Luisteren kun je leren

In 1993 las ik voor het eerst over autobiografisch luisteren: de vervelende neiging om een gesprek over te nemen vanuit je eigen perspectief. „Dat had ik laatst ook.” Of: „Weet je hoe ik zoiets oplos?” Ik weet dat het 1993 was, omdat ik het boek waarin het stond een paar weken geleden nog in handen had. Voorin stond een aantekening met een datum erbij. En het gedeelte over autobiografisch luisteren was door mijn 22 jaar jongere zelf onderstreept en voorzien van de opmerking: „Werk hieraan!”

Beetje vervelend alleen dat ik mij van dat voornemen helemaal niets herinnerde. Tijd voor wat nascholing op het gebied van goed, actief luisteren dus. Een paar dingen die ik geleerd heb.

Allereerst: goed, actief luisteren is niet alleen fijn voor je relatie, maar ook voor je loopbaan. In onderzoek zetten werkgevers goed kunnen luisteren op nummer een of twee – vóór enthousiasme en opleiding – als reden voor promotie. Alleen goed spreken wordt in een deel van de onderzoeken hoger gewaardeerd.

Goed luisteren gaat niet vanzelf. Een zeer basale reden is de volgende. Spreken doen we met een snelheid van 125 tot 175 woorden per minuut. Maar luisteren kunnen we tot een snelheid van 450 woorden per minuut. En denken doen we nog veel sneller. Je dwaalt tijdens een gesprek daarom makkelijk af. Het onderdrukken van afleidende gedachten en impulsen kost ons domweg energie.

Actief luisteren betekent ook de juiste dingen terugzeggen. Onderzoeker Graham Bodie liet 342 tweetallen met elkaar praten over emotioneel geladen onderwerpen. De gesprekken werden gefilmd en erna werd de vertellers gevraagd om het gesprek te beoordelen. Non-verbale signalen, zoals knikken en oogcontact maken, bleken belangrijk voor een goed gesprek. Maar verbale signalen, zoals het stellen van open vragen en het in eigen woorden samenvatten van wat de verteller zegt, bleken drie keer zo belangrijk. Volgens Bodie betekent dit onder meer dat je ook via de telefoon een echt goed gesprek kunt voeren waarbij de spreker zich begrepen en gesteund voelt.

Goed, nu praktisch. Dit is mijn checklijst hogere luisterkunst:

• Allereerst is het de kunst om te signaleren dat iemand anders wil praten. Neem de tijd en toon interesse: „Vertel eens...”

• Als de ander zijn verhaal begint, laat dan meteen merken dat zijn verhaal de moeite waard is: „Echt waar? Vertel...”

• Moedig de ander aan. Laat merken dat je meer wilt horen: „Hm-hm, Oké.” Stel ook open vragen. Niet gericht op wat jij wilt weten, maar op wat de ander wil vertellen.

• Vat tussendoor, in je eigen woorden, samen wat de ander heeft gezegd: „Als ik je goed begrijp, dan zeg je...”

• Benoem regelmatig de gevoelens die je oppikt: „Zo, ik begrijp dat je daarvan baalt.”

• Houd je aandacht erbij en onderdruk de neiging om met eigen ervaringen of oplossingen te komen. Doe dat pas wanneer de ander daar expliciet naar vraagt en houdt ook hierbij de interactie op gang.

Zo, dat is de theorie. Die beheers je snel. Om van actief luisteren – in elk geval thuis – een gewoonte te maken, gaat me wat meer tijd kosten. Maar niet nog eens 22 jaar. Dan zou mijn autobiografie slecht aflopen.