Het schiet nog niet op met die top

Wereldleiders bezigden in Parijs grote woorden over het klimaat. Dringen die ook door aan de onderhandelingstafel?

Bezoekers testen vrijdag virtual reality-brillen in het Parijse Grand Palais, in de marge van de klimaattop. Foto AFP

Het was een slimme zet van Frankrijk om de wereldleiders op de klimaattop in Parijs in het begin van de twee weken durende conferentie uit te nodigen. Zes jaar geleden, toen in Kopenhagen werd geprobeerd een akkoord te bereiken, kwamen ze pas op het allerlaatst. In afwachting van hun komst durfden de onderhandelaars nauwelijks een stap te zetten. Daardoor was er niet genoeg tijd om een serieuze deal te sluiten. Kopenhagen werd een fiasco.

Maar de strategie van de Fransen lijkt geen garantie voor succes. Het politieke momentum waar de wereldleiders met hun grote woorden voor zorgden, is amper doorgedrongen aan de onderhandelingstafel. Oude reflexen – met name tussen arme en rijke landen – spelen op, en er wordt maar weinig vooruitgang geboekt.

Bijna in elke zin van het conceptakkoord staan passages tussen vierkante haken. Dat wil zeggen dat de landen het daarover nog oneens zijn. Dat gaat soms over details, bijvoorbeeld of partijen hun doelstellingen [collectively] of [cooperatively] bereiken – gemeenschappelijk of samen. Maar vaak gaat het over fundamentele kwesties, zoals de vraag of twee graden opwarming niet toch te veel is, en of we niet zouden moeten streven naar maximaal anderhalve graad.

Eindeloos debat over ieder wissewasje

Voor de voortgang maakt het weinig uit of het een kleinigheidje betreft of een grote zaak, zo lijkt het. Tegenstanders van een stevig akkoord kunnen ieder wissewasje aanwenden voor een eindeloos debat.

Vooral de zogeheten Like Minded Developing Countries, een groep van ontwikkelingslanden die er ongeveer hetzelfde over denken, zijn daar goed in. Landen als Venezuela en Bolivia, die klimaatverandering als een kapitalistisch kwaad beschouwen dat door het Westen moet worden opgelost, houden veel voorstellen tegen.

Dus toen Europa en de VS deze week samen een voorstel indienden over de manier waarop gecontroleerd kan worden of landen zich aan hun beloftes houden, werd dat door de ‘like minded’ groep meteen uitgelegd als een ‘coup’ van de rijke landen.

In de eerste vergaderweek is de concepttekst daardoor maar vier pagina’s dunner geworden. Donderdag waren er nog vijftig pagina’s over, dat is meer dan het dubbele van wat velen als een handzaam akkoord beschouwen.

Christiana Figueres, chef van het VN-klimaatbureau, begint zich grote zorgen te maken. Ze waarschuwde dat niemand moeten denken, dat het volgende week vanzelf goed komt, als de ministers de onderhandelingen overnemen. We zitten niet in de eerste van twee onderhandelingsweken, zei Figueres, maar in de laatste weken van vier jaar onderhandelen. Dat er eind dit jaar een akkoord moet zijn, werd in 2011 werd in Durban vastgelegd.

Om er een beetje vaart in te houden, worden de gesprekken over sommige hoofdstukken doorgeschoven naar kleinere groepen. Zij wijzen soms ‘spin-off’ clubjes aan om over bepaalde onderwerpen verder te spreken. Daaruit ontstaan weer zogeheten ‘informals’ en zelfs ‘informal informals’, en tenslotte zijn er zelfs ‘very informal’ bijeenkomsten, het laagste officiële onderhandelingsniveau voordat de borreltafel is bereikt.

„De kans op resultaat binnen die groepen is bijna omgekeerd evenredig met het niveau waarop de gesprekken plaatsvinden”, zegt de Nederlandse klimaatgezant Michel Rentenaar. Ook hij beseft dat de onderhandelingen veel te langzaam gaan. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de drie diplomaten die op verzoek van voorzitter Frankrijk alle landen langsgaan om de knelpunten in kaart te brengen. Want voor maandag moet er een concepttekst liggen, die als uitgangspunt dient voor de gesprekken tussen de ministers. Als de landen er niet samen uitkomen, zal Frankrijk waarschijnlijk met een voorstel komen.

Een rijk land? Dat heeft pech

De Fransen beseffen dat ze op eieren lopen. Ze hebben de pech dat ze tot de rijke landen behoren, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks), die de klimaatonderhandelingen al jaren volgt. Dat voedt de achterdocht van de arme landen. „De succesvolste conferenties”, zegt Eickhout, „vonden niet voor niets plaats in ontwikkelingslanden.”

Volgens Eickhout vormt aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering en de kosten daarvan het grootste struikelblok voor een akkoord. Mitigatie (de reductie van broeikasgassen) is langzamerhand een onderdeel geworden van de strategie van bedrijven – ook zonder klimaatverdrag.

Voor adaptatie geldt dat niet. Ontwikkelingslanden willen geld zien van de rijke landen. Die zijn daartoe best bereid, maar ze rekenen erop dat het bedrijfsleven meebetaalt. Arme landen hebben daar weinig vertrouwen in. Als de ministers er niet uitkomen, dreigt de klimaattop te eindigen met een soort G2-akkoord, zoals Eickhout het noemt. Een akkoord, dat wel. Maar op basis van de weinig verplichtende afspraken die China en de VS al het afgelopen jaar hebben gemaakt. En dan was de klimaattop overbodig.