Haal de oude long er maar vast uit, ik kom eraan

In de Donorweek vinkten bijna 24.000 mensen „ja” aan op het formulier. Maar stel dat het zover komt: wat gebeurt er dan met je orgaan? Dit is de weg die een donororgaan aflegt.

Chauffeur Peter van Valen rijdt organen door het land, van ziekenhuis naar ziekenhuis, en naar vliegvelden. Foto’s Nederlandse Transplantatie Stichting en Imara Angulo Vidal.

Terwijl het chirurgisch team in de operatiekamer het hart en de longen uitneemt, eet chauffeur Peter van Valen (52) in de kantine van het ziekenhuis een broodje. Zijn ogen zijn gericht op zijn mobiel. Van de transplantatiecoördinator in de operatiekamer kan hij elk moment een seintje krijgen dat de longen klaar zijn voor transport.

„Gisteren ben ik 113 keer gebeld, voor diverse orgaantransportritten.” Hij neemt een slok karnemelk. Aan het eind van de middag hoorde hij dat een orgaandonatieprocedure vandaag zou plaatsvinden: de patiënt is bewezen hersendood, hartslag en ademhaling worden kunstmatig in stand gehouden zodat de organen geschikt blijven voor transplantatie.

Vandaag worden het hart, de longen, de nieren, de alvleesklier en de lever getransplanteerd bij verschillende ontvangers. Bij hoge uitzondering mocht NRC meerijden met een van de organen.

Van Valen stuurt een van de chauffeurs naar de operatiekamer om de longen en het chirurgische team op te halen. Onderweg naar de garage, waar de ambulances en auto’s klaarstaan voor vertrek, belt hij met de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie om twee spoedritten door te geven. Eén long gaat samen met het chirurgische team naar het ziekenhuis waar de ontvanger ligt. De andere long gaat met een Duitse arts in opleiding via Rotterdam Airport naar een ziekenhuis in Duitsland.

Een long mag maximaal zes uur buiten het lichaam zijn, anders is die te beschadigd om nog te transplanteren. De koude-ischemietijd noemen ze dat, zegt Van Valen. „Een hart moet na vier uur weer kloppen. Dat betekent dat het vervoer maximaal twee uur mag duren, want artsen hebben ongeveer een uur nodig om het hart uit te nemen en een uur om het weer in te zetten.”

Organen koelen

Zo’n donorprocedure is een logistieke puzzel. Bij de start brengt een chauffeur, van een van de twee door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) gecontracteerde vervoerders, een transplantatiecoördinator naar het ziekenhuis waar de donor ligt. Samen met de transplantatieartsen beoordeelt de coördinator welke organen geschikt zijn voor donatie. Vervolgens worden deze aangemeld bij Eurotransplant – de organisatie die de verdeling regelt van alle organen in Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg, Kroatië, Hongarije en Slovenië.

Eurotransplant zoekt op de wachtlijst ook een of meer geschikte patiënten voor het donororgaan. Daarna zorgt de transplantatiecoördinator ervoor dat de uitname-operatie kan plaatsvinden en dat de donororganen worden vervoerd naar de ziekenhuizen waar de ontvangers liggen. In de praktijk betekent dat veel bellen: operatiekamers regelen, chirurgische teams informeren, OK-assistenten regelen, plus het transport van de organen naar de ziekenhuizen.

Vandaag komt thoraxchirurg Rob de Lind van Wijngaarden rond half tien in het ziekenhuis om de longen uit te nemen. „Bij zo’n operatie zijn verschillende artsen betrokken”, zegt hij. „De buikchirurg begint en legt alle organen vrij, daarna komen het team dat het hart uitneemt en de teams voor de longen.”

De timing is belangrijk: alle chirurgen moeten op hetzelfde moment vloeistoffen in verschillende bloedvaten spuiten om de organen zo goed mogelijk te conserveren, legt hij uit. Warme organen zijn minder lang houdbaar dan koude, daarom worden ze gekoeld met koude zoute vloeistof en ijsblokjes. Het hart wordt er als eerste „uitgeknipt”, vlak daarna de longen en dan volgen de overige organen.

Samen met een longarts beoordeelt De Lind van Wijngaarden of de longen geschikt zijn voor transplantatie: „Ik voel onder meer of er geen zwellingen zijn en bekijk of ze mooi opblazen.”

Zijn de longen goedgekeurd, dan belt hij met het ziekenhuis van de ontvanger: de patiënt daar wordt vast in slaap gebracht en de oude long kan worden verwijderd. „Qua timing is het ideaal dat ik aankom met de nieuwe long op het moment dat de oude er net wordt uitgehaald.”

