Geroofde kunst uit Hoorn duikt op in Oekraïne

Westfries Museum is bang dat werken opnieuw verdwijnen.

Herman Henstenburgh, Memento mori (1698, aquarel, 26,4x31,2 cm)

Schilderijen die in 2005 uit het Westfries Museum zijn geroofd, zijn opgedoken in Oekraïne. De collectie is in bezit van een extreem-rechts vrijwilligersbataljon in het oosten van Oekraïne.

Dat hebben de gemeente Hoorn en het Westfries Museum vanmorgen gemeld. De 24 schilderijen en 70 stukken zilverwerk uit de zeventiende en achttiende eeuw die tien jaar geleden gestolen werden, hebben een waarde van tussen de 3 ton en 1,3 miljoen euro. Er is nog geen bewijs dat de Oekraïners ook het zilverwerk hebben, al beweren ze dat wel.

De gemeente Hoorn en het museum zeggen nu naar buiten te komen om te voorkomen dat de werken door de militie verkocht worden. Pogingen van het museum en van de ambassade in Kiev om de werken terug te krijgen zijn gestrand, stelt het museum in een persbericht.

Een van de gestolen schilderijen, Rebecca en Eliëzer (1629) van Jan Linssen, werd begin 2014 door een rechercheur ontdekt op een mysterieuze Oekraïense website. In juli van dit jaar meldden zich op de Nederlandse ambassade in Kiev twee personen namens het vrijwilligersbataljon Saint Mary die beweerden dat hun militie alle geroofde kunstwerken in haar bezit had. Zij toonden een foto van een van de schilderijen met een recente Oekraïense krant erbij. De militie verklaarde de werken over te willen dragen aan Nederland, maar wel buiten de Oekraïense autoriteiten om.

De gemeente Hoorn en het museum schakelden kunstdetective Arthur Brand in om de schilderijen terug te krijgen. Bij zijn eerste contact met de Oekraïners begin augustus bleken die de waarde van de schilderijen veel te hoog in te schatten op 50 miljoen euro. Zij verlangden een vindersloon van 5 miljoen euro. Brand heeft ze met een taxatierapport voorgespiegeld dat de waarde niet meer dan 500.000 euro kon zijn, omdat de werken beschadigd zijn. „Tien jaar opgerold zijn doet de werken geen goed”, zei museumdirecteur Ad Geerdink vanmorgen op een persconferentie.

Brand heeft namens de gemeente een schadevergoeding aangeboden, maar heeft nooit een reactie op dat aanbod gekregen. Via de ambassade wordt ook op politiek niveau contact gelegd, tot dusver zonder resultaat.

Volgens museumdirecteur Geerdink en detective Brand is de kunst in ‘schimmige Oekraïense kringen’ terechtgekomen. Vaststaat dat de plaatsvervangend commandant van het vrijwilligersbataljon van de OUN-militie die de kunst aanbood, Borys Humeniuk, onder de leiding staat van de partijleider van de ultrarechtse partij Svoboda, Oleh Tyahnybok. Brand vermoedt dat ook het voormalig hoofd van de Oekraïense geheime dienst, Valentyn Nalyvaichenko, betrokken is.

Vorige maand kreeg Brand aanwijzingen dat de schilderijen door de militie te koop worden aangeboden. „Nu de kunstwerken opnieuw lijken te verdwijnen willen we de noodklok luiden”, zei museumdirecteur Geerdink vanmorgen. „Om potentiële kopers te laten weten dat zij met roofkunst van doen hebben en een juist beeld te geven van de werkelijke waarde van de kunstwerken. Maar ook om het signaal af te geven dat deze kunstwerken nergens anders thuishoren dan in Hoorn.”