Het is zo belangrijk dat je je welkom voelt

Acteur Majd Mardo (26), geboren in de Syrische stad Aleppo, speelt de titelrol in Macbeth, Blood on the dancefloor van jeugdtheatergezelschap Toneelmakerij. „Wat ik in het theater vond, vinden jonge Syriëgangers bij andere jihadisten.”

Tekst Herien Wensink Foto Andreas Terlaak

Sauna

„Op de ochtend van de première kwam ik in de sauna Lady Macbeth tegen. Actrice Tine Cartuyvels en ik delen dezelfde sportschool, en we kwamen tegelijk binnen, allebei niet om te sporten maar linea recta op weg naar de sauna. Dat was grappig en chill. Erna hebben we nog even samen koffie gedronken en een cakeje gegeten. Op een gegeven moment ga ik dan weer mijn eigen gang: ik wil op de dag van de première nooit té relaxt zijn, maar wel een bepaalde spanning in mijn lichaam voelen, zeker bij een rol als deze. Mijn Macbeth is een kruitvat, een testosteronbom, hij is in oorlog met de wereld en vooral met zichzelf: die energie moet het publiek dan ook bij mij kunnen zien.”

Ouwe meuk

„Ik heb op de Toneelacademie in Maastricht nooit gedroomd van het spelen van Macbeth. Eigenlijk had ik me voorgenomen: na school ga ik nooit meer die ouwe meuk doen. Maar natuurlijk dacht ik toen ik gevraagd was stiekem ook wel: fucking vet, ik mag Macbeth zijn! Wanneer krijg je die kans nou? Meestal ben je dan veertig ofzo. Bovendien had Liesbeth Colthof van de Toneelmakerij een heel heldere en actueel relevante kijk op het stuk. Ze castte mij als Macbeth en Daniël van Klaveren als Banquo. Daardoor zijn die personages opeens geen vermoeide oorlogsveteranen meer, maar jonge, oorlogszuchtige gasten. Zij zijn ambitieus en ongeduldig, hebben aan de macht geroken, willen iets betekenen, iemand zijn. Ik kom zelf oorspronkelijk uit Syrië, dus bijna automatisch ontstaat dan de associatie met Syriëgangers. Liesbeth wilde zich verdiepen in wat dat soort jongens drijft.”

IS-vlaggen

„Ik had die referentie naar het hier en nu zelf wel wat sterker uitgewerkt willen zien. Maar de voorstelling had een vrij ingewikkeld maakproces, en daardoor kwamen we aan dat aspect niet meer echt toe. Ik weet ook niet hoe we dat nadrukkelijker hadden kunnen maken: IS-vlaggen op het toneel? Dat is ook weer zo plat. Misschien doet mijn aanwezigheid – mijn verschijning, uiterlijk, mijn energie – wel genoeg. Bij het maken van deze voorstelling vroeg vooral de combinatie van dans en spel veel aandacht. Als dans anekdotisch wordt kan dat heel pathetisch zijn. Soms past de dans heel organisch in de voorstelling, maar af en toe werkt het toch niet helemaal. Er is veel energie gaan zitten in het samenbrengen van die twee werelden.”

Rituelen

„Dansers zijn heel andere types dan acteurs, en ze hebben andere rituelen en gewoontes. Zij vonden het bijvoorbeeld belangrijk om twee uur voor de voorstelling al bij elkaar te komen. Dat zijn ze zo gewend, dan doen ze met elkaar een warming-up, nemen het hele stuk door. Vroegen ze ons: waar blijven jullie nou? Wij: Euhm... Roken? In de tijd dat zij samen wilden komen, doe ik meestal mijn stemoefeningen, zo” – Mardo steekt duim en wijsvinger in zijn mond – „en dan elk woord perfect articuleren. Dat doe ik liever alleen; het klinkt voor geen meter en je gaat ervan kwijlen. Zelf heb ik ook zo mijn rituelen. Voor de voorstelling ga ik altijd uitgebreid naar de wc, en dan bid ik. Haha, moet je dat wel opschrijven? Ik ben al lang niet meer gelovig, wel geweest – christelijk – maar het is meer een schietgebedje voor mezelf, zo van: ‘Here God, laat het alstublieft goed gaan.’ Ik bid dat ik mijn tekst niet vergeet, dat ik in de emotie kan blijven en een mooie boog kan maken.”

