Nederland niet naar de finale, coach Caldas toch positief

Met nog 244 dagen te gaan tot de Olympische Spelen in Rio is er nog voldoende werk aan de winkel voor bondscoach Max Caldas. De hockeymannen verloren vrijdag in het Indiase Raipur met 3-2 van Australië en misten daarmee de finale van de Hockey World League.

Caldas werd ruim een jaar geleden aangesteld met de opdracht de kloof te dichten tussen de nummers één en twee van de wereld – Australië en Nederland. In de finale van het WK in Den Haag, waarin Australië zijn gastheer tot op het bot vernederde (6-1), was immers pijnlijk duidelijk geworden hoe groot het gat tussen beide hockeygrootmachten was geworden.

In de eerste onderlinge confrontatie sinds die finale dreigde Nederland aanvankelijk opnieuw onder de voet te worden gelopen door de superieure wereldkampioen, die door doelpunten van Dylan Wotherspoon en Daniel Beale bijna achteloos een 2-0 voorsprong nam. Maar zo erg als anderhalf jaar geleden in Den Haag werd het niet.

De ploeg van Caldas vocht zich knap terug, met fraaie treffers van Constantijn Jonker en Mirco Pruijser, vlak voor en vlak na de rust. Een schitterende tip-in van Matthew Gohdes, in het derde kwart, werd Nederland uiteindelijk fataal.

Het grootste verschil tussen beide ploegen: kracht en ervaring. De dynamische Australische ploeg, strak geleid door routiniers Jamie Dwyer en Mark Knowles, speelde Nederland met name in de eerste helft bij vlagen van het veld. Door de tegengoal van Jonker, die uit het niets leek te vallen, groeide het vertrouwen in een goed resultaat bij de Nederlandse ploeg, die in India veel jonge spelers bevat.

Mede daarom zag Caldas ondanks de verloren halve finale dan ook voldoende redenen om met een goed gevoel de spelersbus in te stappen. „Voor veel van de jongens was het de eerste keer dat ze tegen zo’n agressief team speelden”, zei hij na afloop via de telefoon. „Al bij al is dit een goede ervaring die veel perspectief biedt voor de toekomst.”