Column

De consumentist, een klimaattegenstander

Het klimaat is van alle aardbewoners en dus is het vanzelfsprekend dat nu in Parijs afgevaardigden van 196 landen hun conferentie houden over de gevaren die ons door de opwarming bedreigen. Maar zelden of nooit zal er een bijeenkomst zijn gehouden waarop een zo groot aantal deelnemers zoveel tegengestelde belangen met elkaar moesten verzoenen. Bovendien, dat leert de recente geschiedenis, zijn er weinig onderwerpen die bij het publiek zulke verbitterde tegenstellingen wekken als het klimaat.

Een beknopte terugblik. In 1972 verscheen het rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei. Daarin wordt op wetenschappelijke wijze de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen verklaard en hoe deze ontwikkeling in strijd is met de gestage toename van de wereldbevolking. In 1973 brak de oliecrisis uit, een gevolg van de boycot door de Arabische olieproducerende landen die daarmee reageerden op de Jom Kippoeroorlog met Israël. In Nederland ging de benzine op de bon, er werd een maximum snelheid van 100 kilometer ingesteld. Joop den Uyl was toen minister-president. Hij verklaarde: „Het wordt nooit meer zoals het geweest is”. Bij wijze van antwoord kon je een sticker op je bumper plakken met de tekst: ‘Ik rij honderd als Den Uyl opdondert’. Den Uyl heeft haat gewekt. Het rapport van de Club is in 37 talen verschenen, in een oplage van 12 miljoen exemplaren en het heeft vrijwel geen invloed gehad.

De oliecrisis ging voorbij. Na de Koude Oorlog begon weer een periode van economische groei. Tegen het einde van de jaren ‘90 werd de Nieuwe Economie ontdekt, een toestand waarin voornamelijk door internet en alles wat met de digitale revolutie samenhing eindeloze groei verzekerd was. Toen barstte deze zeepbel en er brak een crisis uit die jaren duurde. De vervuiling, intussen, kwam niet tot stilstand. In 2007 ging de film van Al Gore en Davis Guggenheim, An Inconvenient Truth, in première. Afbrekende ijsbergen, smeltende gletsjers, half Nederland onder water. De film kreeg veel bijval maar wekte ook woede. Er kwam een tegenfilm, The Great Global Warming Swindle. Die heb ik niet gezien, maar de titel zegt voldoende. Intussen was het klimaatverdrag van Kyoto in werking getreden. Ook dat heeft niet het gewenste effect gehad. Amerika, een van de grootste vervuilers, weigerde het te ondertekenen. Daarna hebben we nog de conferentie van Kopenhagen gehad die grotendeels onverrichter zake uiteen is gegaan. Tot zover deze opsomming van vergeefsheid. De oorzaken van de klimaatverandering kennen we nu wel en de gevolgen worden steeds beter omschreven – voorzover ze al niet worden ervaren. Hoe komt het dan dat voor een zo evident en ernstig vraagstuk geen uitvoerbare oplossing kan worden gevonden? Omdat het internationale publiek niet meedoet in het proces van de besluitvorming.

Het ontbreekt de meeste mensen aan deskundigheid om een oordeel over deze problemen te kunnen vellen, maar ze zijn er wel medeplichtig aan. Dat komt door het consumentisme. De consumentist is een ongeremde veelverbruiker van alles wat landbouw, industrie en amusement te bieden hebben. Het consumentisme heeft geen politiek, geen weloverwogen plan, het breidt zich als vanzelf uit over de aarde voorzover de mensen het kunnen bekostigen. En de consumentist is wars van politiek voorzover hij geen diepe afkeer van politici heeft omdat ze hem bij de vervulling van zijn wensen dwars zitten. Van dit laatste verdenkt hij in het bijzonder de klimaatdeskundigen. Het consumentisme is ongewild en ongeorganiseerd de belangrijkste tegenstander van de klimaatbeschermers. En het tragische is dat de consumentist pas overtuigd raakt als het te laat is.