Molenbeekse ‘tijdbommetjes’ aan boord houden

„Ze zijn vatbaar voor radicalisering, je bent ze zo kwijt.” In zijn Brusselse boksschool laat Tom Flachet probleemjongeren „stoom afblazen.”

In Parijs werd een Brusselaar opgepakt wegens mogelijke betrokkenheid bij ‘Parijs’. Hij trainde in de Brusselse Boxing Academy. Foto’s Ivan Put

Opnieuw huiszoekingen in het Brusselse Molenbeek. En opnieuw: nul resultaat. De klopjacht in België op verdachten van de aanslagen in Parijs richt zich nog altijd op Molenbekers Salah Abdeslam en Mohammed Abrini.

Bij de huiszoekingen afgelopen woensdag zocht de politie ook naar vrienden en familie van Ahmed Dahmani. Hij werd eerder al wel opgepakt – in Turkije. Dahmani is mogelijk betrokken geweest bij de voorbereiding van de terreuraanslagen in Parijs.

„Een fanatieke, gedisciplineerde jongen”, zegt bokstrainer Tom Flachet. In zijn Brusselse Boxing Academy had hij Dahmani nog als pupil onder zijn hoede.

Samen met kompaan Mohamed Idrissi runt Flachet sinds 2003 zijn boksschool in een oude turnzaal van een school in hartje Brussel. „Jongens als Dahmani groeien op in een samenleving waar ze niet welkom zijn. Op onze boksschool kunnen ze stoom afblazen.”

Het deed Flachet pijn toen hij in het nieuws Dahmani’s foto’s zag. „We waren hem in 2010 al uit het oog verloren.” Dahmani werd een keer betrapt op cannabisgebruik, verloor zijn licentie voor kampioenboksen en gleed af in de zware criminaliteit, vertelt Flachet. „Ik wéét hoe vatbaar Molenbeekse jongens als Dahmani zijn. Hier, in de boksring, proberen we ze aan boord te houden. Maar je bent ze helaas ook zó weer kwijt.”

De voormalige wc-ruimte tegenover de turnzaal doet nu dienst als het kantoor van de boksschool. Meer budget is er niet, zegt Flachet, een joviale, breed geschouderde Brusselaar. „Hier waren vroeger de pisbakken”, zegt hij terwijl hij wijst naar zijn bureau tegen de wand waaraan een ingelijste foto van bokslegende Muhammad Ali hangt.

Flachet: „De Belgische regering investeert nu plots 400 miljoen euro in veiligheid, om de klopjachten op straat te financieren. Maar al die jaren had men geen cent over om te investeren in de ‘vuilnisbakscholen’ waar die jongens hun tijd verdoen.”

De situatie in Molenbeek baart „tikkende tijdbommetjes”, waarschuwen jeugdwerkers al decennia. „Het zijn jongeren met een extreem laag zelfbeeld,” zegt Bie Van Craeyenest, bestuurslid van de boksschool. Ze is ook baas van het Brusselse jeugdcentrum Chicago dat naschoolse activiteiten organiseert. „De boksschool is een goed voorbeeld: een dun draadje waarmee we probleemjongeren proberen te binden aan de mainstream samenleving”, zegt Van Craeyenest. „Zo proberen we met man en macht jongeren uit de criminaliteit te houden, maar toen kwam de jihad er als nieuwe uitdaging bij”, zucht ze. „Dat is een zeer geduchte extra kaper op de kust.”

Nu het terreurdreigingsniveau in Brussel van 4 is gezakt naar 3 mag bokstrainer Flachet sinds vorige week maandag weer met zijn pupillen terecht in de turnzaal van de school. De politie heeft het sein weer op groen gezet. In de namiddag arriveren de eerste pubers – schooltas op de rug, sporttas in de hand.

„Boksen is een sport waarmee je jongens uit moeilijke buurten nou eenmaal eerder bereikt”, zegt Flachet. „Van de stress die die jongens dagelijks voelen zou een normaal mens in één week een burn out krijgen.”

Van de ruim vijfhonderd bokspupillen die zich jaarlijks aanmelden is een kleine minderheid „probleemgeval”, zegt hij. „Ruzie met drugsdealers, een broer die net een kogel door zijn kop heeft gekregen, dat werk. Sommigen komen boksen met de enkelband nog om. En ze vertellen over de indoctrinatie: de IS-propaganda op internet. Daar worstelen ze mee.”

Na de training en de douche blijft altijd een groep jongens nog wat hangen in het kleine kantoor, „simpelweg om te práten, vaak tot diep in de nacht”, zegt Tom Flachet. „Vooral mijn compagnon Idrissi is hun spons. Die jongens moeten hun verhaal kwijt. Want dat is hun grote probleem: ze leven in een maatschappij die hen niet aanvaardt, niet kent, en niet wíl kennen.”