‘In Canada heb ik rust gevonden’

Tien jaar vocht hij in Nederland vergeefs om de top te halen. Geloof in eigen kunnen won het van zijn twijfels. TJ Flowers emigreerde naar Canada en is nu wereldrecordhouder.

Daar stond hij, een paar dagen na zijn fantastische wereldrecord op de tien kilometer, met zijn Canadese ploeggenoten voor de Canadese vlag. „In het midden natuurlijk de Maple Leaf”, vertelt Ted-Jan Bloemen. „Daarin mag je je naam schrijven als je een medaille hebt gewonnen bij de wereldbeker.” In plaats van een zwarte stift had zijn coach Bart Schouten speciaal voor hem gezorgd voor een goudkleurige. „We dragen de medailles dan op aan iets of iemand.” Bloemen gaat even verzitten, beleeft de bijzondere herinnering intens. „Laat Bart het maar vertellen”, wijst hij geëmotioneerd naar zijn aangeschoven coach.

Natuurlijk geniet de naar Canada geëmigreerde schaatser nog na van de prachtige reacties op zijn verrassende recordrace van twee weken geleden in Salt Lake City. Olympisch kampioen Jorrit Bergsma en wereldrecordhouder Sven Kramer verslagen, 12.36,30, ruim vijf seconden onder de oude toptijd. Op z’n 29ste eindelijk dan toch nog eens de beste van de wereld, hij, TJ Flowers uit Gouda. „Ik heb direct mijn vrouw gebeld in Calgary. Ze huilde van verbazing, geluk, ze wist niet wat ze ermee aan moest. Prachtig.”

Ook leuk waren alle complimenten uit zijn oude vaderland. „Ik had geen idee wat het heeft losgemaakt.” Of die zes chocoladeletters WR HERO, oer-Hollands fabricaat maar in de Engelse taal. „Ik was al heel erg gelukkig en dat ben ik nog steeds.”

Maar dan dat ene moment, die dinsdagmiddag na zijn recordrace, terug op de thuisbasis in Calgary, de ceremonie met de Canadese vlag. „Dat was heel emotioneel”, vertelt Schouten, inmiddels alweer zes jaar Nederlandse coach in Canadese dienst. „Ted stond te huilen, kon niet uit zijn woorden komen. En dan zit het hele Canadese team daar met tranen in de ogen naar hem te kijken. Oprechte emoties, hartstikke mooi. Zo’n ceremonie doet meer met je dan je van tevoren inschat. Op zo’n moment voelt Canada ook echt als het land waarvoor je schaatst.”

Geen twijfel wie Bloemen bedankte, toen hij voor de vlag met het esdoornblad stond. „Deze prestatie heb ik aan m’n ouders opgedragen”, zegt hij aan de vooravond van de wereldbekerwedstrijden van dit weekeinde in het Duitse Inzell. „Zij hebben me altijd ondersteund. Ze zijn samen met mij blij geweest als het goed ging en samen droevig als het slecht ging. Geweldig dat ik ze nu zo’n race kan geven. Ik weet zeker dat ze ontzettend gelukkig en trots zijn.”

Wie geloofde na tien jaar van enkele ups en veel meer downs nog in Bloemen, een stayer uit de Nederlandse subtop? Sprankelend debuut eind 2005, een kleine contractje bij DSB, de ploeg van coach Jac Orie. „Dan hoop je op een vervolg maar dat kwam niet.” Van het ene gewest naar een volgend klein commercieel ploegje, hooguit gesteund door ONS-schaatsen, een crowdfundingsactie van zijn vader, huisarts te Gouda. Zijn moeder kookte de pasta bij de wedstrijden. „Dankzij m’n ouders kon ik dit blijven doen.”

Zelfs een vierde plaats op het WK (2010) of een nationale allroundtitel (2012) bracht geen verbetering. Vechten tegen de bierkaai? „Tegen een topploeg als TVM was je op voorhand kansloos. Je zit constant ergens tegenaan te boksen maar het lukt niet.” Best verleidelijk om de omstandigheden de schuld te geven. De TVM-schaatsers hadden alles, hij bijna niets. „Die gevoelens heb je, maar ik vind het niet eerlijk om te zeggen. Je moet het altijd bij jezelf zoeken.”

Ergens diep van binnen bleef altijd die heilige overtuiging in eigen kunnen. „Dat is de reden dat ik nooit heb opgegeven. Ik heb altijd dat gevoel gehad dat ik zoiets in me had wat ik nu laat zien. Ik ben daar altijd naar op zoek geweest. Waar is het einde? Hoever kan de potentie die ik in me voel me brengen? Al moet ik eerlijk zeggen: op een gegeven moment begin je daar wel heel erg aan te twijfelen. Heb ik dit mezelf allemaal niet wijs gemaakt?”

