheidsingrijpen – en dat is bijna onmogelijk in het huidige politieke klimaat.