Mensen hebben meer genen die tegen alzheimer beschermen dan chimps

Tijdens de evolutie hebben mensen varianten van genen verworven die bij oudere volwassenen de kans op dementie en hart- en vaatziekten verkleinen. Onderzoekers uit San Diego stelden vast dat de beschermende varianten bij mensapen niet of nauwelijks voorkomen (PNAS, 30 november).

Bijna alle gewervelde dieren sterven als de fase waarin ze zich kunnen voortplanten voorbij is. Mensen zijn een uitzondering. Bij vrouwen neemt de vruchtbaarheid na hun 40ste snel af, maar ze leven daarna gemiddeld nog eens 40 jaar.

Volgens de zogeheten grootmoeder-hypothese heeft dit een evolutionair voordeel. Oma’s kunnen dan meehelpen met het grootbrengen van hun kleinkinderen. Zo vergroten zij de ‘fitness’ van hun nageslacht.

Dat betekent wel dat mensen, anders dan de meeste andere dieren, een genetische aanleg voor ouderdom moeten hebben. Het evolutionaire voordeel gaat immers verloren als ouderdomskwalen als alzheimer op jongere leeftijd zouden toeslaan.

Met dat in het achterhoofd vergeleken de onderzoekers verschillende bij deze ziekte betrokken genen van mensen met die van chimpansees. Daarbij vonden ze dat varianten die de kans op alzheimer verkleinen bij mensen veel vaker voorkomen; in sommige gevallen zelfs alleen bij mensen.