Column

Mario Draghi brengt zichzelf met zijn mislukte gok reputatieschade toe

De teleurstelling was voelbaar op de financiële markten, toen de Europese Centrale Bank donderdag niet leverde wat ECB-president Mario Draghi leek te hebben beloofd. Zeker, het laagste rentetarief gaat van minus 0,2 procent naar minus 0,3 procent. De maandelijkse steunaankopen van staatsleningen en andere activa ter waarde van 60 miljard euro worden met een half jaar verlengd tot maart 2017. En als die obligaties aflopen, worden ze voortaan vervangen door nieuwe, waardoor ze een permanent karakter krijgen.

Maar een ‘grote bazooka’ was het niet: geen verlaging van de andere, belangrijker, rentetarieven. Geen hogere bedragen dan die 60 miljard per maand. En die indruk had Draghi toch echt gegeven. De vermeende zekerheid dat de ECB zou leveren, zorgde voor overmoed bij beleggers en hier en daar ook in de pers. En de ontsteltenis was groot toen dat niet gebeurde. De euro schoot van de weeromstuit omhoog, terwijl het omlaag drukken van wisselkoers een van de nauw verholen beleidsdoelen was.

De reactie van de financiële markten is al vergeleken met die van een verwend kind dat niet kreeg wat het wilde. Maar de verklaring moet dieper gaan. Binnen de ECB zijn haarscheuren zichtbaar tussen ‘noord’ en ‘zuid’, waarbij het laatste goeddeels voorstander is van een ruim, stimulerend en experimenteel monetair beleid, terwijl veel noordelijke landen (waaronder Duitsland en Nederland) huiverig zijn voor de gevolgen op de langere termijn.

Het noordelijke smaldeel werd vorig jaar, toen tot de steunaankopen werd besloten, voor een voldongen feit geplaatst nadat Draghi in het openbaar er al zodanig op vooruitgelopen was dat de ECB niet meer terug kon. Die tactiek lijkt door de ECB-president ditmaal opnieuw te zijn geprobeerd. Nu blijkt het verzet dusdanig groot te zijn geweest dat de maatregelen die hij suggereerde te elfder ure moesten worden afgezwakt. Er was, voorspelbaar, direct sprake van enige chaos op de markten.

Maar de grootste schade is geleden door Draghi zelf. Zijn publieke reputatie heeft nu een forse deuk opgelopen. Intern was dat al langer het geval. Het bereiken van consensus, een kwaliteit die voorganger Duisenberg en Trichet wel bezaten, blijkt niet Draghi’s grootste talent. De sfeer binnen het ECB-bestuur heeft betere tijden gekend.

Dat is riskant. De euro heeft een existentiële crisis achter de rug, waarin Draghi overigens een goede rol speelde. Er was, te midden van alle bedreigingen, altijd de eenheid bij de ECB. Nu zich in Europa meerdere potentiële breuklijnen beginnen af te tekenen, zou het een goede zaak zijn als de centrale bankiers in gezamenlijkheid blijven opereren.