Het succes van Excelsior heeft ook zo zijn nadelen

Het gaat sportief goed met Excelsior. Maar er dreigt een uittocht van spelers.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Niets aan de hand, zou je zeggen. Excelsior tegen FC Twente, 1-1. Een kille zaterdagavond in Rotterdam-Kralingen, even na acht uur, doorsnee wedstrijd zonder spektakel. Snel in de auto of tram, naar huis of het café. Maar dan gebeurt er iets geks. Stadion Woudestein wordt bevangen door onvrede, er klinkt voorzichtig boegeroep en gefluit van het thuispubliek.

Gemor over een gelijkspel tegen Twente, de gevallen kampioen van 2010. Vorig seizoen was dat ondenkbaar, Excelsior-fans zijn niet zo snel kritisch. Het hoort bij de nieuwe status van de club, die hard op weg is een middenmoter te worden. Verwachtingen stijgen. Favoriet tegen Twente, dat is voor het eerst. Langzaam ontgroeien ze de anonieme rol als Rotterdams derde profclub – na Feyenoord en Sparta.

Het zijn boeiende ontwikkelingen. Excelsior rukt op in de eredivisie. Twaalfde staan ze. En dat als kleinduimpje, met de laagste begroting – 5,1 miljoen euro – en het minste aantal seizoenkaarthouders: 2.000, het hoogste in de clubhistorie.

Verdwaald in de eerste divisie

Oud-prof Ferry de Haan (43) maakte het groeiproces de afgelopen jaren mee. Hij begon in 2012 als algemeen directeur bij Excelsior – de club waar hij het grootste deel van zijn carrière speelde. Dat seizoen verdwaalden ze in de eerste divisie: vijftiende. „Toen hebben we tegen elkaar gezegd: dit willen we niet meer.”

Een nieuwe koers werd ingezet: meer zelf doen. De samenwerking met Feyenoord werd beëindigd, een belangrijke stap naar meer zelfstandig beleid. Jarenlang rijpten toptalenten van Feyenoord bij Excelsior, om zo ervaring op te doen in het profvoetbal. Maar gedwongen door de slechte financiële situatie koos Feyenoord er de afgelopen jaren voor de beste talenten in de Kuip te houden: ze hadden de jeugd zelf hard nodig.

Zo werd Excelsior een afvoerputje voor mindere spelers. Grote talenten als Terence Kongolo en Sven van Beek zouden in de oude situatie bijna zeker gestald worden bij Excelsior, maar bleven nu op Rotterdam-Zuid. De Haan: „Zelfs de B-categorie kwam al bijna niet meer deze kant op, wij moesten het met de C-categorie doen. Daar werden we niet beter van.”

De scouting werd in eigen hand genomen. En daar heeft Excelsior goed oog voor. Hongerige spelers met een krasje krijgen kans op eerherstel. Ze pakken het podium. Woudestein heeft bij veel spelers de werking van een kuuroord, waar een loopbaan nieuw leven wordt ingeblazen. Druk van buiten is er niet, een roerige achterban ontbreekt. Hier kan in rust gewerkt worden.

Europees voetbal?

Stiekem dromen over Europees voetbal? Dat doet De Haan niet. De middelen zijn te beperkt, het stadion is met een capaciteit van 3.750 plaatsen te klein om financieel een volgende stap te maken.

Een technisch directeur hebben ze niet, die taken verdelen directeur De Haan en commercieel directeur Wouter Gudde onderling. Kleine en grote taken – ze doen bijna alles zelf. Een bal of trainingspak kopen? Zij regelen het.

De Haan haalt voldoening uit veranderingen waarmee de club ministapjes zet. De nieuwe kachels op de hoofdtribune, de vernieuwde businessruimte, overal rood-zwarte stoelen volgens de clubkleuren, het nieuwe grote videoscherm waarop herhalingen te zien zijn in het stadion. Het zakelijke netwerk dat van 150 commerciële relaties in drie jaar tijd groeide naar 280 nu. De Haan: „Wij hebben op dit moment de gunfactor.”

Maar het is dansen op een koord. Het contract van zes basisspelers loopt na dit seizoen af. Een uittocht dreigt. En daar wringt het op dit moment bij etalageclub Excelsior. Een groot deel van de basisspelers beleeft zijn tweede seizoen in de eredivisie, ze worden interessant voor de subtop. „Ze krijgen meer belangstelling, er wordt meer aan ze getrokken”, zegt coach Alfons Groenendijk.

Dat zorgt voor afleiding. „Als je te veel met randzaken bezig bent, vergeet je de corebusiness: wat je moet doen in het veld”, zegt Groenendijk. Spelers hebben het onderling over de aflopende contracten, zegt hij. „Zij weten ook, Excelsior is een hartstikke leuke club, maar ze willen misschien ook wel eens weten waar hun financiële plafond ligt.”

Plafond, het woord valt aldoor bij Excelsior. Aanvoerder Sander Fischer, wiens contract komende zomer afloopt: „Uiteindelijk wil iedereen kijken waar zijn plafond ligt.” Waar ligt het plafond van Excelsior? Groenendijk „Dat zijn we nu aan het onderzoeken.”