Islamitische Staat, IS, Daesh: het is verwarrend genoeg

Nieuws is gewoon nieuws omdat het nieuws is, zeggen journalisten wel eens laconiek, om hun wereld een beetje overzichtelijk te houden. Maar inmiddels weet iedereen, met dank aan Nietzsche en Joris Luyendijk, dat nieuws nooit gewoon nieuws is, al helemaal niet omdat journalisten het zeggen. Het is inmiddels een stamtafelwijsheid dat ‘de media’ feiten vooral ‘framen’. En in een onheilszwangere tijd als de onze wordt dan alles een ideologisch ‘frame’, inclusief taalgebruik, woordkeus en namen.

Want waarom, vraagt een kritische lezer, gebruiken NRC Handelsblad en nrc.next nog steeds de naam IS voor een terroristische organisatie „die zichzelf Islamitische Staat noemt”, terwijl sommige andere media daar vanaf stappen?

Nou ja, u zegt het zelf al, zou mijn reactie zijn – omdat ze zich zo noemen.

Maar dat antwoord is niet langer afdoende: de lezer, en hij is niet de enige, vindt dat de krant met die naam de beweging „legitimeert” als staat en als „islamitisch” (wat ze volgens hem geen van beide is). Hij verwijst naar Frankrijk, waar de overheid, en bijvoorbeeld het persbureau AFP, niet spreken van Islamitische Staat maar van ‘Daesh’, wat de Arabische afkorting is van hun naam.

Het debat over die aanduiding is niet nieuw, maar laaide op na de aanslagen in Parijs. Na de Franse regering maakte het Kremlin bekend in officiële communicatie ook ‘Daesh’ te gaan gebruiken. Ook de Britse premier Cameron zei deze week die benaming te zullen hanteren. In de Arabische wereld is ze al gangbaar.

Wat maakt het uit? De religieuze terreurbeweging begon ooit, na 2003, als een filiaal van Al-Qaeda in Irak, maar herdoopte zich in 2007 tot al-dowla al-islaamiyya fii-il-i’raaq wa-ash-shaam, dat wil zeggen: ‘de islamitische staat in Irak en Syrië (of de Levant)’. Afgekort in het Nederlands is dat dus ISIS, of kortweg IS. In het Arabisch da’ish of daesh.

Het Arabische acroniem wordt door de terroristen als denigrerend en beledigend ervaren. Vertaler Alice Guthrie (ik hou hier haar transcripties aan) legde begin dit jaar in een blog al eens uit waarom (zie: Decoding Daesh; www.freewordcentre.com). Zij willen aangesproken worden met hun „pompeuze, lange, hallucinerende” hele naam, niet met een kinderachtig klinkende afkorting. Met een acroniem, in het Arabisch veel minder courant, voelen ze zich gekleineerd, en voor gek staan met hun grootspraak over een kalifaat. Bovendien verschilt da’ish maar één letter met daes, wat zoveel betekent als ‘plattrappen’.

Geen wonder dat Arabische media hier dankbaar gebruik van maken. De lettercombinatie daesh heeft ook nog, althans volgens sommigen, in Arabische oren connotaties met woorden uit de tijd van al-jahaliyya, de duisternis van vóór de islam. En dan verschijnt IS dus juist als een echo van een barbaarse prehistorie in plaats van als een beweging die terugkeert naar de zuivere islam.

De discussie over de naamgeving lijkt zo een nieuw hoofdstuk in de ideologische polarisatie over de islam. Zoals islamcritici erop hameren dat de islam geen religie is, maar een ‘ideologie’ (en dus geen aanspraak kan maken op grondwettelijke vrijheid van godsdienst), zo beweren zij nu dat IS geen aberratie is, maar de pure islam en juist daarom ‘Islamitische Staat’ moet worden genoemd. Omdopen tot iets onschuldigers is dan de zoveelste capitulatie. Anderzijds houden apologeten vol dat IS ‘niets’ met de islam te maken heeft, of zelfs, zoals een ambtenaar twitterde, een creatie is van krachten die de islam zwart maken.

Kortom, in die polarisatie ben je ofwel te weinig moslim (volgens de extremisten), ofwel te veel (volgens de islamcritici), maar goed is het nooit.

Wat moet een krant hiermee?

De NRC-kranten gebruiken IS en blijven die afkorting gebruiken, begrijp ik, simpelweg omdat die slaat op de naam van de beweging en voor Nederlandse lezers herkenbaar is. Het is ook belangrijk om daar consequent in te blijven, want het invoeren van nieuwe namen werkt verwarrend – en bemoeilijkt bijvoorbeeld het terugvinden van stukken.

Bovendien, de uitleg over de betekenis van ‘Daesh’ is natuurlijk wel interessant, maar de aanduiding is duidelijk ideologisch gemotiveerd, terwijl de linguïstische nuances, en satirische connotaties, Nederlandse lezers zullen ontgaan.

Dus: het blijft IS. En dat lijkt me terecht.

Over de vraag of en in hoeverre IS islamitisch is, of een staat, valt dan nog lang te debatteren – zie ook de analyse in de krant van donderdag, waarin IS wordt getypeerd als een radicale tak van het wahabisme dat in Saoedi-Arabië dominant is en dat door die staat, een vijand van IS, wordt geëxporteerd (Onze foute vriend Saoedi-Arabië, 3 december).

Legitimeert de krant de ‘staat’ met die afkorting? Zoals nu ‘Palestina’, sinds de erkenning door de VN, wordt gebruikt voor de Palestijnse gebieden?

Dat lijkt me niet: lezers zullen toch ook niet denken dat uit het gebruik van de afkorting IRA kan worden afgeleid dat de krant een ‘republikeins leger’ erkent. Of dat met de afkorting RAF steun wordt verleend aan een rodelegerfractie.

Maar de lezersvraag onderstreept nog eens dat ook in de journalistiek woordkeuze en taalgebruik omstreden zijn, en ideologisch betwist terrein.

Een voetnoot. Op 5 december toch ook een kleine opmerking over een ander symbolisch front, van een totaal andere orde dan IS, maar in Nederland niettemin zwaar bevochten: Zwarte Piet. In de commentaren maakte NRC Handelsblad de afgelopen jaren al een ommezwaai, van een Rutte-achtig ‘Zwarte Piet is nu eenmaal zwart’ naar een afwijzing van het aanstootgevende stereotype.

Het zal niet alle lezers zijn opgevallen, maar in de advertenties voor koopjes van One Day Only, een productmerk van NRC Media, is de afbeelding van Piet nu ook aangepast – nou ja, een tikje. De oorbellen en de dikke rode lippen zijn verdwenen, hij heeft nu dunne, witte lippen. Dat gebeurde na opmerkingen vanaf de redactievloer, interventie van de hoofdredacteur en topberaad.

Een kleine stap voor de mensheid, maar toch.

Hij heet wel nog steeds Piet.