‘Dit kán niet goed blijven gaan’

NRC peilde in de buurten de stand van het land. Tragisch hoe politiek en publiek in verschillende werelden leven, zegt de hoogleraar.

Foto’s David van Dam

De gereformeerd-vrijgemaakte Pim Loef (26) uit Rijswijk heeft niets te klagen. Getrouwd, prima baan, gezond. Wel maakt hij zich er zorgen over dat mensen zo weinig bij elkaar betrokken zijn. Begin volgend jaar opent er bij hem in de buurt een asielzoekerscentrum. Hij zou graag helpen.

Een PVV-stemmende cafetaria-eigenaar (29) uit Klazienaveen wordt beroerd bij de gedachte dat de „goudzoekers” onder de vluchtelingen dure schoenen en dure telefoons eisen, en krijgen. Toch wil hij niet dat Wilders de volgende premier wordt. „Dan krijgen we 1939-toestanden.”

Een 74-jarige man uit De Esch in Rotterdam vertelt dat zijn 100-jarige moeder op in haar laatste levensjaar op een gang met dertig lege kamers woonde. Het verzorgingshuis ging sluiten, en zij had nog geen nieuwe plek. Toen ze die wel kreeg, ging ze dood.

Tom en Thea uit Drachten, beiden gepensioneerd, vinden dat ze een rijk leven hebben. Ze bedoelen: de kinderen zijn gezond en we hebben leuke kleinkinderen.

Dertig NRC-verslaggevers gingen naar dertig buurten in heel Nederland en ondervroegen 382 mensen over hun grootste zorgen. Zaterdag publiceerde de krant conclusies en een deel van hun verhalen. Nederlanders zijn tevreden over hun eigen leven, maar ze zijn bang voor de toekomst, zo bleek uit een analyse van alle antwoorden. Ze zijn nog niet arm, nog niet werkloos, hun huis is nog niet te duur. En hun gezondheid is nog goed. Maar straks? En wat dan?

Gistermiddag sprak NRC over het onderzoek met Gabriël van den Brink (65), sinds kort emeritus hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de universiteit van Tilburg. Zijn verhaal: „Ik zie drie grote spanningen in jullie materiaal, die tussen het eigen leven en de rest van de wereld, die tussen het nu en de toekomst, en die – de grootste spanning – tussen hoe geïnterviewden naar de samenleving kijken en hoe de politieke klasse haar ziet. De geïnterviewden willen goede zorg, een sociale samenleving. Het gaat ze niet om geld, al maken ze zich wel zorgen om de tweedeling tussen arm en rijk. Ze vinden het nationale en het Nederlandse belangrijk. De politieke klasse heeft het daarentegen over zelfredzaamheid, over marktwerking, over Europa. Op al die punten is er een andere visie. Mensen wíllen helemaal geen marktwerking in de zorg. Ze willen niet gedwongen worden tot zelfredzaamheid. Ik heb de kloof tussen burger en politiek zelden scherper verwoord gezien dan in deze gesprekken.”

Slechts enkele geïnterviewden noemden het klimaat als groot probleem.

Van den Brink: „Nee, en ze hebben het ook nauwelijks over een beschaafde omgang met vluchtelingen of over de economische crisis. Daar heeft de politiek het wel over. Je ziet een ontkoppeling van wat gewone mensen belangrijk vinden en wat de politiek belangrijk vindt. Tragisch om te zien. De zorgen van politici zijn terecht, maar het lukt ze niet om ze over te brengen op het publiek. Men leeft in verschillende werelden. En dat kán niet, in een moderne samenleving. Er móét een relatie zijn tussen wat de elite bezighoudt en wat de burger bezighoudt. Er zal veel meer moeten worden gedaan om het verhaal van de burger in de politiek te krijgen, en het verhaal van de politiek bij de burger. Dit kán niet goed gaan.”

Wat is het risico van de kloof tussen burger en politiek?

„Dat bepaalde politieke leiders de onvrede gaan exploiteren. Dat gebeurt al. Als politici niet in staat zijn om onderwerpen die echt belangrijk zijn – het klimaat, de opvang van vluchtelingen, Europa – te laten wortelen in wat gewone kiezers denken en voelen, dan krijg je Steenbergen. Steenbergen [waar rellen uitbraken tegen de komst van een asielzoekerscentrum] is het resultaat van deze misfit. Ik vind dat heel zorgelijk. Want het is hier geen dictatuur, waar de staat linksaf kan gaan terwijl het volk naar rechts wil. Nee, dit is een moderne democratie. Daar zou dat echt niet zo moeten zijn.”

Wie moeten zich dit aantrekken?

„De situatie lijkt echt geblokkeerd. Deze week heb ik in mijn afscheidsrede [als hoogleraar] gezegd dat er drie tekorten in de politiek zijn. Er is een democratisch tekort, in die zin dat er te weinig uitwisseling is tussen wat politici beweegt en wat een flink deel van de bevolking denkt. Men bestuurt, desnoods tegen de bevolking in. Er is een maatschappelijk tekort: inzetten op de neoliberale agenda zonder goed te kijken naar de gevolgen voor mensen aan de onderkant. En er is het morele tekort. Alles wat de politiek doet, heeft een morele kant, maar niemand heeft het over de moraal.”

Ziet u nog tekenen van hoop?

„Ja hoor, wel degelijk, ook in jullie onderzoek. Veel mensen doen vrijwilligerswerk, ze zorgen voor elkaar. Er is heel wat dynamiek in de samenleving. Maar dat gaat vooralsnog langs de politiek heen.”

Begrijpt u waarom mensen banger worden voor de buitenwereld naarmate ze er zelf minder van merken?

„Ja, dat is een interessante paradox. Daar waar mensen concreet met elkaar te maken hebben – in de supermarkt, op hun werk – gaan ze heel redelijk met elkaar om. Maar als ze zich een voorstelling van de samenleving buiten hun eigen wereld maken, dan begint de angst. Die voorstelling wordt ze aangereikt door de media en ze wordt niet gecorrigeerd door de politiek. Mensen krijgen veel informatie, vaak heel vervelende, meer dan vroeger. Maar ze kunnen er niets mee en dat maakt hen bang. Ze willen er invloed op kunnen uitoefenen en dat zou via de politiek moeten, maar die neemt vooral maatregelen waar ze geen voorstander van zijn. Dat geeft een enorme frustratie. Ze kunnen dus niets doen en dan gaan ze maar mensen in hun eigen kleine kring helpen. De grote vraagstukken blijven vervolgens liggen. De klimaatproblemen los je zo niet op.”