Na 17 jaar verliezen socialisten de meerderheid in Venezuela

De oppositie won gisteren fors in Venezuela. De socialistische president Maduro accepteert de uitslag – vooralsnog.

Met een grote meerderheid van stemmen hebben de oppositiepartijen, gebundeld in de Tafel van Democratische Eenheid (MUD) de parlementsverkiezingen in Venezuela gewonnen. Volgens het nationale verkiezingscomité behaalde de oppositie 99 van de 167 zetels. De socialistische partij (PSUV), onder leiding van president Nicolás Maduro, haalde slechts 46 zetels, 22 restzetels moeten nog worden verdeeld.

Daarmee komt een einde aan zeventien jaar waarin de partij van wijlen Hugo Chávez een socialistische ‘Bolivariaanse revolutie’ uitrolde in het Zuid-Amerikaanse land. Als het de centrumrechtse oppositiepartijen uiteindelijk lukt om een tweederde meerderheid binnen te slepen in het parlement, kan er fundamenteel iets veranderen in Venezuela.

President Maduro, die de charismatische Chávez opvolgde na diens overlijden in 2013, kan het dan behoorlijk moeilijk krijgen. Met een tweederde meerderheid kunnen wetten worden gemaakt, politieke gevangenen worden vrijgelaten en zou er zelfs een referendum kunnen worden gehouden waarin de bevolking zich kan uitspreken voor het afzetten van de president.

Maduro heeft laten weten de verkiezingsuitslag te accepteren, maar de waarde van zijn woorden zal de komende tijd moeten blijken. De angst leeft dat Maduro uiteindelijk de wil van het parlement naast zich zal neerleggen en per decreet gaat regeren. Daartoe volmachtigde het parlement Maduro afgelopen voorjaar.

Onder Maduro bereikte Venezuela een economisch dieptepunt. De inflatie steeg met 185 procent, er is enorme schaarste en lonen zijn niets meer waard. Daarnaast is de criminaliteit fors gestegen en is Venezuela (33 miljoen inwoners) na Honduras het land met de meeste moorden ter wereld. Vorig jaar werden er bijna 25.000 mensen vermoord.