En wie springt in het gat van Coldplay?

Coldplay met zanger Chris Martin en drummer Will Champion. Foto AFP

Coldplays nieuwe nummer Hymne For The Weekend kent een meesterlijke wending. De vloeiende stijl, vol piano’s en galmende zang, wordt afgekapt voor een hortend refrein met ritmische impulsen. Voor Chris Martin en band is dit een gewaagd staaltje r&b-frasering en alleen daarom al lovenswaardig. Het helpt dat Beyoncé meezingt.

A Head Full of Dreams: Coldplay (●●●○○)

Het zevende album van de Britse succesband Coldplay, A Head Full Of Dreams, is de derde waarop de groep steeds wisselt tussen muzikale identiteiten – sinds Viva La Vida (2008) heeft Coldplay geen eenduidig album meer gemaakt.

Met Mylo Xyloto (2011) nam de groep afscheid van de bekende Coldplay-stijl: ballades met luisterrijke pianoakkoorden waar Martins heroïsche zangstijl – voluit maar kwetsbaar – werd omringd door twinkelende gitaaraccenten. Coldplay maakte een breed gebaar zonder dat het potsierlijk werd. Sinds 2011 werd met meer en minder succes gelonkt naar de stijl van elektronische dance, zoals in Princess Of China of Paradise.

Op het nieuwe album zijn de up-tempo nummers opnieuw het meest geslaagd: single Adventure Of A Lifetime wervelt en sprankelt dankzij een gewiekste melodie, opzwepend ritme en aangename onzintekst. Ook Hymne For The Weekend en in mindere mate Fun zijn slimme dance-popbrouwsels. De ballades blijven daarbij achter. Martin heeft blijkbaar geen inspiratie meer voor interessante pianomelodieën: het intro van Afterglow klinkt als een afgekeurd kerstliedje.

When the Storms Would Come: Holy Holy (●●●○○)

Nu Coldplay Coldplay niet meer is, is de vraag wie ‘de nieuwe Coldplay’ wordt. Want de behoefte aan stadionrock en stadionballades blijft bestaan. Misschien kan Holy Holy de leemte vullen. Deze Australische groep speelt afgeronde rock met koesterende koortjes.

Zanger Timothy Carroll heeft een snedige, vriendelijke stem en de gitaren op debuut When The Storms Would Come klinken Coldplay-achtig priemend. Maar Holy Holy doet er soms een schepje bovenop: nog breder, emotioneler, vuriger. Dat geeft Heroine een mooi daverende climax.

Courting the Squall: Guy Garvey (●●●●○)

De Britse zanger Guy Garvey laat zich excuseren. Zijn band Elbow werd wegens galmende zangstem en deinende melodieën ooit in het Coldplay-vakje ingedeeld, maar zijn soloalbum geeft blijk van andere aspiraties. Op Courting The Squall omringt hij zich met dwarse instrumentaties, tot de liedjes bijna Tom Waits-achtig rammelen, knorren en tegen de haren in strijken.

Blazers geven kriskras hun accenten, drums tikken hoekige jazzritmes. Zo spannen de instrumenten samen in een tegendraads duet met Garveys melancholische stem, tot elk nummer een andere blik biedt op zijn ruige binnenwereld.