Syriëgangers

„In de aanloop van de voorstelling heb ik met Liesbeth veel over jonge Syriëgangers gepraat. Voor mij is het een ver-van-mijn-bedshow; ik heb nooit zoiets overwogen, maar ik vind het wel belangrijk om te proberen te begrijpen wat er in de hoofden van die jongens gebeurt. Ik denk dat de keuze vrij gemakkelijk is gemaakt, uit boosheid, frustratie, lamlendigheid – en dat daarna een snelle neerwaartse spiraal volgt. Soms komt het neer op één verkeerde keuze, maar eenmaal daar ben je crimineel en zwaar getraumatiseerd, en dan komt het niet meer goed. Dat sluit mooi aan bij een tekst van Macbeth uit het stuk: ‘Ik sta nu zo diep in het bloed dat omkeren mij zwaarder valt dan doorgaan.’ Dat is wat er gebeurt, denk ik, en dat vind ik heel triest. Vanuit mijn stichting Icarus, die ik samen heb met Steef de Bot, hebben we een documentaire gemaakt over uit huis geplaatste jongeren in een gesloten jeugdzorginstelling. Daar spraken we een jongen die op zijn twaalfde een agent heeft neergeschoten. Dan ben je nog een kind! Zo’n jong brein kan de consequenties van die daad nog helemaal niet overzien, en daar wordt misbruik van gemaakt. Ik vind het belangrijk dat mensen zich dat realiseren.”

Jihad

„Ik ben dit vak gaan doen om iets te betekenen en iets te veranderen. Vanaf januari speel ik in Jihad, over drie jonge Syriëgangers. Dat stuk toont hoe veel jongeren hier zweven tussen twee culturen. Ze horen niet meer daar, in Marokko bijvoorbeeld, maar vinden ook geen echte aansluiting hier. Ik wil mensen laten zien dat een groot rechtvaardigheidsgevoel, dat in wezen iets positiefs is, geperverteerd door miskenning en frustratie gemakkelijk om kan slaan in extremisme. Als je jong bent, en onzeker, en je voelt je niet welkom, dan zoek je bevestiging en applaus. Ik vond dat in het theater, jonge Syriëgangers vinden het bij andere jihadisten. Ik wil dat het publiek gaat begrijpen hoe iemand ertoe komt een bom te maken.”

Buitengesloten

„Zelf heb ik me ook vaak buitengesloten gevoeld, en nog steeds heb ik soms het idee dat ik anders of wantrouwend word bekeken. Daarover gaat de voorstelling Nobody Home, die ik maakte met drie collega’s die ook allemaal als asielzoeker hierheen gekomen zijn. Vaak is het je reinste projectie, maar het is wel gebaseerd op een paar pijnlijke incidenten. Toen ik een keer in Maastricht in een biologische winkel iets wilde kopen voor mijn vriendin, gilde de caissière meteen tegen haar collega: ‘Er loopt hier een Marokkaan rond te neuzen!’ Eén: ik ben niet eens een Marokkaan. En twee: wat moet een Marokkaan in een biologische winkel stelen?! Wat denkt zo iemand wel? Toen ik negen was kwam ik in Nederland, en ik voelde me altijd anders. Het liefst was ik blond geworden, maar dat kon niet, dus ben ik zo snel en zo goed mogelijk Nederlands gaan leren. In het asielzoekerscentrum keek ik de hele dag Nederlandse tv, en praatte dat na. Ik was er trots op als mensen zeiden dat je ‘niks aan mij kunt horen’. Inmiddels heb ik mijn achtergrond en anders-zijn leren waarderen.”

Agressie

„Wij hebben in 1998 niet zo veel agressie meegemaakt als asielzoekers nu. Zo’n aanval op een azc in Woerden vind ik verschrikkelijk om aan te zien. Die mensen zijn gevlucht voor geweld, dan bereiken ze het vrije Westen, en wat krijgen ze? Geweld. Nee, ik kan daar geen begrip voor opbrengen. Mensen zijn bang, hoor je dan, maar bang waarvoor? Zij komen heus je spullen niet stelen of je kinderen verkrachten. Ik denk dan echt: hoe haal je het in je hoofd? Hoe haal je het in je hoofd? Ze vragen asiel aan! Zijn gevlucht voor terreur! Hun land is verwoest! Probeer je daar een béétje in te verplaatsen. Het is zo belangrijk dat je je ergens welkom voelt. Mijn familie en ik hebben ook vaak gedacht: wat is iedereen hier racistisch! Tot we Jos en Ria ontmoetten, bij wie we thuis werden uitgenodigd en die ons meenamen naar de kerk. En ik had het geluk dat ik van het theater mijn thuis kon maken. De mate waarin ik met toneel bezig ben, grenst aan extremisme; in die zin radicaliseren we allemaal. Mijn vak al dan niet kunnen uitoefenen, is voor mij ook een kwestie van leven of dood.”