Hamelin is virtuoos die je verrast en de adem beneemt

Pianist Marc-André Hamelin houdt ervan verrassingen op te dienen. Met zijn heldere toon en elegante motoriek excelleert hij in muziek met een classicistisch temperament, die om precisie vraagt. Maar tussen voortreffelijke vertolkingen van Mozarts laatste sonate en enkele van Debussy’s iriserende Images presenteerde Hamelin een hedendaagse fantasie van de hier amper bekende Amerikaan Yehudi Wyner.

Wyners Toward the center (1988) bestond uit één overrompelende beweging: een virtuoze werveling van arabesken en trillers putte zichzelf uit tot betoverende verstilling. Onderweg passeerden traditionele gebaren en tonale suggesties, de ontwikkeling van motieven was te volgen, maar de optelsom creëerde een unieke, bevreemdende sfeer.

Hamelins technische beheersing is vermaard. Als om te onderstrepen dat virtuositeit meer is dan vingervlugheid speelde hij, intens, Schuberts laatste sonate (D960), geschreven kort voor diens dood en steeds balancerend op de rand van desintegratie. Hamelin stelde zich volledig in dienst van Schuberts vaak beperkte middelen. Hij volgde alle herhalingen en klokte in op drie kwartier, iedere seconde adembenemend. Hamelin, artist in residence van het Muziekgebouw, keert in maart en april terug met o.a. eigen composities.