‘Niet het instrument telt, maar de muziek zelf’

De grootste Nederlandse privéprijs op het gebied van muziektalent wordt morgen uitgereikt aan het Berlage Saxophone Quartet

Berlage Saxophone Quartet Foto marco borggreve

Visie, vakmanschap en verfijning. Dat waren de woorden waarmee de jury dit jaar de jaarlijkse Anton Kersjesprijs voor een jong en uitzonderlijk Nederlands kamermuziekensemble (50.000 euro) uitreikte aan het nog weinig bekende Berlage Saxophone Quartet.

Saxofonist Eva van Grinsven (34): „Dat onze verfijning wordt geroemd vind ik een mooi compliment, want als kwartet zijn we al acht jaar voortdurend op zoek naar een gedifferentieerde klank. We gaan daarin heel ver, en leggen ons niet neer bij wat wel lekker klinkt op een saxofoon. Een bewerking van Mozarts hobokwartet moet totaal anders gespeeld worden dan een omgewerkt strijkkwartet van Sjostakovitsj.”

U speelt baritonsaxofoon, anderen alt, tenor of sopraan. Is de rolverdeling net zo verankerd als bij een strijkkwartet?

„In theorie kan iedereen alle saxofoontypes spelen. Maar je groeit in je rol. Het begon ooit praktisch: ik was toevallig de enige met zo’n grote baritonsax in huis. Maar inmiddels houden we vast aan de verdeling, want het spelen van een middenstem vergt een heel andere intonatie dan het leggen van de muzikale basis.”

Alleen al in Nederland zijn er heel veel saxofoonkwartetten. Hoe komt dat?

„De credits gaan naar Arno Bornkamp. Hij is zelf lid van het Aurelia Saxofoon Kwartet en als docent aan het Conservatorium van Amsterdam stelt hij het vormen van een saxofoonkwartet aan zijn leerlingen verplicht. Natuurlijk zijn die kwartetten niet allemaal een lang leven beschoren, maar het is bij uitstek de vorm waarin je als saxofoonstudent kunt werken aan intonatie, frasering en samenspel.

„De traditie van het kwartet gaat ver terug, al is onze traditie natuurlijk veel korter dan die van strijkkwartetten: in de jaren zeventig legde het Nederlands Saxofoon Kwartet de basis voor Nederland. In Frankrijk zetten saxofoonkwartetten het instrument in de jaren dertig en veertig al op de kaart. Daarvóór was het instrument vooral populair in de jazz, al had het een 19de-eeuwse bloeiperiode in de tijd van uitvinder Adolphe Sax.”

De mogelijkheden voor klassieke saxofonisten zijn ook dun gezaaid: orkesten werken ook slechts zeer incidenteel met een saxofoon.

„Dat is de waarheid: de wereld zit niet op je te wachten dus je moet ondernemend zijn. We hebben nu genoeg aanbiedingen, maar het mag natuurlijk altijd meer. Zolang je ‘jong talent’ bent, word je met open armen ontvangen. Daarna wordt het zeker voor ensembles met een niet-standaardbezetting moeilijker: je doet één keer mee aan een serie ‘Jonge Nederlanders’, maar vervolgens pas je in geen serie meer.

„Voor oudere ensembles sluit de gangbare wijze van programmeren dus niet meer aan bij het aanbod, terwijl het publiek altijd enthousiast op ons reageert. Daarom is deze prijs belangrijk: we tonen dat het niet gaat om het specifieke instrument, maar om de muziek waarmee wij harten willen raken.”