Column

Maxime

Het was bijna een stilleven zoals Maxime Lestienne voor zijn coach Phillip Cocu stond op het trainingsveld van de Herdgang. De rouwende voetballer, het hoofd halvelings gebogen, converseerde niet zichtbaar mee. Lood in de schoenen, kou in het hart. Mama Cynthia was onverwacht overleden, zes weken later was het de beurt aan papa Fabian. Ineens weeskind.

Deze week hervatte hij de training en zei dat hij steun had gevonden bij zijn ploegmaats. Zij helpen hem op te krabbelen uit de rouwkelder, vullen daarom nog niet het zwarte gat dat in zijn leven is geslagen, maar breken eenzaamheid met een lach en een dribbel. Hun spelplezier was aanstekelijk, sleepte hem reeds in gedachten mee naar het duel tegen Moskou, naar de Champions League. Hij wou spelen – zijn ouders zouden niet anders hebben gewild.

Voetbalclubs halen meestal het nieuws met hun megalomane pretenties, bestuurlijk gerommel en als de strijd voor titel of degradatie spannend wordt. Familieomstandigheden sneeuwen onder in de doem van succes. Verdriet is niet geschikt als motivatieplatform. Dus: en avant, vooruit met de geit, er moet gewonnen worden. Liever een treurende spits dan geen spits.

Toch blijkt in dramatische omstandigheden ook het menselijke karaat van een club. PSV staat al langer bekend als warme huiskamer, waar spelers hun onvoltooide zelf mogen zijn. Het wordt soms gestigmatiseerd als amateurisme en provinciale zachtmoedigheid, maar dat is Randstadcynisme.

Er is geen club in Nederland die meer aandacht besteedt aan oudgedienden dan PSV. Zelfs de emotionele flipperkast Romario spreekt met heimwee over zijn oude club. Frank Arnesen en Sören Lerby die hun grootste triomfen bij Ajax vierden, bejubelen PSV als de warmste kleedkamer in de eredivisie. Toen hij allang terug in Brazilië zat, heb ik Ronaldo nog zien flaneren op een koopjesavond in Eindhoven.

De hitte van bal en mens.

Spelers die ooit het Philipsshirt hebben gedragen, hoor je zelden natrappen. Voetbalmakelaar Mateja Kezman verwijst in zijn wervingspraktijken steevast naar PSV als de club die hem heeft uitgerijpt tot Europese spits. Natuurlijk waren er pijnlijke momenten zoals de clash tussen Eric Gerets en Harry van Raaij, maar tot scandalitis is het niet gekomen. Bestuurder Jan Timmer moest uiteindelijk het veld ruimen omdat hij te rigoureus was met het machtswoord.

PSV: dorpelingen gezellig onder elkaar.

In de tijd dat Luc Nilis de maandaguitstap naar een disco in het Belgische Hasselt organiseerde, stond nagenoeg de hele selectie mee aan de toog. Er waren nauwelijks afvallers, de groepsgeest werd doorgetrokken tot in vertier en plezier. Dat heeft bij Ajax nooit bestaan. Kliekjesvorming zag je ook in het nachtelijke uitgaansleven terug.

Maxime Lestienne mag blij zijn met het warme PSV-nest. Hij heeft het anders gekend bij Club Brugge. Toen hij uit vorm raakte, pikten de Vlamingen zijn Franstalige maniertjes niet langer. De 23-jarige aanvaller voelde zich de laatste maanden in Brugge bijna melaats. Dat lag ook aan zijn koppige eigengereidheid en tactisch egoïsme. Er werd niet meer naar de breekbare jongen uit Moeskroen omgekeken.

Al in de eerste weken bij PSV bloeide Lestienne op. In België had niemand verwacht dat hij meteen een basisplaats zou veroveren. Nog groter was de verbazing toen hij, himself, de wedstrijden tegen Manchester United en CSKA Moskou openbrak met fijne assists en doelpunten. Het goudhaantje met de blonde kuif geheel herboren.

Op zijn eerste persconferentie na het drama zat hij ingekeerd voor zich uit te staren. Je hoorde de brok in zijn keel kloppen. Mijn vaderhart laaide pas op toen ik Phillip Cocu naast hem zag zitten. Uitvouwbaar schuiloord voor het gebrokene.