Column

Ramptoerist

Voortvarend vond ik het, om op een zondagochtend rond half tien, gedoucht, aangekleed en met twee dezelfde schoenen aan in een theater te staan. Een vriend had mij uitgenodigd om met een groepje mee te gaan naar The Best of IDFA. Dat houdt in dat je van tien uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds documentaires kijkt en zo nu en dan de benen strekt in de rij voor de wc. De eerste film was Ukrainian Sheriffs. Een tragikomisch portret van twee sheriffs in een dorpje vol armoede, burenruzies, moeilijk uitklapbare kinderwagens en heel veel drank. Vooral het verhaal van een analfabete, verslaafde crimineel die graag een beter leven wil, maar het niet voor elkaar krijgt is ontroerend. „Iemand, drop? Heb ook M&M’s.” Daarna volgde My Aleppo over een gevlucht Syrisch gezin dat vanuit Zuid-Afrika de verwoesting van hun geliefde land en de verandering van hun naasten gadeslaat. Aansluitend de film At Home in the World, over gevluchte kinderen die in een Rode Kruis-school in Denemarken worden voorbereid op een vaak ongewisse toekomst. Een toekomst in Denemarken? Moeten ze weer terug? Het is niet altijd zeker. De ogen van het jongetje Magomed zal niemand die de film gezien heeft ooit vergeten. „Zit je hele tas vol hapjes, vergeet je zakdoeken mee te nemen, lekker handig!” Inderdaad, toen we naar buiten liepen voor de lunchpauze („Jullie kunnen in het theater terecht voor lunch of naar het Leidseplein voor iets wat op lunch lijkt”) zat de mascara van de meeste vrouwen op een andere plek dan toen ze ermee naar binnen wandelden. De vriend en ik aten op het Leidseplein respectievelijk een friet met mayo en een broodje mayo met ei. „Heftig he?” „Nou.” Tijdens de film Don Juan, over een autistische jongen die door zijn moeder nogal agressief aangespoord wordt om ‘normaal’ te zijn, gingen er kaascrackers rond en was er ruimte om het eetgedrag van de rij voor ons te evalueren. „Ik kan er slecht tegen om iemand een appel te horen eten.” „Ja, vréselijk, dat heb ik ook.” Tot slot de indrukwekkende film Sonita, over een stoer meisje dat wil rappen maar dat niet mag, omdat het vrouwen verboden is te zingen in Iran. Iets wat ook niet mag in Afghanistan, waarvandaan ze gevlucht is en weer naartoe terug dreigt te moeten omdat haar ouders haar als bruid willen verkopen zodat haar broer geld heeft voor zijn eigen bruid. De documentairemaakster grijpt uiteindelijk gelukkig in in het leven van haar onderwerp en dat geeft op een bepaalde manier een happy ending maar ook een nasmaak van ‘en al die anderen dan?’ Twee bebrilde dames van middelbare leeftijd veerden na afloop op „We hebben weer genoeg om over na te denken!” „Wijntje?” „Als de rij niet te lang is.” En dat was wat er al de hele dag knaagde; het gevoel een decadente ramptoerist te zijn. Die even halt houdt om het een en ander in zich op te nemen, zodat er in zijn verveelde hoofd weer ‘iets om over na te denken’ is. Wat een voorrecht.