Na de VS gaat nu ook Europa onze reizen opslaan

VS analyseren passagiersinfo al in strijd tegen terreur. Na ‘Parijs’ volgt Europa nu ook.

Waar ging u drie jaar geleden heen voor een weekendje weg? Van wanneer tot wanneer, wie zat er naast u in het vliegtuig? U weet het niet meer? De politie straks wel.

Het Europees Parlement (EP) en de EU-landen zijn dichtbij een akkoord over het opslaan van passagiersdata. De VS doen dat al jaren en na de aanslagen in Parijs is de EU ook om. Niet dat de daders per vliegtuig naar Parijs kwamen. Maar na elke aanslag is de roep om maatregelen groot en PNR (passenger name record) is in Brussel symbool voor de strijd tussen hardliners en privacyvoorvechters.

„Sommige fracties moeten zich bijna schamen voor de wijze waarop ze de hakken in het zand zetten”, zei CDA-Europarlementariër Jeroen Lenaers onlangs. Sophie in ’t Veld van D66, die namens het EP met de lidstaten onderhandelt: „Het parlement is verplicht voorwaarden te stellen en niet zomaar bij het kruisje te tekenen.” Toch zijn vooral de eisen van de lidstaten ingewilligd. Dit betekent dat uw reisgegevens in een nationale databank komen, waar ze vijf jaar kunnen worden geanalyseerd. Ze worden na een half jaar geanonimiseerd; maar dat kan worden teruggedraaid.

De EU-landen hopen zo verdachten op te sporen die eerst niet in beeld waren. Het kan gaan om Europeanen die naar het Midden-Oosten reizen, maar de data worden ook gebruikt om criminaliteit op te sporen. Westerse mannen die vaak naar de Filippijnen vliegen, kunnen als verdachte van kindermisbruik in beeld komen. Reisgegevens alleen mogen volgens het akkoord nooit een reden zijn om iemand als verdachte aan te merken. De toegang tot de gegevens is nog een twistpunt. Vorige week werd bekend dat het parlement alleen akkoord gaat als lidstaten worden verplicht de passagiersdata met elkaar te delen.

Of het analyseren van reisgegevens helpt tegen terreur is nooit bewezen. „Er zijn heus goede argumenten, maar het hele onderwerp heeft behoefte aan een deugdelijke onderbouwing. Die is er nog altijd niet”, zegt Paul De Hert, hoogleraar privacyrecht aan de VU Brussel. Hij pleit voor regelmatige evaluaties als de gegevens worden gebruikt, risico’s zijn er volgens hem genoeg. „Iemand met een Arabische naam die regelmatig naar het Midden-Oosten vliegt, loopt sneller het risico vanwege een naamsverwisseling een vliegverbod te krijgen dan iemand met een westerse naam die naar Spanje vliegt.”

Er is een ander risico waarvoor EU-landen weinig aandacht hebben. Vorig jaar oordeelde het EU-Hof van Justitie dat het zonder verdenking opslaan van onze belgegevens een te grote inbreuk vormt op de privacy. Het is de vraag of massale opslag van reisgegevens wel door de beugel kan.