Schattig met een snijdend randje

De nieuwe Mazda MX5 is charmant en verschrikkelijk snel. Bas van Putten vliegt bijna van de baan.

De nieuwe Mazda MX5 bij Autobedrijf Hoogwerf in Vlaardingen met verkoopadviseur Yardy Hoogwerf. Foto Peter de Krom

Een cabrio hoeft maar twee dingen te kunnen: open en dicht. De overige eigenschappen zijn haast bijzaak. Hij hoeft niet groot en snel te zijn. En er hoeft geen Ferrari-motor in waarvan de oerwoudkreten toch verdrinken in het windgeruis. De vreugde steekt in de fysieke confrontatie met de elementen. Honderd rijden voelt al als tweehonderd en veel harder met de kap neer is alleen voor sadomasochisten. Goed sturen moet hij wel, want open wenst men één te zijn met de natuur: beweeglijk, eeuwig jong.

Toch zijn er cabrio’s die 300 halen, badkuipen met de pasmaten van een Mercedes S-klasse. Fout. Gewichtigheid is verraad aan hun wezen. Als je de randvoorwaarden voor een mooi dakloos leven door de blender haalt, rolt er één ideale mix voor open auto’s uit. Voor de kronkelwegen waar ze horen zijn ze klein en licht, voor de maximale beleving van het buitenleven moet de bestuurder zo laag mogelijk boven het asfalt zweven. Voor de romantiek is er een stoffen kap, niet zo’n sfeerloos stalen klapdak. De motor is een kittig viercilindertje met vriendelijke omgangsvormen. En er is één auto die nu al meer dan 25 jaar die deugden samenbalt: de Mazda MX5.

Hij voldoet aan alle eisen die vreedzame genieters aan een Leuke Partner stellen: charmant, een beetje stout, niet te hoogdravend. Hij werd het sportwagentje dat we sinds die open Lotussen en MG’s van good old England misten, de Britse tweezitters waar de Japanners hem van hadden afgekeken. En aan de prijs gaat een mens niet failliet. Vandaar dat hij zo populair is, het speeltuigje dat voor de vrije zaterdagen werd wat Golfjes zijn voor de kantooruren.

In mijn eigen cabrio, een Mercedes SL, voel ik sinds de MX5 dat ik in het verkeerde lijf rijd. Als ik op een mooie dag die knots van meer dan 1.800 kilo door de bochten wring, komt mij altijd wel een kolonne hittepetitterige Mazda’s tegemoet met coole types. Ze hebben leuke truien aan en vrolijke petten op, hun Japannertjes gaan nooit kapot. Ze hebben elkaar, en gezellige verchroomde rekjes voor een retroweekenduitjeskoffer op de achterklep. Ze roken niet en cruisen solidair in clubverband. Zij wel.

Dat schuldgevoel doen Mazdamensen een Mercedesrijder aan. Ik haat ze. Maar niet hun autootje. Want dat is snoezig en de vierde generatie MX5 overtreft alle vorige. Hij presenteert zich minder boytoy-achtig dan voorheen, de achterkant doet aan een Jaguar F-Type denken, maar hij blijft de dreumes die je redeloos vertedert, hoewel zijn schattigheid een snijdend randje heeft gekregen. Mijn test-Jap heeft een tweeliter met 160 pk op een leeg gewicht van net geen 1.000 kilo. Zo veel vermogen voor zo weinig massa, met nog achterwielaandrijving ook – het garandeert spektakel. Hij is verschrikkelijk snel en uitbundig, rauw zoals weinig auto’s zijn. In de eerste bocht op vochtig wegdek vlieg ik al bijna van de baan.

Beetgraag pookje

Ik zit met mijn linkerknie tegen het dashboard en de stuurpositie is niet ideaal, maar lijden is een voorrecht in het Mazdaatje. Het mechanische kapje heeft een geniaal ontgrendelingssysteem waardoor je het vanuit je stoel met één beweging sluit en opent. Met het beetgrage pookje van de zesbak laat je hem als een tennisbal door de verzetten schieten en hij stuurt ouderwets direct. De hele auto ademt een bruisende, lichamelijke vitaliteit. Hij is een ode aan het zorgeloze leven dat zo zelden brengt wat het beloofde.

Toch voel ik smart in deze auto. Het was in een voorganger van deze dat ik op bezoek ging bij mijn ouders. Toen mijn auto hatende moeder opendeed zag ik iets ongewoons gebeuren. „Wat een leuk autootje!”, snerpte zij kinderlijk enthousiast. „Kom”, zei ik, „we gaan een ritje maken.” Het was prachtig weer, het gouden koetsje blaakte in de zon, het kleine motortje snorde sonoor, en naast mij zag ik iemand glimlachend de vlam van een geweldige ontdekking koesteren.

Na een rondje Zaanstreek zei ze, zestig: „Dít wordt mijn volgende auto.” En wanneer zij, grenzeloos rechtlijnig, een beslissing nam, dan was hij onherroepelijk. Maar een jaar later was ze dood.

Ik kan nog steeds wel janken. Bij elke MX5 die ik zie rijden denk ik aan de dag waarop mijn hooggestemde moedertje besloot de schaamte voor het platte leven achter zich te laten. Laat het een les zijn voor de levenden; wacht niet. Dit is verrukkelijk. Verdomme.