In duel met windkracht zeven

Hoewel windkracht 7 voor de meeste fietsliefhebbers reden is thuis te blijven, was het voor zo’n 275 mensen gisteren juist reden voor een wedstrijdje. Zij streden om de nationale titel tegenwindfietsen.

Door de harde wind ligt op de Oosterscheldekering degevoelstemperatuur rond het vriespunt. Op het parcours is voor de deelnemers geen plek om te schuilen.

Het startschot klinkt. Voeten op de pedalen, ellebogen op het stuur, rug gekromd en hoofd tussen de schouders. Op de achtergrond de pijlers van de stormvloedkering die de Noordzee en de Oosterschelde van elkaar scheidt. De 26-jarige Yva Geluk sprint weg. Niet op een racefiets, maar op een stadsfiets, zonder versnellingen, met terugtraprem. Net als Geluk starten zo’n 275 deelnemers één voor één aan het Nederlands kampioenschap tegenwindfietsen: 8,5 kilometer met windkracht 7 pal tegen.

Waar Geluk gehuld gaat in een roze lycrafietspak, heeft Martijn Boogaard alleen een fleecetrui en een korte broek aan. Dat de gevoelstemperatuur zo rond het vriespunt ligt, deert de Zeeuw niet. Boogaard werkt op de vuilniswagen en elke dag fietst hij zo’n 9 kilometer van Vlissingen naar Middelburg. „Ik ben dit wel gewend.”

Ook hij begint aan de tijdrit met de 65 pijlers van de Oosterscheldekering en een onstuimige zee op de achtergrond. Hoe schilderachtig het misschien klinkt, eenmaal op de fiets merk je er niks van. De deelnemers denken alleen aan het gevecht tegen de wind. Op het parcours geen plek waar je kunt schuilen, geen team dat je uit de wind kan fietsen.

Sommigen komen net voorbij frituur De Helling op Neeltje Jans tot stilstand; een stukje omhoog met deze tegenwind blijkt voor hen te veel. Anderen fietsen zich het snot voor de ogen en gaan voor die toptijd.

Het Nederlands kampioenschap begon als grap; inmiddels doen er circa 275 mensen mee. Waar in het eerste jaar nog veel mensen voor de lol meededen, zijn nu de meeste deelnemers getrainde wielrenners. Er is geen vaste datum voor het NK tegenwindfietsen, de organisatie is afhankelijk van het weer. Het evenement moet daarom in zeer korte tijd georganiseerd worden. Als er voor over drie dagen minimaal windkracht 7 wordt voorspeld, wordt een oproep op Facebook geplaatst. Op z’n Zeeuws: ‘We kriehen sturm!’. „Het is net als bij de Elfstedentocht: zij wachten op genoeg ijs, wij op wind.”

Het is door de omstandigheden niet echt een wedstrijd die aantrekkelijk is voor publiek. Conny van Egmond en Petra Boeff trotseren de gure wind en staan halverwege het parcours om hun mannen Ron en John aan te moedigen. „We zijn meegesleurd”, zegt Conny. „Vrijwillig”, voegt Petra eraan toe.

Of ze zelf niet mee wilden doen? „Ongeloofwaardig”, zegt Conny. „Dat zeiden ze bij de start”, zegt Petra. Dan komt John voorbij, even later gevolgd door Ron. Hij steekt een duim omhoog, maar zijn gezicht vertelt een ander verhaal. Mond open, tong eruit. „Ron gaat John niet inhalen”, analyseert Conny. „Ron is veel groter, die vangt veel meer wind”, beaamt Petra.

Bij de finish komt iedereen uitgeblust aan. Geen heldenonthaal, geen publiek; het enige wat wacht is een door een straalkachel verwarmde zeecontainer. Veel deelnemers hebben nog net genoeg energie om het cameraatje van de fiets af te halen dat zij er voor de rit op gemonteerd hebben.

Anderen grijpen meteen naar hun telefoon of horloge en zetten de daarop geïnstalleerde fietsapp stop. Zoals de 25-jarige Tijn Huberts. Hij is buiten adem, maar laat zijn fietshorloge zien: gemiddeld ruim 22 kilometer per uur. Dat is iets langzamer dan de snelste man van de dag, Pico de Jager. Die legde het parcours af in 19 minuten en 15 seconden, een gemiddelde van 26,5 kilometer per uur. Maar Huberts is erg tevreden met zijn tijd. „Ik deed niet mee om te winnen.”