20.000 bekeuringen

Om 11.55 uur vertrekt van Valen met de Duitse arts naar het vliegveld. In zijn kielzog de auto met het transplantatieteam en de long. „Riemen vast”, zegt Van Valen, en hij wijst naar de knopjes op zijn dashboard: blauwe zwaailichten, sirene, knipperlichten in de grill en oranje zwaailicht.

Voor deze spoedrit met de long gaan de eerste twee aan. Spoed betekent naast sirene en zwaailichten ook: bekeuringen. Stapels bekeuringen. Daarom moet iedere spoedrit worden aangemeld bij de politie, dan kunnen de boetes worden geseponeerd.

Fer Bauman, directeur van WK Transplant, krijgt zo’n 2.500 bekeuringen per jaar. „Voor de lol laat ik graag mijn dossierkast zien”, zegt hij. „Van de afgelopen tien jaar heb ik ongeveer 20.000 bekeuringen. Bezwaar maken moet één voor één. Uiteindelijk worden ze allemaal zonder problemen geseponeerd, maar ik heb er mijn handen vol aan.”

Van Valen geeft gas op de linkerbaan. Hij rijdt nu vijf jaar organen, bloed, weefsel en chirurgische teams. Om dat te kunnen, volgde hij een speciale opleiding. Daarvoor was hij achttien jaar vrachtwagenchauffeur. Ook leuk, maar dit werk geeft meer voldoening, zegt hij. „Natuurlijk hoor ik ook treurige verhalen. Als ik een kinderziekenhuis binnenloop, krijg ik een apart gevoel. Maar ik weet op dat moment ook dat we met ons werk een ander kind gaan redden.”

80 procent van het vervoerswerk gebeurt ’s nachts: donoroperaties worden vaak ’s avonds ingepland, omdat artsen en operatiekamers overdag bezet zijn. Maar de laatste maanden wordt er meer overdag gepland, zegt hij. Van Valen vindt ’s nachts rijden juist fijn: minder last van andere auto’s op de weg. Bij spoedritten mag hij 40 kilometer boven de maximumsnelheid. „Op veel wegen mag je in de avond 130 kilometer per uur rijden, dus dan kom je op 170”, zegt hij terwijl hij remt voor een vrachtwagen op de linkerbaan. „Motoren en bedrijfsbusjes zijn overdag het vervelendst, want die letten niet op.”

Daar heeft Van Valen een oplossing voor: een beetje van links naar rechts manoeuvreren, dan ontstaat er beweging in het geluid. En anders heeft hij nog „de versneller” naast het gaspedaal: intrappen en dan gaat het ritme van de sirenes sneller. Alleen als mensen „heel dom” hebben gedaan, werpt hij een blik naar rechts. Dan steken ze vaak hun hand op: sorry.

Hij belt met het vliegveld: „Zeg maar tegen de piloot dat we om 12.20 uur aankomen.”

In zijn vak moet je ver vooruitkijken, zegt hij. Iedere planning verandert zo’n zes keer, maar te laat voor een ontvanger is hij nog nooit geweest. Nu rijdt hij af op een stilstaande file. In dat geval kiest Van Valen meestal voor de middelste baan, dan kunnen auto’s naar beide kanten uitwijken. Maar nu hij bijna bij de afrit is, gaat hij voor de vluchtstrook. „Dat heeft niet mijn voorkeur. Er ligt veel rotzooi op, vorige week kreeg ik er nog een lekke band. Ik had vlak daarvoor een auto van de Wegenwacht ingehaald, dus die heb ik toen aangehouden. Binnen 10 minuten reed ik weer.”

Op de afslag gaan de auto’s aan de kant. Bij het kruispunt wil Van Valen door rood, maar er staat een Jeep in de weg. Het is opvallend hoe langzaam sommige automobilisten reageren. Hij trapt de versneller in en zegt: „Mensen weten vaak niet wat ze moeten doen als wij eraan komen, maar ik ga ze niet opjagen, straks raken ze in paniek.”

De nieren staan klaar

Om 12.32 uur rijdt Van Valen het vliegveld op. „Ietsje later dan ik had ingeschat.” De telefoon gaat: de nieren staan klaar voor vertrek, dus Van Valen rijdt terug naar het donorziekenhuis.

Wat hem opvalt tijdens de gesprekken die chirurgen op de achterbank met elkaar voeren is met hoeveel respect ze een donor behandelen. „ Zo’n operatie gaat heel netjes. Ze maken de snede het liefst zo klein mogelijk en aan het eind gaat alles weer keurig dicht.”

Heeft hij het wel eens met zijn eigen ogen gezien? Hij kreeg een keer de kans om mee te kijken met een uitname-operatie, maar hij bedankte. „Daar heb ik geen behoefte aan. Ik weet niet precies wat ik te zien krijg, en misschien kan ik er wel helemaal niet tegen.”