Een nieuwe naam voor Elsevier? En drie andere vragen

Uitgeverij RELX wil dat het tijdschrift Elsevier, na verkoop, zijn naam verandert, om verwarring met de wetenschappelijke uitgaves te voorkomen.

Vraag een advocaat in Amsterdam naar Elsevier en hij noemt het opinieweekblad. Maar stel dezelfde vraag aan een cardioloog in Seattle of een microbioloog in New Delhi en zij verwijzen naar ’s werelds grootste wetenschappelijke uitgever. Die Elsevier publiceert 16 procent van het wetenschappelijke onderzoek in de wereld.

Lang mocht het opinieblad de naam Elsevier blijven dragen, ook al had moederconcern Reed Elsevier (nu RELX) inmiddels al zijn publiekstitels afgestoten. „Om historische redenen”, zeiden woordvoerders van het bedrijf herhaaldelijk. Maar daar komt binnenkort verandering in.

RELX wil het weekblad verkopen, samen met vakblad Beleggers Belangen, meldde het concern in april. Vorige week donderdag kreeg het personeel te horen dat RELX daaraan een verstrekkende voorwaarde verbindt: weekblad Elsevier, plus de website en de gerelateerde evenementen, moeten van naam veranderen. Niet meteen trouwens, maar binnen enkele jaren.

1 | Waarom moet Elsevier een nieuwe naam krijgen?

RELX wil de naam exclusief reserveren voor zijn wetenschappelijke uitgeefactiviteiten. Dat moet voorkomen dat verwarring ontstaat en dat activiteiten van het weekblad schade zouden kunnen berokken aan de reputatie van de veel grotere wetenschappelijke uitgeverij. Die had in 2014 een omzet van 2,8 miljard euro (van totaal 8 miljard voor RELX). De omzet van het weekblad maakt het concern niet bekend.

2 | Waarom worden de tijdschriften verkocht?

De publieke bladen Elsevier en Beleggers Belangen passen niet langer in het portfolio van het bedrijf, meldde RELX al in april. Het bedrijf wil zich concentreren op ‘datahandel’. Het aanbod van RELX, zowel in Nederland als internationaal, is de afgelopen jaren al bijna helemaal digitaal geworden. Nu zit het concern in een volgende fase: de digitale artikelen gaan steeds meer deel uit maken van de software die medici, juristen, fiscalisten en ingenieurs, gebruiken in hun dagelijkse werk.

Zo zet RELX een volgende stap omhoog in de zogenoemde Piramide van Vinken. Dat is een bedrijfsanalyse genoemd naar Pierre Vinken, de baas van Elsevier tussen 1979 en 1995. Aan de voet van de piramide bevinden zich de publieksuitgaven – hoge oplagen, laag rendement. Hoe hoger je komt in de piramide hoe kleiner de oplagen en hoe hoger de opbrengsten. Software voor professionals levert het meest op. Het van oorsprong Nederlandse VNU ging al dezelfde weg als RELX.

3 | Zijn er kopers?

Daar lijkt het niet op. De bladen staan sinds april in de etalage – officieel overweegt RELX „strategische alternatieven” voor de titels. Het bedrijf heeft nooit een termijn willen noemen, maar heel lang kan je de journalisten en het andere personeel eigenlijk niet in het ongewisse laten. Bovendien biedt RELX nu aan om samen met een koper de bladen te exploiteren. Het is natuurlijk gemakkelijker het blad te verkopen als iemand niet 100 procent van de aandelen hoeft te kopen, maar pakweg 60 procent. RELX, toen nog Reed Elsevier, heeft dat vaker geprobeerd. Toen de gehele (internationale) tak publieksbladen in de verkoop stond, wilde het concern ook blijven participeren. Uiteindelijk is die verkoop niet gelukt door de kredietcrisis. RELX heeft de bladen aangeboden aan dagbladuitgevers in Nederland. Dat zijn tegelijkertijd de grootste concurrenten. De bijlagen van vooral de zaterdagkranten hebben de opinietijdschriften juist verdrongen.

4 | Is verkoop makkelijker als de naam verandert?

Dat lijkt van niet. Want wat koop je dan? Alleen de redactie en overige makers, niet het merk. En dat merk is juist belangrijk in het enorme aanbod, en een bekend en gerespecteerd merk als Elsevier kan ook een autoriteit zijn online.