Mister duurzame ontwikkeling

foto anp

Economische groei en milieubehoud sluiten elkaar niet uit. Dat heeft Maurice Strong, een Canadese zakenman en VN-diplomaat die op 86-jarige leeftijd is overleden, altijd uitgedragen, soms tegen de klippen op.

Bij een breder publiek werd Strong bekend als ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties en voorzitter van de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro in juni 1992.

Die ‘Earth Summit’, neergezet als ‘de laatste kans om de Aarde te redden’, had een even kolossale als onhaalbare agenda op het gebied van biodiversiteit, ontbossing, armoede, bevolkingsgroei en het klimaat. Twee weken lang onderhandelen door 178 landen mondde uit in een reeks compromissen, waarin de belangen tot homeopathische verhoudingen waren verdund.

Toch leverde het iets groots op: het idee van ‘duurzame ontwikkeling’, sustainable development, bood rijke en arme landen, milieugroepen, regeringen en industrie voortaan de gelegenheid elkaar op zijn minst te verstaan. Zonder dat idee geen VN-klimaatconventie (1992), geen Kyoto-protocol (1997) en niet de klimaatconferentie die nu in Parijs aan de gang is.

Strong was er de belichaming van. „Het bedrijfsleven moet leren milieu mee te wegen, en de milieubeweging moet eens leren begrijpen hoe het bedrijfsleven werkt”, zei hij in 1992 tegen deze krant.

Zijn vader werd ontslagen in zijn geboortejaar, 1929, het begin van de Grote Depressie. Zijn moeder stierf in een inrichting. Vormende jaren, zei hij toen hij fortuin had gemaakt in de Canadese olie-industrie. „Ik ben ideologisch een socialist, en een kapitalist qua methode.” Als chef van energiereus Power Corporation (tot 1966) zette hij zich via de VN in voor mondiale milieuproblemen. Niet of niet alleen door het schetsen van doemscenario’s, zoals de Club van Rome, maar gericht op een praktische aanpak. Hij werd in 1972 de eerste directeur van het VN-milieuagentschap (UNEP).

Hij had een onnadrukkelijke, licht monkelende stijl, al nam hij geen blad voor de mond over het Vaticaan en het bevolkingsvraagstuk, of over Amerikaans egoïsme in de klimaatonderhandelingen. Maar een cynicus werd hij niet. „Dat kan ik me niet permitteren”, zei hij.

Strong hielp onder meer het World Economic Forum in Davos oprichten. Zijn laatste VN-baan was als gezant van Kofi Anan voor Noord-Korea. De laatste jaren van zijn leven bracht hij veel in China door, waar hij onder meer hoogleraar was.