Dieptepunt is twee jaar geleden, een trainingskamp in Inzell. „Dat was mijn moeilijkste jaar, het werd steeds erger. Ik zat niet lekker in mijn vel, was hier op trainingskamp maar wilde hier helemaal niet zijn. Ik zag alles heel negatief.” Dan trekt Bloemen keiharde conclusies. „Ik kan wel blijven zweven tussen allerlei ploegen maar dat ging mij niet beter maken. Ik krijg het in Nederland nooit zoals ik wil. En ja, ik heb een Canadese vader. Ik ga er gewoon voor.” Een e-mail aan de Canadese bondscoach Schouten doet de rest. „Hij reageerde zo enthousiast. ‘Oké, nu ben ik Canadees’, dacht ik meteen.”

Op 4 juni 2014 stapt Bloemen in het vliegtuig naar zijn nieuwe vaderland. Dag huis, sportwagen, gitaar. Afscheid van familie en vrienden. „Een avontuur, al wist ik wel een beetje waar ik terecht kwam. Mijn pa was er geboren, ik heb er van beide kanten familie.” Hij krijgt een paspoort, vindt in eerste instantie onderdak via ploeggenoten. „Ik was heel blij dat ik meteen in het team ben opgenomen. Ik heb meteen gezegd: ik word echt Canadees, ik ga er wonen en zet me in om het met z’n allen te doen in het team.” Lachend: „Man, ik kom er nu pas achter dat Bart best goed Nederlands spreekt. We doen alles in het Engels.”

Noem hem ook vooral geen schaats-Canadees, zoals Bart Veldkamp schaats-Belg was of Bram Smallenbroek schaats-Oostenrijker. Een vlucht uit Nederland om zich makkelijk te plaatsen voor een WK? „Nee. Dit is een land met schaatshistorie, goede schaatsers en een sterk nationaal team. Ik ging echt voor de faciliteiten om een betere schaatser te worden. En ik had via mijn familie al een band met het land.”

Beren langs de weg

Geen betere ambassadeur voor Canada dan Bloemen. „Het leven als Canadees is gaaf. In de zomer elke dag de bergen in om te fietsen, intervals met beren langs de weg. De mensen zijn wat vriendelijker en minder gehaast dan in Nederland. Ik heb een geweldige vrouw, we zijn van de zomer getrouwd. In Canada kun je jezelf zijn. Ik heb veel rust gevonden, waar ik me in Nederland een beetje gepusht of gestrest voelde. Zeker ook in de schaatswereld.”

In zijn eerste seizoen als Canadees vindt Bloemen stabiliteit, die hij in Nederland zo miste. Met coach Schouten schaaft hij aan technische details, zonder druk een contractje te moeten afdwingen voor het volgende seizoen. En afgelopen zomer volgt de doorbraak. Hij voelt het, elke training. Hij spreekt erover met Derek Robinson, sportpsycholoog. „Ik zei: ‘ik heb het gevoel dat ik zo goed aan het schaatsen ben, dat ik zoveel beter ben. Ik kan onwijze stappen gaan maken.’ Maar dat had ik nooit gedaan. Ik was er heel onzeker over. Ging het echt gebeuren of voelde het alleen maar zo op de training?”

Coach Schouten vergelijkt de trainingstijden met die van zijn vroegere pupillen Chad Hedrick en Derek Parra. Bloemen is sneller. Sportpsycholoog Robinson stelt een vraag. „Of ik het wel eens had gezien, mensen die zulke stappen maken. Ja, jonge jongens als Kramer of Koen Verweij. Maar ik kon geen mensen bedenken die dat op hun 29ste nog doen. Dan is het soms moeilijk om het geloof erin te houden dat jij dat wel kunt.”

Races liegen niet. Bloemen rijdt 12.52 in een trainingsrit in Calgary, zeventien tellen onder zijn beste tijd en niet eens op snel ijs. „Dat was al de stap waar ik naar op zoek was.” Bij de eerste wereldbeker vliegt hij op zijn nieuwe thuisbaan als een dolle de vijf kilometer in, om op het laatst volledig stuk te gaan. Toch nog derde, op slechts vier tellen van winnaar Kramer. „Dan kun je gewoon de strijd aan met die jongens.”

Sterker nog; hij kan ze verslaan, blijkt bij zijn geweldige race in Salt Lake City. De hele week praat hij met Schouten al over een wereldrecord. „Ja, ik hield er wel rekening mee. En de uitvoering was precies zoals ik wilde. Na een half rondje zat ik al in mijn slag, daarna was elk rondje exact hetzelfde. Superefficiënt. Je raakt vermoeid, weet dat er een wereldrecord aankomt. Maar ik bleef goed in staat om mijn aandacht terug te brengen naar mijn techniek.”

En laat zijn Nederlandse concurrenten maar denken dat hij vooral profiteerde van een lang verblijf op hoogte. „Dat is nog het minste deel van de verklaring voor het succes”, lacht hij. Op naar de Spelen van 2018? „Ja.” Als Canadees? „Ja.” Podium? „Daar streef ik naar.”